Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
leesonderwijs
Doelgroep
lln. met leer- en opvoedingsmoeilijkheden
NT1-leerlingen
Thema
beginsituatie
» leerlingkenmerken
Land
Nederland
Onderwijstype
basisonderwijs
Leeftijd
6-7 jaar (groep 3 / 1e leerjaar)
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
11-20
Methode van dataverzameling
toetsen/tests
The perception of initial stop consonants and consonant clusters
Snellings, P., A. van der Leij, H. Blok & P.F. de Jong
2010
p. 151-174
in: Annals of Dyslexia, jrg. 60 , nr. 2
» De volledige tekst van deze publicatie: na te lezen in het online archief (voor abonnementshouders)
Vraagstelling
In dit onderzoek is nagegaan welke
rol spraakperceptie (de manier waarop
gesproken taal wordt waargenomen) speelt bij kinderen met een leesstoornis. Dit
onderzoek naar de correctheid en snelheid in spraakperceptie is van belang om
beter de moeilijkheden van kinderen met ernstige leesproblemen te kunnen
duiden.
Volgende onderzoeksvragen zijn gesteld:
- Vertonen kinderen met een
leesstoornis tekorten in het identificeren en onderscheiden van klankcontrasten
(vb. /prar/ en /tar/)? Daarbij wordt gekeken naar klankcontrasten tussen:
-
'stopmedeklinkers' (gekenmerkt door een niet-continue
luchtstroom in de mond bij uitspraak ervan, bv. /p/, /t/, /k/) en 'niet-stoppende medeklinkers' (bv. /f/, /s/,
/x/, /l/, /r/, /v/);
- clusters
van medeklinkers (bv. /st/, /sk/) en ongeclusterde medeklinkers.
-
'stopmedeklinkers' (gekenmerkt door een niet-continue
luchtstroom in de mond bij uitspraak ervan, bv. /p/, /t/, /k/) en 'niet-stoppende medeklinkers' (bv. /f/, /s/,
/x/, /l/, /r/, /v/);
- Vertonen kinderen met een
leesstoornis tekorten in spraakperceptie door 'snelle klankovergangen' en/of door 'klankovereenkomst'? Snelle klankovergangen
komen voor bij stopmedeklinkers: de klankovergang met de volgende klinkers
gebeurt plots door de niet-continue luchtstroom. Overeenkomsten in klanken van
verschillende woorden (bv./aba/ en /ada/) kunnen eveneens moeilijkheden opleveren
in het onderscheiden van gesproken taal.
Conclusie
- Kinderen met een
leesstoornis zijn trager in het herkennen van identieke klanken dan
leeftijdsgenootjes zonder leesstoornis. Clusters van medeklinkers worden niet
trager of minder correct waargenomen dan niet-geclusterde medeklinkers. Ook
blijkt dat stopmedeklinkers niet trager worden waargenomen.
- Het probleem in
spraakperceptie te wijten aan snelle klankovergangen blijkt niet typisch te
zijn voor kinderen met een leesstoornis, aangezien ook de normaal vorderende
kinderen hiermee moeilijkheden ervaren. Daarnaast blijkt ook
klankovereenkomst van woordparen de spraakperceptie in beide groepen te
bemoeilijken.
Methode
Aan deze studie namen 11 kinderen
met en 11 kinderen zonder een leesstoornis deel uit groep 3. De Drie Minuten
Toets werd tweemaal afgenomen om deze twee groepen van elkaar te onderscheiden.
Daarnaast werden enkele intelligentietesten afgenomen (Revised Amsterdam Child
Intelligence test, Peabody Picture Vocabulary Test en de Raven Standard
Progressive Matrices) om de kinderen voor de twee groepen te selecteren.
De spraakperceptietest bestond uit een taak waarbij fonemen of klanken onderscheiden moesten worden. Daarvoor werden paren van pseudowoorden samengesteld die hardop voorgelezen werden via een audio-opname. De kinderen kregen de woordparen te horen via een laptop en moesten zo snel mogelijk aangeven of deze woorden identiek of verschillend waren. Zowel de reactietijd als de correctheid van de antwoorden werd bijgehouden.
De resultaten werden geanalyseerd
door middel van variantieanalyses.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2010 zijn geschreven door Goedele Verhaeghe, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties