taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2009 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
leesonderwijs
» technisch lezen

Thema
onderwijsleeractiviteiten
» effectonderzoek

Land
Nederland

Onderwijstype
basisonderwijs

Leeftijd
6-7 jaar (groep 3 / 1e leerjaar)
7-8 jaar (groep 4 / 2e leerjaar)
8-9 jaar (groep 5 / 3e leerjaar)
9-10 jaar (groep 6 / 4e leerjaar)

Respondenten
leerlingen/cursisten

Aantal respondenten
501 en meer

Methode van dataverzameling
toetsen/tests

Cognitive development of fluent word reading does not qualitatively differ between transparent and opaque orthographies.
Vaessen, A., D. Bertrand, D. Tóth, V. Csépe, L. Faísca, A. Reis & L. Blomert
2010
p. 827-842
in: Journal of Educational Psychology, jrg. 102 , nr. 4


Zie ook Vaessen & Blomert (2010) en Vaessen (2010) voor andere publicaties over dit onderzoek.

Vraagstelling
In dit onderzoek is beschreven in welke mate de 'regelmatigheid' van een spellingsysteem van een taal een invloed uitoefent op het vlot leren lezen. Bij een onregelmatig spellingsysteem wordt een zelfde letter in het ene woord anders uitgesproken dan in het andere, wat het leren lezen moeilijker maakt. In de onderzoeksliteratuur zijn tegenstrijdige resultaten gevonden over de invloed van spellingsystemen op het vlot leren lezen. Ook ontbreekt informatie over de vraag of de invloed van het spellingssysteem verandert wanneer de leesvaardigheid van kinderen zich ontwikkelt.

In deze studie is een antwoord gezocht op de vraag hoe de cognitieve vaardigheden evolueren die nodig zijn om vlot te kunnen lezen in drie spellingsystemen (Hongaars, Nederlands en Portugees). De vier onderzochte vaardigheden omvatten:


Conclusie
De resultaten tonen een verandering aan van de impact van klankbewustzijn (deze impact neemt af) en het snel kunnen benoemen van letters (deze impact neemt toe), wanneer de leesvlotheid toeneemt. Verder stellen de auteurs op basis van deze studie dat de cognitieve ontwikkeling van leesvaardigheden universeel is. Verschillen in spellingsystemen leiden niet tot andere cognitieve processen, maar wel tot een andere snelheid waarmee het vlot leren lezen verworven wordt.


Methode
In Hongarije, Nederland en Portugal zijn nationaal gestandaardiseerde testen afgenomen van 2244 leerlingen uit groep 3 tot 6.

Al deze kinderen legden individueel een leestest af waarbij ze woorden hardop moesten voorlezen (vaak voorkomende en weinig voorkomende woorden en pseudowoorden). Zowel de accuraatheid als de leessnelheid werden gemeten. De vier cognitieve variabelen werden als volgt gemeten:

Regressieanalyses werden uitgevoerd en scores werden gestandaardiseerd om onderling te kunnen vergelijken. Daarnaast werd een exploratieve factoranalyse uitgevoerd om de cognitieve variabelen te beschouwen als indicatoren voor de latente variabele 'leesvlotheid'.

De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2010 zijn geschreven door Goedele Verhaeghe, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties