Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
leesonderwijs
taalbeschouwing/argumentatie
schrijfonderwijs
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
onderwijsleeractiviteiten
» effectonderzoek
Land
Nederland
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» havo
» vwo
Leeftijd
14-15 jaar (3e voortgezet/secundair)
Tekstsoort
betogende teksten
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
101-200
Methode van dataverzameling
taalvaardigheidstaken
Learning to read and write argumentative text by observation of peer learners.
Couzijn, M. & G. Rijlaarsdam
2005a
p. 241-258
Rijlaarsdam, G. (Series Ed.), & G. Rijlaarsdam, H. Van den Bergh & M. Couzijn (Vol. Eds.). Studies in Writing. Vol. 14, Effective learning and teaching of writing, 2nd Edition, Part 1, Studies in learning to write.
Achtergrond
In dit onderzoek wordt de didactiek leren-door-doen in het lees- en schrijfonderwijs
vergeleken met leren-door-observeren. Bij de didactiek leren-door-observeren
maken leerlingen niet zelf lees- of schrijfopdrachten, maar bekijken ze video-opnamen
waarop authentieke leerlingen zulke opdrachten uitvoeren.
Vraagstelling
Is de didactiek leren-door-observeren effectiever (voor leren en transfer)
dan de didactiek leren-door-doen in het lees- en schrijfonderwijs?
Methode
Er werd een lessenserie ontwikkeld voor het leren lezen en schrijven van
argumentatieve teksten in verschillende versies. Er waren twee leren-door-observeren
condities:
- het observeren van schrijvers
- het observeren van lezers
Aan het onderzoek deden in totaal 120 leerlingen uit havo-3 en vwo-3 mee. Deze leerlingen kwamen van acht verschillende scholen en deden vrijwillig mee aan het experiment. In iedere conditie (observeren van schrijvers, observeren van lezers, het maken van schrijfoefeningen, het maken van leesoefeningen) zaten 30 leerlingen.
Resultaten
Effecten op leren
Leren is gedefinieerd als het verkrijgen van vaardigheden in dezelfde communicatiemodus
als de modus van de didactiek. Het gaat dus om de effecten van leren schrijven
(door doen of door observeren) op schrijfvaardigheid en de effecten van leren
lezen (door doen of door observeren) op leesvaardigheid.
Het blijkt dat voor leren de didactiek leren-door-observeren zowel voor leesvaardigheid als voor schrijfvaardigheid effectiever is dan de didactiek leren-door-doen.
Effecten op transfer
Leren is gedefinieerd als het verkrijgen van vaardigheden in een andere
communicatiemodus als de modus van de didactiek. Het gaat dus om de effecten
van leren schrijven (door doen of door observeren) op leesvaardigheid en de
effecten van leren lezen (door doen of door observeren) op schrijfvaardigheid.
Ook voor transfer blijkt de didactiek leren-door-observeren zowel voor leesvaardigheid als voor schrijfvaardigheid effectiever dan de didactiek leren-door-doen. Bovendien bleek de transfer van leren schrijven door observeren naar leesvaardigheid erg groot te zijn: leerlingen die hadden geleerd te schrijven door schrijvers observeren presteerden zelfs beter op leesvaardigheid dan leerlingen die hadden geleerd te lezen door te doen.
Conclusies
Zowel voor leren als voor transfer blijkt de didactiek leren-door-observeren
effectiever dan de didactiek leren-door-doen. Dit geldt zowel voor leesvaardigheid
als voor schrijfvaardigheid. Daarnaast blijkt een opmerkelijk effect voor transfer:
leerlingen die argumentatieve teksten hebben leren schrijven door andere schrijvers
observeren presteerden beter op leesvaardigheid dan leerlingen die argumentatieve
teksten hebben leren lezen door zelf leestaken uit te voeren.
Aanbevelingen
De onderzoekers benadrukken dat de resultaten van het onderzoek niet de
didactiek leren-door-doen in het algemeen in diskrediet brengen en pleiten
voor een uitgebalanceerde afwisseling van leren-door-observeren en leren-door-doen
activiteiten.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2003 tot en met 2006 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
