Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
leesonderwijs
» technisch lezen
Doelgroep
leerlingen met dyslexie
NT1-leerlingen
Thema
evaluatie van onderwijsopbrengsten
Land
Nederland
Onderwijstype
basisonderwijs
Leeftijd
7-8 jaar (groep 4 / 2e leerjaar)
8-9 jaar (groep 5 / 3e leerjaar)
9-10 jaar (groep 6 / 4e leerjaar)
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
61-100
Methode van dataverzameling
toetsen/tests
Sensitivity to orthographic neighbours in normal and dyslexic readers
Marinus, E. & P.F. de Jong
2010
p. 129-144
in: Journal of experimental child psychology, jrg. 106 , nr. 2-3
» De volledige tekst van deze publicatie: na te lezen in het online archief (voor abonnementshouders)
Vraagstelling
In dit onderzoek is beschreven welke
invloed 'spellingovereenkomst' heeft op
het lezen van woorden en pseudowoorden (dit zijn betekenisloze klankreeksen die in
mindere of meerdere mate op echte woorden lijken). Een woord met een hoge mate van
spellingovereenkomst heeft veel buurwoorden
die maar in 1 letter verschillen: bv. 'mast' heeft een hoge spellingovereenkomst door
buurwoorden als 'mest, vast, kast'.
Dit onderzoek is opgezet om beter zicht te krijgen op het leesproces van gekende en nieuwe woorden bij ervaren, jonge en dyslectische lezers. Ervaren lezers zijn in staat om gekende woorden snel en efficiënt te lezen omdat zij tijdens het lezen een beroep doen op hun orthografische kennis (kennis over spelling door het associëren van tekens en de klanken). Het opbouwen van deze kennis verloopt moeizamer bij dyslectische kinderen.
Concreet heeft het onderzoek als doel het niveau van de orthografische kennis van dyslectische lezers te vergelijken met normaal vorderende lezers. Daarbij is gekeken naar de invloed van spellingovereenkomst op het lezen van woorden en pseudowoorden met een hoge en lage spellingovereenkomst.
Conclusie
In dit onderzoek worden de
leesprestaties van drie groepen kinderen vergeleken: dyslectische kinderen uit
groep 6, kinderen zonder leesproblemen uit groep 6 en uit groep 4. De
leesprestaties worden uitgedrukt aan de hand van de reactietijd bij het hardop lezen van de
(pseudo)woorden en aan de hand van de correctheid bij het lezen.
- De
invloed van spellingovereenkomst is bij de drie groepen het zelfde. Het
heeft geen effect op het correct benoemen van woorden. Bij het lezen van
pseudowoorden leidt een hogere spellingovereenkomst wel tot hogere scores. De
auteurs hadden niet verwacht dat dyslectische en jonge lezers niet zouden
verschillen van ervaren lezers omdat ervaren lezers namelijk een beroep kunnen
doen op eerder opgebouwde kennis met gelijkaardige woorden (orthografische
kennis).
- Bij woorden met een hoge woordfrequentie (het aantal keren dat een woord in een taal voorkomt; bv. 'en' heeft een hoge frequentie) speelt de spellingovereenkomst wel een rol. Beginnende en dyslectische lezers benoemen woorden met een hoge frequentie en spellingovereenkomst trager dan normale lezers.
Deze resultaten tonen aan dat de orthografische kennis bij jonge kinderen en dyslectische lezers (nog) niet voldoende ontwikkeld is.
Methode
Drie groepen kinderen tussen 7 en 10
jaar zijn in deze studie bevraagd. Daarbij werden dyslectische lezers uit groep
6 (23 kinderen) en normale lezers uit groep 6 (23 kinderen) en uit groep 4 (17
kinderen) gevraagd om een lijst met woorden en pseudowoorden hardop te lezen.
Deze woorden verschilden in woordlengte (4 tot 5 letters) en
spellingovereenkomst (hoog of laag).
De ene helft van de kinderen kreeg eerst een blok met woorden en vervolgens een blok met pseudowoorden voorgelegd. Bij de andere helft was dit omgekeerd. Korte pauzes werden voorzien. De woorden werden op een computerscherm getoond. De reactietijd van ieder antwoord werd gemeten en alle uitspraken werden opgenomen.
Om zicht te krijgen op de achtergrondkenmerken van de kinderen werd gepeild naar hun leesvaardigheid (Een-Minuut-Test), hun woordenschat (subtest uit de intelligentietest RAKIT) en hun non-verbaal redeneervermogen (Raven-test).
Meerniveau-analyses werden uitgevoerd
om de data te analyseren.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2010 zijn geschreven door Goedele Verhaeghe, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties