taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2009 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
literatuuronderwijs
leesonderwijs

Doelgroep
NT1-leerlingen

Thema
doelstellingen

Land
Nederland

Onderwijstype
basisonderwijs

Leeftijd
2,5-4 jaar (1e kleuterklas)
4-5 jaar (groep 1 / 2e kleuterklas)
5-6 jaar (groep 2 / 3e kleuterklas)
6-7 jaar (groep 3 / 1e leerjaar)
7-8 jaar (groep 4 / 2e leerjaar)
8-9 jaar (groep 5 / 3e leerjaar)
9-10 jaar (groep 6 / 4e leerjaar)
10-11 jaar (groep 7 / 5e leerjaar)
11-12 jaar (groep 8 / 6e leerjaar)

Tekstsoort
instructieve teksten
betogende teksten
informatieve teksten
verhalende teksten

Respondenten
leerlingen/cursisten

Methode van dataverzameling
review/meta-analyse
documentanalyse

Kennis van literaire conventies bij kinderen in de basisschoolleeftijd
Een inventarisatie en analyse van Engelstalig empirisch onderzoek naar de kennis van literaire conventies bij kinderen van 4 tot en met 12 jaar
Ghonem-Woets, K.
2010
p. 1-68
in: Stichting Lezen


» De volledige tekst van deze publicatie: kan gedownload worden bij de uitgever


Vraagstelling
In dit onderzoek is een inventarisatie en analyse gemaakt van Engelstalig onderzoek naar de kennis van literaire conventies bij kinderen van 4 tot en met 12 jaar (het kunnen onderscheiden van verschillende tekstgenres, van verschillende delen in een verhaal/tekst en het interpreteren van de relatie tussen tekst en beeld). Dit onderzoek is erop gericht om inzicht te krijgen in wat kinderen moeten kennen en kunnen om met boeken om te gaan en verhalen te begrijpen. Dit is van belang omdat de ontwikkeling in kennis van literaire conventies bijdraagt aan de verdere ontwikkeling van literaire competenties (de kennis, attitudes en vaardigheden nodig om te kunnen omgaan met teksten).

De onderzoeksvragen die hierbij gesteld worden zijn:

  1. Welke kennis en vaardigheden worden kinderen verondersteld te beheersen in het omgaan met teksten en verhalen?
  2. Kan op basis van de onderzoeksbevindingen een leerlijn opgesteld worden voor de ontwikkeling van literaire competenties? Wordt op basis van de resultaten van onderzoek duidelijk welke conventies op welke leeftijd geleerd moeten en kunnen worden?


Conclusie

  1. De inventarisatie geeft een overzicht en beschrijving van literaire conventies en toont aan welke kennis en vaardigheden nodig zijn om met teksten, beelden en verhalen om te gaan. De inventarisatie laat ondermeer zien tot welke leeftijd kinderen elke bladzijde van een verhaal als een aparte eenheid blijven zien of wanneer kinderen betrokken raken bij personages of wanneer ze onderscheid gaan maken tussen historische en fictieve personages.

  2. Op basis van de literatuurstudie bleek het niet mogelijk om een duidelijke ontwikkelingslijn voor literaire competenties op te stellen die aangeeft wat wanneer gekend moet zijn. De onderzoeksbevindingen zijn te fragmentarisch (bv. slechts één leeftijdsgroep wordt onderzocht) of spreken elkaar tegen. Onderzoek toont over de gehele lijn wel aan dat kinderen reeds op jonge leeftijd starten met het ontwikkelen van deze kennis en vaardigheden over literaire conventies. Zo begint iedere lezer met het besef dat een boek iets is om te lezen en niet om in de mond te steken. Later volgt het besef dat er een onderscheid is tussen verhalende en informatieve teksten en dat er verschillende genres zijn. Vervolgens beseft de lezer dat teksten en beelden verschillende verhalen kunnen vertellen die je als lezer moet zien te combineren tot een passend geheel.


Methode
De resultaten van dit onderzoek zijn gebaseerd op een analyse en inventarisatie van wat in de Engelstalige literatuur wordt gerapporteerd over de kennis en vaardigheden in verband met literaire conventies bij kinderen van 4 tot 12 jaar.

Hierbij is in de eerste plaats uitgegaan van empirisch onderzoek dat in de laatste 20 jaar in het Angelsaksische taalgebied is verricht. Empirisch onderzoek is in deze rapportage gedefinieerd als onderzoek waarvan de bevindingen gebaseerd zijn op wat kinderen proefondervindelijk aan kennis blijken te hebben.

Daarnaast is onderzoek meegenomen dat vertrekt vanuit de tekst zelf en minder van wat een lezer hier mee doet of moet kunnen doen. Het gaat hierbij om onderzoek over de structuur van verhalende teksten en om onderzoek over de relatie tussen tekst en beeld.

De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2010 zijn geschreven door Goedele Verhaeghe, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties