Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
schrijfonderwijs
» spelling
leesonderwijs
Doelgroep
leerlingen met dyslexie
NT1-leerlingen
Thema
onderwijsleeractiviteiten
» effectonderzoek
beoordelingsinstrumenten
Land
Nederland
Onderwijstype
basisonderwijs
Leeftijd
4-5 jaar (groep 1 / 2e kleuterklas)
5-6 jaar (groep 2 / 3e kleuterklas)
6-7 jaar (groep 3 / 1e leerjaar)
7-8 jaar (groep 4 / 2e leerjaar)
8-9 jaar (groep 5 / 3e leerjaar)
9-10 jaar (groep 6 / 4e leerjaar)
10-11 jaar (groep 7 / 5e leerjaar)
11-12 jaar (groep 8 / 6e leerjaar)
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
301-500
Methode van dataverzameling
toetsen/tests
Gijsel, M.A.R. & A.M.T. Bosman
2010
p. 118-133
in: Pedagogische Studiën, jrg. 87 , nr. 2
Zie ook Gijsel, Karman & Bosman (2010) voor een andere publicatie
over dit onderzoek.
Vraagstelling
In dit
onderzoek is het effect van de Fonologische en Leerpsychologische methode (F&L-methode)
onderzocht bij leerlingen met dyslexie, om onderbouwde uitspraken te kunnen
doen over de effectiviteit van deze methode. De kinderen in dit onderzoek hebben
een behandeling met de F&L-methode gevolgd bij de Stichting Taalhulp (Nederlandse
stichting die gespecialiseerd is in onderzoek naar en behandeling van lees- en
spellingsproblemen).
De F&L-methode is een methode waarbij de klankstructuur van woorden en de regels voor teken-klankkoppeling (lezen) en klank-tekenkoppeling (spelling) worden aangeleerd. Kenmerkend voor deze methode is dat het aanleren van lezen en spellen geïntegreerd wordt, dat kleuren gebruikt worden om regels aan te leren en dat onbestaande woorden gebruikt worden.
In dit onderzoek zijn twee onderzoeksvragen gesteld:
- Wat is het effect van de F&L-methode op zowel de lees- als spellingvaardigheid van leerlingen in het basisonderwijs?
- Is het effect van de methode anders voor leerlingen van verschillende leeftijdsgroepen?
Conclusie
De effecten van de behandeling
worden onderzocht voor lezen (d.m.v. de toetsen DMT, EMT, Klepel en AVI) en
spelling (d.m.v. PI-dictee). Leerlingen worden getest aan de start, in het midden (na
gemiddeld 8 behandelingen) en op het einde van de behandeling (na gemiddeld 16
individuele behandelingen).
- De leerlingen laten zowel bij de tussenmeting als de eindmeting een verbetering zien van hun prestaties op het vlak van lezen en spelling.
- De effecten voor spelling zijn groter dan de effecten voor lezen. Een mogelijke verklaring hiervoor kan een verschil in toetsafname zijn. In tegenstelling tot de leestoets is er bij de spellingtoets geen tijdslimiet. Leerlingen hebben bij het spellen dus voldoende tijd om de geleerde regels toe te passen en halen daardoor hogere scores.
- De effecten voor het
lezen van teksten zijn groter dan voor het lezen van losse woorden. Een
verklaring hiervoor is dat bij teksten andere kennis en vaardigheden helpen om
bepaalde woorden te lezen, zoals woordenschat en het kunnen voorspellen van een
tekst. Bij losse woorden kan men die kennis niet gebruiken en blijft de klank-tekenkoppeling
een moeilijkheid.
- De gevonden effecten verschillen per leeftijdsgroep. Zo halen leerlingen uit de onderbouw grotere effecten op bepaalde toetsen dan leerlingen uit de midden- en bovenbouw. Ook zijn er volgens leeftijdsgroep verschillen in de vooruitgang geboekt tussen de verschillende meetmomenten.
De auteurs bevelen aan om de behandeling zo vroeg mogelijk te starten, wat vraagt om een vroegtijdige signalering en begeleiding van leesproblemen in de klas. Ook benadrukken ze dat het voorkomen van leesproblemen begint bij goed leesonderwijs, waarbij er voldoende ruimte is voor expliciete instructie, verlengde inoefening en begeleiding.
Methode
Dit is een retrospectief onderzoek
dat zich baseert op de gedigitaliseerde resultaten van 392 leerlingen tussen 8
en 12 jaar die in de periode tussen 1995 en 2007 in behandeling waren voor hun
dyslexie bij de
Stichting Taalhulp. Alle leerlingen kwamen uit het reguliere onderwijs. Enkel de
leerlingen die minimum driemaal getest zijn, werden opgenomen in dit onderzoek
(gemiddelde totale duur was 9 maanden). Leerlingen zijn gemiddeld eenmaal per week
individueel behandeld, en hebben daarnaast dagelijks thuis verder moeten
oefenen.
Verschillende toetsen voor lezen en spelling zijn bij deze kinderen afgenomen. De eerste testafname wordt gezien als de beginmeting, de tweede als de tussenmeting en de derde als de nameting. De gebruikte toetsen zijn:
- DMT (Drie-Minuten Toets) en EMT (Een-Minuut Test): het leesniveau wordt bepaald door het kind losse woorden te laten lezen
- Klepel: dit is een leesvaardigheidstest aan de hand van pseudowoorden
- AVI: deze test meet de technische leesvaardigheid van leerlingen aan de hand van teksten
- PI-dictee: hiermee wordt het spellingsniveau gemeten
Om het effect van de interventie na te gaan, is gekeken naar het verschil in toetsscores. Deze toetsscores zijn omgezet naar didactische leeftijdsequivalenten (dle). Het didactische leeftijdsequivalent geeft de didactische leeftijd in maanden aan waarop de bijbehorende score gemiddeld wordt behaald. Daarnaast is ook gekeken naar verschillen in de didactische leeftijd (dl). De didactische leeftijd verwijst naar het aantal maanden dat een leerling formeel lees- en spellingsonderwijs heeft genoten. Vervolgens is het leerrendement (lr) berekend (lr = dle/dl). Bij een normaal vorderende leerling (zonder dyslexie) zijn de dle en dl dezelfde en is de lr gelijk aan 1. Bij kinderen met dyslexie ligt dat leerrendement lager.
Daarnaast is ook het leerrendement tussen twee testmomenten berekend om de vooruitgang van de leerlingen na te gaan. Bij een gemiddelde leerling zonder dyslexie is dit rendement gelijk aan 1. Wanneer een dyslectische leerling een leerrendement haalt dat groter is dan 1, dan kan men zeggen dat deze leerling zijn/haar achterstand ten opzichte van kinderen zonder dyslexie inhaalt. In de analyses van dit onderzoek is gekeken of het
leerrendement steeg voor spelling en lezen na de F&L-behandeling.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2010 zijn geschreven door Goedele Verhaeghe, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties