Databank doorzoeken

Beoordeling van het motorische niveau en de schrijfmotivatie van basisschoolleerlingen door leerkrachten.
Smits-Engelman, B.C.M., G.P. van Galen & C.G.J. Michels
1995
p. 285-299
in: Tijdschrift Voor Onderwijs Research, jrg. 20 , nr. 4


Vraagstelling
In dit onderzoek is nagegaan hoe leerkrachten de motorische schrijfprestaties van hun leerlingen inschatten.

De volgende onderzoeksvragen zijn daarbij beantwoord:
1) Schatten leerkrachten jongens anders in dan meisjes voor motoriek en schrijven, en is er een verschil tussen links- en rechtshandigen?
2) Veranderen de prestaties door de jaren heen?
3) In hoeverre komen oordelen van leerkrachten overeen met uitslagen op motorische testen en gestandaardiseerde schrijftaken?
4) Is die overeenstemming groter als leerkrachten gebruik maken van een gestructureerde motorische vragenlijst?
5) Wat zijn volgens leerkrachten oorzaken van problemen en hoeverre stemmen die overeen met de resultaten van testen?

Conclusies
Jongens presteren volgens leerkrachten lager voor schrijfmotoriek dan meisjes. Tussen links- en rechtshandigen is er geen verschil. Het percentage ingeschatte schrijfproblemen verandert niet door de jaren heen. Jongens en linkshandigen schrijven volgens de leerkrachten slechtere lettervormen, minder vloeiend en hebben vaker schrijfproblemen.

Testen wijzen een lager percentage schrijfproblemen aan dan leerkrachten. Het door leerkrachten veronderstelde motorisch niveau ligt gemiddeld hoger dan wat testen uitwijzen.

De overeenstemming tussen leerkrachten en testen over de classificatie van problemen is hoog als leerkrachten gebruik maken van een vragenlijst. De inschatting van fijne motoriek en schrijven is genuanceerder dan het oordeel voor algemene motoriek.

Slordigheid wordt het vaakst genoemd als oorzaak van schrijfproblemen, gevolgd door stoornissen in de fijne motoriek. Testen wijzen daarentegen uit dat er niet altijd een verband is tussen motoriek en schrijven.

De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit de periode 1988 tot en met 2003 zijn geschreven door Ineke Jongen, Brigit Triesscheijn en Machteld Verhelst onder eindredactie van Helge Bonset, Amos van Gelderen en Mariëtte Hoogeveen.