Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
leesonderwijs
domeinoverschrijdend
taal bij andere vakken
woordenschat
» receptief
» productief
Doelgroep
NT2-leerlingen/cursisten
lln. met leer- en opvoedingsmoeilijkheden
Thema
onderwijsleeractiviteiten
» descriptief onderzoek
» effectonderzoek
Land
Nederland
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» vmbo
Leeftijd
12-13 jaar (1e voortgezet/secundair)
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
21-40
Methode van dataverzameling
taalvaardigheidstaken
Het posterproject uitgebreid met aspecten van de aanpak van Kinsella.
Plas, A.
2010
p. 91-103
in: Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, jrg. 83
1. Achtergrond
Er kampen nog steeds veel
leerlingen met een niet-Nederlandstalige achtergrond met een tekort aan
Nederlandse woordkennis ten opzichte van hun eentalige leeftijdsgenoten. Vooral
schooltaalwoorden vormen een probleem voor meertalige leerlingen. Kennis van
schooltaalwoorden is echter onmisbaar voor het met succes volgen van een
opleiding. Een voldoende grote woordenschat is van het grootste belang voor
leesvaardigheid. In het bijzonder is kennis van schooltaalwoorden nodig voor
goed begrip van schoolboekteksten en van de instructietaal van docenten. Bij
leerlingen met een beperkte schooltaalwoordenschat bestaat daarom een groot
risico op gebrekkig begrip van de geschreven en mondeling overgedragen
leerstof.
Een bestaand schoolbreed onderwijsprogramma om aan kennis van
schooltaalwoorden te werken is 'Het Posterproject' ontwikkeld door de
CED-Groep. Hoewel dit programma op goede principes berust, is het op sommige
punten wat beperkt; uit praktijkervaringen komt naar voren dat het succes ervan
wat te veel afhankelijk is van de creativiteit van een docententeam. Daarom
wordt in een onderzoek onderzocht of de aanpak van Kate Kinsella (San Francisco
State University) een effectieve aanvulling kan zijn op Het posterproject.
2. Vraagstelling
Bevordert uitbreiding van Het
Posterproject met aspecten van de aanpak van Kinsella de verwerving van de
aangeboden schooltaalwoorden?
3. Methode
Om het effect te onderzoeken
van implementatie van de aanpak van Kinsella, zijn de resultaten van onderwijs
met het ontwikkelde materiaal vergeleken met de resultaten van onderwijs met
het bestaande Posterproject. Aan het onderzoek deden twee klassen mee uit het
eerste leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo. De klassen
bestonden uit respectievelijk 13 en 12 leerlingen. Deze waren vrijwel allemaal
meertalig, met zeven verschillende thuistalen.
Het onderwijsmateriaal werd gevormd door de 30 woorden van cyclus 2 van Het Posterproject Basisonderwijs voor groep 7; dit materiaal werd geschikt geacht voor leerlingen in het eerste leerjaar op dit niveau van het voortgezet onderwijs. In de experimentele conditie bestond het materiaal uit de implementatie van de aanpak van Kinsella in Het Posterproject. De controlegroep kreeg onderwijs met het bestaande Posterproject.
Om
de toetsscores vergelijkbaar te houden met andere toetsafnames, is de toets
over cyclus 2 die bij Het Posterproject hoort ongewijzigd gebruikt. Er is geen
voortoets afgenomen, gezien de bekende geringe kennis van schooltaalwoorden van
de doelgroep. De toets bestond uit 15 items die receptieve kennis meten met elk
vier antwoordmogelijkheden. Het doelwoord werd vetgedrukt aangeboden in een
korte contextzin die nauwelijks informatie over de woordbetekenis gaf. De
leerling moest het synoniem of de beste omschrijving van het doelwoord kiezen.
4. Resultaten en
conclusies
Bij een vergelijking van de goedscores na de twee
methoden, lijkt de verwerving groter na onderwijs met de aanpak van
Kinsella (gemiddelde toetsscore 4,52) dan zonder die aanpak (gemiddelde
toetsscore 4,08). Dit verschil is echter niet betekenisvol. Er was wel een
middelgroot effect: 8,4% van de totale variantie werd verklaard door het
verschil in onderwijsaanpak.
De effectgrootte laat zien dat de verwerving bij
deze leerlingen duidelijk groter was met de aanpak van Kinsella dan zonder die
aanpak. Maar omdat het effect niet betekenisvol is, kan dit echter niet
gegeneraliseerd worden naar een onderwijssituatie met andere leerlingen. Wat
betreft eventuele interactie-effecten is er geen invloed gevonden van de door
de betrokken docenten aangegeven leerlast (moeilijkheidsgraad) van de woorden,
of de frequentie van de woorden, of het geslacht van de leerlingen. De
taal-achtergrond of etnische achtergrond van de leerlingen was te divers om te kunnen
onderzoeken.
5. Aanbevelingen
De onderzoeker pleit voor een
vervolgonderzoek naar 'het met de aanpak
van Kinsella uitgebreide Posterproject'. Aan
een dergelijk onderzoek zouden veel meer proefpersonen moeten deelnemen.
Daarnaast zou men gebruik moeten maken van een toets met een voldoende groot
aantal items en een hogere betrouwbaarheid.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2007-2009 zijn geschreven door Monique Oechies en Martine Braaksma.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties