taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2005 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
leesonderwijs
taalbeschouwing/argumentatie
schrijfonderwijs

Doelgroep
NT1-leerlingen

Thema
onderwijsleeractiviteiten
» effectonderzoek

Land
Nederland

Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» havo
» vwo

Leeftijd
14-15 jaar (3e voortgezet/secundair)

Tekstsoort
betogende teksten

Respondenten
leerlingen/cursisten

Aantal respondenten
101-200

Methode van dataverzameling
taalvaardigheidstaken

Learning to read and write argumentative text by observation of peer learners.

Couzijn, M. & G. Rijlaarsdam
2005a
p. 241-258
Rijlaarsdam, G. (Series Ed.), & G. Rijlaarsdam, H. Van den Bergh & M. Couzijn (Vol. Eds.). Studies in Writing. Vol. 14, Effective learning and teaching of writing, 2nd Edition, Part 1, Studies in learning to write.


Achtergrond
In dit onderzoek wordt de didactiek ‘leren-door-doen’ in het lees- en schrijfonderwijs vergeleken met ‘leren-door-observeren’. Bij de didactiek ‘leren-door-observeren’ maken leerlingen niet zelf lees- of schrijfopdrachten, maar bekijken ze video-opnamen waarop authentieke leerlingen zulke opdrachten uitvoeren.


Vraagstelling
Is de didactiek ‘leren-door-observeren’ effectiever (voor leren en transfer) dan de didactiek ‘leren-door-doen’ in het lees- en schrijfonderwijs?


Methode
Er werd een lessenserie ontwikkeld voor het leren lezen en schrijven van argumentatieve teksten in verschillende versies. Er waren twee ‘leren-door-observeren’ condities:

  1. het observeren van schrijvers
  2. het observeren van lezers
In deze condities lazen leerlingen theorie over het lezen respectievelijk schrijven van argumentatieve teksten en observeerden ze op video andere leerlingen die lees- of schrijfoefeningen maakten. Deze ‘leren-door-observeren’ condities werden vergeleken met twee ‘leren-door-doen’ condities: het lezen van dezelfde theorie over argumentatieve teksten en het maken van schrijfoefeningen of het maken van leesoefeningen. Na het volgen van de lessenserie maakten de leerlingen een aantal natoetsen over het schrijven en lezen van argumentatieve teksten.

Aan het onderzoek deden in totaal 120 leerlingen uit havo-3 en vwo-3 mee. Deze leerlingen kwamen van acht verschillende scholen en deden vrijwillig mee aan het experiment. In iedere conditie (observeren van schrijvers, observeren van lezers, het maken van schrijfoefeningen, het maken van leesoefeningen) zaten 30 leerlingen.


Resultaten
Effecten op leren
Leren is gedefinieerd als het verkrijgen van vaardigheden in dezelfde communicatiemodus als de modus van de didactiek. Het gaat dus om de effecten van leren schrijven (door doen of door observeren) op schrijfvaardigheid en de effecten van leren lezen (door doen of door observeren) op leesvaardigheid.

Het blijkt dat voor leren de didactiek ‘leren-door-observeren’ zowel voor leesvaardigheid als voor schrijfvaardigheid effectiever is dan de didactiek ‘leren-door-doen’.

Effecten op transfer
Leren is gedefinieerd als het verkrijgen van vaardigheden in een andere communicatiemodus als de modus van de didactiek. Het gaat dus om de effecten van leren schrijven (door doen of door observeren) op leesvaardigheid en de effecten van leren lezen (door doen of door observeren) op schrijfvaardigheid.

Ook voor transfer blijkt de didactiek ‘leren-door-observeren’ zowel voor leesvaardigheid als voor schrijfvaardigheid effectiever dan de didactiek ‘leren-door-doen’. Bovendien bleek de transfer van leren schrijven door observeren naar leesvaardigheid erg groot te zijn: leerlingen die hadden geleerd te schrijven door schrijvers observeren presteerden zelfs beter op leesvaardigheid dan leerlingen die hadden geleerd te lezen door te doen.


Conclusies
Zowel voor leren als voor transfer blijkt de didactiek ‘leren-door-observeren’ effectiever dan de didactiek ‘leren-door-doen’. Dit geldt zowel voor leesvaardigheid als voor schrijfvaardigheid. Daarnaast blijkt een opmerkelijk effect voor transfer: leerlingen die argumentatieve teksten hebben leren schrijven door andere schrijvers observeren presteerden beter op leesvaardigheid dan leerlingen die argumentatieve teksten hebben leren lezen door zelf leestaken uit te voeren.


Aanbevelingen
De onderzoekers benadrukken dat de resultaten van het onderzoek niet de didactiek ‘leren-door-doen’ in het algemeen in diskrediet brengen en pleiten voor een uitgebalanceerde afwisseling van ‘leren-door-observeren’ en ‘leren-door-doen’ activiteiten.

De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2003 tot en met 2006 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties