Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
leesonderwijs
» technisch lezen
domeinoverschrijdend
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
evaluatie van onderwijsopbrengsten
Land
Nederland
Onderwijstype
basisonderwijs
Leeftijd
6-7 jaar (groep 3 / 1e leerjaar)
7-8 jaar (groep 4 / 2e leerjaar)
8-9 jaar (groep 5 / 3e leerjaar)
9-10 jaar (groep 6 / 4e leerjaar)
10-11 jaar (groep 7 / 5e leerjaar)
11-12 jaar (groep 8 / 6e leerjaar)
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
101-200
Methode van dataverzameling
toetsen/tests
Gijsel, M.A.R., E.A. Ormel, D. Hermans, L. Verhoeven & A.M.T. Bosman
2010
p. 356-379
in: Journal of Child Language, jrg. 38 , nr. 2
» De volledige tekst van deze publicatie: na te lezen in het online archief (voor abonnementshouders)
Vraagstelling
In dit onderzoek heeft men bij
kinderen de ontwikkeling in het semantisch
categoriseren onderzocht (het categoriseren van betekenissen).
- In een eerste experiment is gekeken naar de vaardigheid in het categoriseren van eenheden van eenzelfde niveau (bv. 'bijen en vliegen zijn insecten').
- In een tweede experiment werd leerlingen gevraagd te categoriseren volgens ondergeschikte en bovengeschikte relaties (bv. 'een bij is een insect').
Daarnaast heeft men gekeken naar de technische leesvaardigheden van de leerlingen. Uit eerder onderzoek zijn er namelijk aanwijzingen dat het kunnen categoriseren van betekenissen zou samenhangen met de ontwikkeling in leesvaardigheden.
In deze studie heeft men een
antwoord gezocht op de vraag of het groepsniveau en het leesniveau van de
kinderen samenhangen met het kunnen categoriseren van betekenissen.
Conclusie
- De resultaten van beide experimenten tonen aan dat kinderen uit hogere groepen (groepen 7 en 8) over het algemeen een kortere reactietijd hebben en minder fouten maken in het categoriseren van betekenissen dan de kinderen uit lagere groepen (groepen 3-6).
- De leesvaardigheid blijkt niet gerelateerd te zijn aan de vaardigheid in het semantisch categoriseren: zwakkere lezers kunnen even goed betekenissen categoriseren als sterke lezers.
Methode
Aan deze studie namen 141 kinderen
deel uit de groepen 3 tot 8. De kinderen werden afzonderlijk getest aan de
computer. Daarbij werd een woord of een afbeelding getoond of een woord
uitgesproken en werd de kinderen vervolgens gevraagd om uit een reeks afbeeldingen de afbeelding te kiezen die hierbij past. In experiment 1 werd bijvoorbeeld een appel getoond
en moest de leerling daarna de afbeelding van een kers kiezen, omdat beide tot de categorie van
fruit behoren. In het tweede experiment werden enkel woorden van categorieën
getoond en moesten de kinderen erna de juiste afbeelding kiezen. Wanneer
bijvoorbeeld het woord "speelgoed" verscheen, moesten ze de bal aanduiden.
Leesvaardigheid werd gemeten door
middel van de Drie Minuten Toets. Resultaten werden geanalyseerd door
middel van variantieanalyses.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het basisonderwijs uit 2010 zijn geschreven door Goedele Verhaeghe, Hilde Van Keer en Johan van Braak. De eindredactie is uitgevoerd door Hilde Van Keer en Johan van Braak.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties