Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
schrijfonderwijs
» spelling
leesonderwijs
Doelgroep
leerlingen met dyslexie
NT1-leerlingen
Thema
onderwijsleeractiviteiten
» effectonderzoek
beoordelingsinstrumenten
Land
Nederland
Onderwijstype
basisonderwijs
Leeftijd
6-7 jaar (groep 3 / 1e leerjaar)
7-8 jaar (groep 4 / 2e leerjaar)
8-9 jaar (groep 5 / 3e leerjaar)
9-10 jaar (groep 6 / 4e leerjaar)
10-11 jaar (groep 7 / 5e leerjaar)
11-12 jaar (groep 8 / 6e leerjaar)
Respondenten
deskundigen
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
501 en meer
301-500
Methode van dataverzameling
toetsen/tests
schriftelijke enquête
Onderzoek laat effecten en successen zien
Gijsel, M., S. Karman & A. Bosman
2010
p. 26-29
in: Tijdschrift voor Remedial Teaching, jrg. 18 , nr. 2
Zie ook Gijsel & Bosman (2010) voor een andere publicatie
over dit onderzoek.
Vraagstelling
In dit
onderzoek is het effect van de Fonologische en Leerpsychologische methode (F&L-methode)
onderzocht bij leerlingen met dyslexie, om onderbouwde uitspraken te kunnen
doen over de effectiviteit van deze methode. De kinderen in dit onderzoek hebben
een behandeling met de F&L-methode gevolgd bij de Stichting Taalhulp (dit is een Nederlandse
organisatie die gespecialiseerd is in onderzoek naar en behandeling van lees- en
spellingsproblemen).
De F&L-methode is een methode waarbij de klankstructuur van woorden en de regels voor teken-klankkoppeling (lezen) en klank-tekenkoppeling (spelling) worden aangeleerd. Kenmerkend voor deze methode is dat het aanleren van lezen en spellen geïntegreerd wordt, dat kleuren gebruikt worden om regels aan te leren en dat onbestaande woorden gebruikt worden.
Binnen dit onderzoek zijn twee studies uitgevoerd:
- Studie 1: zie voor een beschrijving van
dit onderzoek Gijsel & Bosman (2010).
- Studie 2: hierbij zijn volgende onderzoeksvragen gesteld:
- In welke mate kan de behandeling met de F&L-methode de kloof tussen dyslectische leerlingen en hun leeftijdsgenoten dichten?
- Wat is de relatie tussen initiële lees- en spellingvaardigheid, chronologische leeftijd, externe factoren (inzet en medewerking) en bijkomende problemen enerzijds en het succes van de behandeling anderzijds?
Conclusie
De effecten van de behandeling
worden onderzocht voor lezen (d.m.v. de toetsen DMT, EMT, Klepel en AVI) en
spelling (d.m.v. PI-dictee). Leerlingen worden getest aan de start en op het einde van de
behandeling. Daarbij wordt gekeken hoeveel
leerlingen tijdens de behandeling een zodanige vooruitgang boeken op de
spelling- en leestoetsen dat ze hun achterstand ten opzichte van de normgroep
inhalen. Daarnaast wordt ook een vragenlijst over 9 externe factoren ingevuld
door de behandelaars van de kinderen met dyslexie.
- De resultaten tonen aan dat een kwart van de leerlingen zijn achterstand inhaalt voor het op tempo lezen van losse woorden (DMT en EMT). Bij het spellen van woorden (PI-dictee) haalt zelfs driekwart zijn achterstand in. Voor de Klepel en AVI haalt nog geen vijfde de achterstand in.
- Daarnaast blijkt dat oudere leerlingen hun achterstand gemiddeld vaker inhalen op de EMT en het PI-dictee dan jongere leerlingen. Leerlingen met een hoger aanvangsniveau halen vaker hun achterstand op in het lezen van woorden. Ook hangt meer inzet en medewerking in de thuis- en schoolsituatie samen met het succes van de behandeling.
De auteurs geven verder aan dat het belangrijk is dat leerkrachten weten dat kinderen zowel tijdens als na de externe behandeling gebaat zijn bij extra instructie en begeleide inoefening in de klas. Daarbij kunnen enkele principes van de F&L-methode in de klas geïntegreerd worden.
Methode
In dit onderzoek zijn de gegevens
opgenomen van 548 leerlingen uit de groepen 3 tot 8 die in behandeling waren voor
hun dyslexie bij de
Stichting Taalhulp. Alle leerlingen kwamen uit het reguliere basisonderwijs. Leerlingen zijn gemiddeld eenmaal per week individueel behandeld, en hebben daarnaast dagelijks thuis verder moeten oefenen.
Aan de start en op het einde van de behandeling zijn verschillende toetsen voor lezen en spelling afgenomen bij de leerlingen:
- DMT (Drie-Minuten Toets) en EMT (Een-Minuut Test): het leesniveau wordt bepaald door het kind losse woorden te laten lezen
- Klepel: dit is een leesvaardigheidstest aan de hand van pseudowoorden
- AVI: deze test meet de technische leesvaardigheid van leerlingen aan de hand van teksten
- PI-dictee: hiermee wordt het spellingsniveau gemeten
De vragenlijst omvatte vragen over negen externe factoren. De behandelaars van de kinderen moesten per kind aangeven in welke mate ze akkoord gingen met stellingen over
- inzet van de leerling in de les
- begrip van de stof
- onthouden van het geleerde
- inzet van de ouders
- regelmaat van het thuis werken
- verzorging van het werk
- regelmaat van aanwezigheid
- belangstelling van de school
- medewerking van de school
Om het effect van de interventie na te gaan, is gekeken naar het verschil in toetsscores. Deze toetsscores zijn omgezet naar didactische leeftijdsequivalenten (dle). Het didactische leeftijdsequivalent geeft de didactische leeftijd in maanden aan waarop de bijhorende score gemiddeld wordt behaald. Daarnaast is ook gekeken naar verschillen in de didactische leeftijd (dl). De didactische leeftijd verwijst naar het aantal maanden dat een leerling formeel lees- en spellingsonderwijs heeft genoten. Vervolgens is het leerrendement (lr) berekend (lr = dle/dl). Bij een normaal vorderende leerling (zonder dyslexie) zijn de dle en dl dezelfde en is het lr gelijk aan 1. Bij kinderen met dyslexie ligt dat leerrendement lager.
Daarnaast is ook het leerrendement
tussen twee testmomenten berekend om de vooruitgang van de leerlingen na te
gaan. Bij een gemiddelde leerling zonder dyslexie is dit rendement gelijk aan
1. Wanneer een dyslectische leerling een leerrendement haalt dat groter is dan
1, dan kan men zeggen dat deze leerling zijn/haar achterstand ten opzichte van
kinderen zonder dyslexie inhaalt.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2010 zijn geschreven door Goedele Verhaeghe, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties