Databank doorzoeken

Acquiring reading and vocabulary in Dutch and English
The effect of concurrent instruction
Leij, A. van der, J. Bekebrede & M. Kotterink
2010
p. 415-434
in: Reading and Writing, jrg. 23 , nr. 3-4


» De volledige tekst van deze publicatie: na te lezen in het online archief (voor abonnementshouders)


Vraagstelling
In dit onderzoek zijn de effecten beschreven van tweetalig onderwijs op woordenschat, spelling en lezen. De resultaten van een groep kinderen die reeds in de kleuterklas Engels als tweede taal onderwezen werd, zijn vergeleken met die van een groep kinderen die enkel les kreeg in het Nederlands. Deze resultaten kunnen inzichten opleveren over de meerwaarde van het vroeg starten met het aanleren van een vreemde taal. Daarbij is niet enkel gekeken naar verbeterde prestaties voor Engels, maar ook voor Nederlands en een taal waarin de kinderen nog niet onderwezen werden (Duits).

Volgende onderzoeksvragen zijn nagegaan:

  1. Wat is het effect van tweetalig onderwijs (met Nederlands als eerste taal - L1 - en Engels als tweede taal - L2) op woordenschat, spelling en lezen in het Nederlands en Engels?
  2. Heeft het tweede-taalonderricht in het Engels een positieve invloed op het spellingbewustzijn in een taal waar de kinderen nog niet in onderwezen werden?


Conclusie
Verschillende testen worden afgenomen bij een groep van kinderen wanneer ze in groep 3 zitten, en nogmaals wanneer ze in groep 4 zitten. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen kinderen die enkel L1 krijgen en kinderen die eveneens L2 krijgen. Bij alle kinderen worden testen afgenomen voor Nederlands (woordenschat, klankbewustzijn, technisch lezen, spelling, spellingbewustzijn en begrijpend lezen), Engels (woordenschat, technisch lezen, spelling en spellingbewustzijn) en Duits (spelling en spellingbewustzijn). Hieruit volgen deze resultaten:

  1. De tweetalige groep scoort beter op de meeste Engelse en op bepaalde Nederlandse testen. Technisch lezen in het Nederlands blijkt eenvoudiger dan in het Engels. Volgens de auteurs zou dit verklaard kunnen worden door het feit dat de spelling in het Engels moeilijker is dan in het Nederlands. Het onderricht van een tweede taal blijkt bovendien een positieve invloed te hebben op het spellingbewustzijn en het begrijpend lezen in het Nederlands.

  2. Er is geen invloed van tweede-taalleren op het spellingbewustzijn van een niet aangeleerde taal (Duits).


Methode
In deze studie werden 46 kinderen (tussen 5 en 7 jaar oud) individueel getest op 2 momenten: in groep 3 en een jaar later in groep 4. Daarbij werd telkens een reeks tests afgenomen in twee sessies van 50 minuten. De kinderen werden getest voor Nederlands, Engels en Duits.

  • Nederlands:
    • woordenschat (Cito-toets)
    • klankbewustzijn (luistertest met pseudowoorden of betekenisloze klankreeksen die in meerdere of mindere mate op echte woorden lijken)
    • technisch lezen (lezen van losse woorden in de Een-Minuut-Test en Drie-Minuten-Test)
    • spelling (test in herkennen van correct gespelde woorden)
    • spellingbewustzijn (spellingsregels toepassen bij pseudowoorden)
    • begrijpend lezen (Schaal Betekenis Relaties en Cito-toets)

  • Engels:
    • woordenschat (Peabody Picture Vocabulary Test waarbij het correcte prentje bij het uitgesproken woord aangeduid moet worden)
    • technisch lezen (One Minute Test, test in het lezen van leenwoorden uit het Engels)
    • spelling (test in het herkennen van correct gespelde woorden)
    • spellingbewustzijn (spellingsregels toepassen bij pseudowoorden)

  • Duits:
    • spelling (test in het herkennen van correct gespelde woorden)
    • spellingbewustzijn (spellingsregels toepassen bij pseudowoorden)

De resultaten van de twee groepen werden onderling vergeleken voor beide testmomenten afzonderlijk. Daarnaast werd ook het verschil tussen de twee meetmomenten gemeten en vergeleken. Verschillende statistische modellen werden aan de hand van multivariate regressieanalyses getest om het verband tussen de variabelen na te gaan.

De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2010 zijn geschreven door Goedele Verhaeghe, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.