taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2009 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
leesonderwijs
» technisch lezen

Doelgroep
leerlingen met dyslexie
NT1-leerlingen

Thema
evaluatie van onderwijsopbrengsten

Land
Nederland

Onderwijstype
basisonderwijs

Leeftijd
7-8 jaar (groep 4 / 2e leerjaar)
8-9 jaar (groep 5 / 3e leerjaar)
9-10 jaar (groep 6 / 4e leerjaar)

Respondenten
leerlingen/cursisten

Aantal respondenten
61-100

Methode van dataverzameling
toetsen/tests

Size does not matter, frequency does
Sensitivity to orthographic neighbours in normal and dyslexic readers
Marinus, E. & P.F. de Jong
2010
p. 129-144
in: Journal of experimental child psychology, jrg. 106 , nr. 2-3


» De volledige tekst van deze publicatie: na te lezen in het online archief (voor abonnementshouders)


Vraagstelling
In dit onderzoek is beschreven welke invloed 'spellingovereenkomst' heeft op het lezen van woorden en pseudowoorden (dit zijn betekenisloze klankreeksen die in mindere of meerdere mate op echte woorden lijken). Een woord met een hoge mate van spellingovereenkomst heeft veel buurwoorden die maar in 1 letter verschillen: bv. 'mast' heeft een hoge spellingovereenkomst door buurwoorden als 'mest, vast, kast'.

Dit onderzoek is opgezet om beter zicht te krijgen op het leesproces van gekende en nieuwe woorden bij ervaren, jonge en dyslectische lezers. Ervaren lezers zijn in staat om gekende woorden snel en efficiënt te lezen omdat zij tijdens het lezen een beroep doen op hun orthografische kennis (kennis over spelling door het associëren van tekens en de klanken). Het opbouwen van deze kennis verloopt moeizamer bij dyslectische kinderen.

Concreet heeft het onderzoek als doel het niveau van de orthografische kennis van dyslectische lezers te vergelijken met normaal vorderende lezers. Daarbij is gekeken naar de invloed van spellingovereenkomst op het lezen van woorden en pseudowoorden met een hoge en lage spellingovereenkomst.


Conclusie
In dit onderzoek worden de leesprestaties van drie groepen kinderen vergeleken: dyslectische kinderen uit groep 6, kinderen zonder leesproblemen uit groep 6 en uit groep 4. De leesprestaties worden uitgedrukt aan de hand van de reactietijd bij het hardop lezen van de (pseudo)woorden en aan de hand van de correctheid bij het lezen.

Deze resultaten tonen aan dat de orthografische kennis bij jonge kinderen en dyslectische lezers (nog) niet voldoende ontwikkeld is.


Methode
Drie groepen kinderen tussen 7 en 10 jaar zijn in deze studie bevraagd. Daarbij werden dyslectische lezers uit groep 6 (23 kinderen) en normale lezers uit groep 6 (23 kinderen) en uit groep 4 (17 kinderen) gevraagd om een lijst met woorden en pseudowoorden hardop te lezen. Deze woorden verschilden in woordlengte (4 tot 5 letters) en spellingovereenkomst (hoog of laag).

De ene helft van de kinderen kreeg eerst een blok met woorden en vervolgens een blok met pseudowoorden voorgelegd. Bij de andere helft was dit omgekeerd. Korte pauzes werden voorzien. De woorden werden op een computerscherm getoond. De reactietijd van ieder antwoord werd gemeten en alle uitspraken werden opgenomen.

Om zicht te krijgen op de achtergrondkenmerken van de kinderen werd gepeild naar hun leesvaardigheid (Een-Minuut-Test), hun woordenschat (subtest uit de intelligentietest RAKIT) en hun non-verbaal redeneervermogen (Raven-test).

Meerniveau-analyses werden uitgevoerd om de data te analyseren.

De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2010 zijn geschreven door Goedele Verhaeghe, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties