taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2009 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
mondelinge taalvaardigheid
» interactie
literatuuronderwijs
» kinderboeken
leesonderwijs
» leesbevordering

Doelgroep
NT1-leerlingen

Thema
onderwijsleeractiviteiten
» effectonderzoek

Land
Nederland

Onderwijstype
basisonderwijs

Leeftijd
4-5 jaar (groep 1 / 2e kleuterklas)
5-6 jaar (groep 2 / 3e kleuterklas)

Tekstsoort
verhalende teksten

Respondenten
leerkrachten/lesgevers
leerlingen/cursisten

Aantal respondenten
101-200

Methode van dataverzameling
taalvaardigheidstaken

Prentenboeken lezen als literatuur
Een structuralistische benadering van het concept 'literaire competentie' voor kleuters
Pol, C. van der
Amsterdam: Stichting Lezen/Eburon, 2010


Vraagstelling
In dit onderzoek is beschreven hoe de ontwikkeling van literaire competentie bij kleuters ondersteund kan worden door middel van prentenboeken en verhalen. De ontwikkeling van literaire competentie houdt in dat kinderen inzicht krijgen in de opbouw en de vorm van verhalen en de conventies bij het vertellen.

De onderzoekers hebben een antwoord gezocht op de vraag of er inderdaad sprake is van een ontwikkeling in literaire competentie van kleuters wanneer prentenboeken worden voorgelezen, met bijzondere aandacht voor de opbouw en de vorm van verhalen en de conventies bij het vertellen (literair voorlezen). Daarom is interventie opgezet waarbij leerkrachten aan kleuters prentenboeken op een literaire manier voorgelezen hebben.

Conclusie
Het voorlezen van prentenboeken draagt bij aan de ontwikkeling van literaire competentie van kleuters. Ze krijgen meer inzicht in de structuur van verhalen en de manieren van vertellen. Hierdoor ontdekken ze bijvoorbeeld wat een verhaal nu precies tot een verhaal maakt of worden ze zich bewust van het feit dat verhalen verzonnen zijn. Literair competente kleuters kunnen ook het hoofdpersonage van een verhaal identificeren en aangeven hoe deze persoon zich onderscheidt van andere verhaalfiguren. Bijkomend blijkt dat literair lezen leidt tot leesplezier.

Daarnaast zijn ook de leerkrachten tevreden en hebben zij door literair voor te lezen geleerd andere vragen te stellen bij het voorlezen dan zij gewoon zijn.

Methode
Een deskundigenpanel heeft verschillende prentenboeken beoordeeld op hun geschiktheid voor 'literair voorlezen'. Op basis hiervan ontvingen de 18 deelnemende scholen elk 24 boeken. Bij ieder boek werd een leessleutel toegevoegd met aanwijzingen om het boek literair voor te lezen. Ook is per sleutel omschreven hoe het lezen van dat boek kan bijdragen aan de ontwikkeling van literaire competentie. De boekencollectie is opgebouwd uit drie thema's waarin achtereenvolgens 'verhaalpersonages', 'spanning' en 'humor' centraal staan.

Deze 24 prentenboeken werden in een periode van drie maanden door de leerkrachten voorgelezen. Voor en na deze interventie werd bij een honderdtal kinderen een individuele taak afgenomen om literaire competentie te meten.

De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2010 zijn geschreven door Goedele Verhaeghe, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties