Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
leesonderwijs
» technisch lezen
schrijfonderwijs
» spelling
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
beginsituatie
» leerlingkenmerken
Land
Nederland
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» vmbo
» havo
» vwo
Leeftijd
12-13 jaar (1e voortgezet/secundair)
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
501 en meer
Methode van dataverzameling
toetsen/tests
taalvaardigheidstaken
Schijf, T., A. Van der Leij, A. van Berkel, J. Bekebrede & B. Zijlstra
2010
p. 3-12
in: Levende Talen Tijdschrift, jrg. 11 , nr. 2
» De volledige tekst van deze publicatie: alle artikelen uit Levende Talen Tijdschrift kunnen gedownload worden in het online archief (vanaf jaargang 11 - 2010).
1. Achtergrond
In de maatschappij worden aan
de spelling meestal hoge eisen gesteld. Het blijkt echter dat leerlingen (van
verschillende leeftijden en niveaus) veel spelfouten maken. In het
brugklasproject (zie ook Schijf, 2009) is onder andere onderzocht welke soorten
spelfouten brugklasleerlingen in verschillende opleidingniveaus maken. Ook is
onderzocht hoe leerlingen spellen die zwak zijn in technisch lezen.
2. Vraagstelling
- Welke soorten spelfouten maken brugklasleerlingen in verschillende opleidingniveaus?
- Hoe zijn de spellingsvaardigheden
van leerlingen die zwak zijn in technisch lezen?
3. Methode
Aan het onderzoek deden bijna
700 leerlingen mee uit de brugklas van verschillende opleidingsniveaus
(vmbo-gymnasium). Bij hen werd een digitale spellingtest afgenomen om de
spelvaardigheid te meten. In deze test moeten de leerlingen 40 keer in een zin
die op hun scherm verschijnt een ontbrekend woord typen. De hele zin -
inclusief het in te typen woord - werd voorgelezen.
Op basis van de analyse van de spellingtaak is vervolgens een analyse gemaakt van de foutief gespelde woorden met vijf foutencategorieën:
- alfabetische fouten: verkeerde
koppelingen tussen fonemen en grafemen
bijvoorbeeld 'schuirdeur' (schuurdeur)
- Orthografische fouten: onjuiste toepassing van de spellingregels
bijvoorbeeld 'programa' (programma)
- Lexicaal-morfologische fouten:
afwijkingen van de vaste vorm van woorden en woorddelen die alleen lexicaal
bepaald zijn
bijvoorbeeld 'handoek' (handdoek)
- Grammaticaal-morfologische
fouten: afwijkingen van de vaste vorm van woorden en woorddelen die
grammaticaal bepaald zijn
bijvoorbeeld 'vermeldde' (vermelde)
- Logografische fouten: incorrecte woordspecifieke schrijfwijzen die ingeprent
hadden moeten zijn
bijvoorbeeld 'apoteek' (apotheek)
Het technisch lezen van de leerlingen is gemeten met de Een-Minuut-Test. Bij deze test moesten de leerlingen gedurende een minuut zoveel mogelijk woorden hardop lezen. De gebruikte lijst bestaat uit 116 inheemse Nederlandse woorden in oplopende moeilijkheidsgraad.
4. Resultaten
Soorten spelfouten
De verschillen tussen brugklasleerlingen zijn groot.
Meisjes zijn wat beter in spellen dan jongens. Er zijn geen verschillen
gevonden tussen allochtone en autochtone leerlingen bij het spellen in de
gebruikte test. Het verschil tussen leerlingen in het hoogste opleidingsniveau
en het laagste opleidingsniveau is groot. Bijna 20% van de brugklassers hoort
bij de zwakke spellers. Het percentage zwakke spellers loopt van 46% in
vmbo-bbl naar 0% bij gymnasium. Dat 0% van de gymnasiumleerlingen in de zwakke
groep valt, betekent echter niet dat zij foutloos spellen: bijna een kwart van
de gymnasiumleerlingen (23%) schreef in tien of meer van de 40 woorden een of
meer fouten.
Het blijkt dat de grammaticaal-morfologische spellingen voor brugklasleerlingen verreweg het moeilijkst zijn. De lexicaal-morfologische spellingen waarvoor morfologische kennis nodig is en de logografische spellingen waarvoor het woordbeeld correct ingeprent moet zijn, worden beter beheerst. De alfabetische spellingen leveren voor de meeste brugklassers geen probleem op.
Het spellen van zwakke
lezers
In overeenstemming met de
landelijke cijfers valt ongeveer 12% van de onderzochte brugklasleerlingen in
de groep van zwakke lezers. Er is een tamelijk grote correlatie v (-.507)
tussen de ruwe scores van technisch lezen en de foutenpercentage van het
spellen. Toch gaat zwak lezen niet altijd samen met zwak spellen. Er zijn
bijvoorbeeld leerlingen (12%) die alleen een ernstig probleem hebben met
spellen of alleen een ernstig probleem met lezen (4%).
5. Conclusies en
aanbevelingen
Er zijn grote verschillen
gevonden in spellingsvaardigheden tussen opleidingsniveaus. Volgens de
onderzoekers heeft dat waarschijnlijk te maken met het gegeven dat spellingsvaardigheid aanwezig is in de selectiecriteria voor het voortgezet onderwijs en dus een rol speelt bij de keuze van een school. De
analyse van de spellingtaak laat zien dat dat niet onterecht is. Meer dan
technisch lezen doet spelling een beroep op intellectuele capaciteiten.
Gevorderd spellen vereist kennis van regels en een strategische aanpak.
Technisch lezen en spellen hangen tamelijk sterk met elkaar samen. Deze relatie betekent dat leerlingen die niet zwak spellen bijna ook altijd redelijk kunnen lezen. Een spellingtest is dus ook een goede eerste stap voor het signaleren van leesproblemen.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2007-2009 zijn geschreven door Monique Oechies en Martine Braaksma.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties