taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2009 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
woordenschat
» productief
taalbeschouwing/argumentatie
» formeel
mondelinge taalvaardigheid
» spreken

Doelgroep
lln. met leer- en opvoedingsmoeilijkheden
NT2-leerlingen/cursisten

Thema
onderwijsleeractiviteiten
» effectonderzoek

Land
Nederland

Onderwijstype
speciaal/buitengewoon onderwijs
basisonderwijs

Leeftijd
4-5 jaar (groep 1 / 2e kleuterklas)
5-6 jaar (groep 2 / 3e kleuterklas)

Respondenten
leerlingen/cursisten

Aantal respondenten
0-10

Methode van dataverzameling
toetsen/tests

Syntactic remediation in early second language acquisition.
Schlichting, L.
Delft: Eburon, 1995
p. 547-563
in: In E. Huls & J. Klatter-Folmer (Eds.), Artikelen van de Tweede sociolinguïstische conferentie.


Vraagstelling
In dit onderzoek is nagegaan wat het effect is van het programma Functionele Imitatie van Taalstructuren op de prestaties van Marokkaanse kleuters met een taalstoornis. Bij het programma wordt zinsvorming onderwezen door kleuters uitingen te laten imiteren en herhalen.

Er is onderzocht hoe kleuters scoren op verschillende toetsen na behandeling met het programma in vergelijking met een controlegroep. Omdat het programma is ontworpen met eerstetaal sprekers als doelgroep, is nagegaan of het voor tweedetaal sprekers aangepast moet worden, en of het ook bruikbaar is voor zwakke tweedetaal sprekers zonder taalstoornis.

Conclusies
Het programma heeft effect op de vaardigheid in zinsvorming van de kleuters. Ze scoren beter dan de controlegroep. Er is ook vooruitgang op een test voor zinsproductie en productieve woordenschat.

Uit het onderzoek blijkt dat aanpassingen nodig zijn gericht op tweedetaal sprekers, omdat bepaalde woorden uit de instructie onbekend zijn.

Voor toepassing bij zwakke tweedetaal sprekers zonder taalstoornis, worden de volgende wijzigingen aanbevolen: extra woordenschattraining voordat syntactische structuren aangeboden worden, begrip moet voor productie komen, en de situaties moeten cognitief complexer gemaakt worden zodat ze voor de kleuters interessant zijn.

De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit de periode 1988 tot en met 2003 zijn geschreven door Ineke Jongen, Brigit Triesscheijn en Machteld Verhelst onder eindredactie van Helge Bonset, Amos van Gelderen en Mariëtte Hoogeveen.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties