taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2009 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
leesonderwijs
domeinoverschrijdend
taal bij andere vakken
woordenschat
» receptief
» productief

Doelgroep
NT2-leerlingen/cursisten
lln. met leer- en opvoedingsmoeilijkheden

Thema
onderwijsleeractiviteiten
» descriptief onderzoek
» effectonderzoek

Land
Nederland

Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» vmbo

Leeftijd
12-13 jaar (1e voortgezet/secundair)

Respondenten
leerlingen/cursisten

Aantal respondenten
21-40

Methode van dataverzameling
taalvaardigheidstaken

Werken aan schooltaalwoordenschat.
Het posterproject uitgebreid met aspecten van de aanpak van Kinsella.
Plas, A.
2010
p. 91-103
in: Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen, jrg. 83


1. Achtergrond
Er kampen nog steeds veel leerlingen met een niet-Nederlandstalige achtergrond met een tekort aan Nederlandse woordkennis ten opzichte van hun eentalige leeftijdsgenoten. Vooral schooltaalwoorden vormen een probleem voor meertalige leerlingen. Kennis van schooltaalwoorden is echter onmisbaar voor het met succes volgen van een opleiding. Een voldoende grote woordenschat is van het grootste belang voor leesvaardigheid. In het bijzonder is kennis van schooltaalwoorden nodig voor goed begrip van schoolboekteksten en van de instructietaal van docenten. Bij leerlingen met een beperkte schooltaalwoordenschat bestaat daarom een groot risico op gebrekkig begrip van de geschreven en mondeling overgedragen leerstof.

Een bestaand schoolbreed onderwijsprogramma om aan kennis van schooltaalwoorden te werken is 'Het Posterproject' ontwikkeld door de CED-Groep. Hoewel dit programma op goede principes berust, is het op sommige punten wat beperkt; uit praktijkervaringen komt naar voren dat het succes ervan wat te veel afhankelijk is van de creativiteit van een docententeam. Daarom wordt in een onderzoek onderzocht of de aanpak van Kate Kinsella (San Francisco State University) een effectieve aanvulling kan zijn op Het posterproject.

2. Vraagstelling
Bevordert uitbreiding van Het Posterproject met aspecten van de aanpak van Kinsella de verwerving van de aangeboden schooltaalwoorden?

3. Methode
Om het effect te onderzoeken van implementatie van de aanpak van Kinsella, zijn de resultaten van onderwijs met het ontwikkelde materiaal vergeleken met de resultaten van onderwijs met het bestaande Posterproject. Aan het onderzoek deden twee klassen mee uit het eerste leerjaar van de basisberoepsgerichte leerweg van het vmbo.  De klassen bestonden uit respectievelijk 13 en 12 leerlingen. Deze waren vrijwel allemaal meertalig, met zeven verschillende thuistalen.

Het onderwijsmateriaal werd gevormd door de 30 woorden van cyclus 2 van Het Posterproject Basisonderwijs voor groep 7; dit materiaal werd geschikt geacht voor leerlingen in het eerste leerjaar op dit niveau van het voortgezet onderwijs. In de experimentele conditie bestond het materiaal uit de implementatie van de aanpak van Kinsella in Het Posterproject. De controlegroep kreeg onderwijs met het bestaande Posterproject.

Om de toetsscores vergelijkbaar te houden met andere toetsafnames, is de toets over cyclus 2 die bij Het Posterproject hoort ongewijzigd gebruikt. Er is geen voortoets afgenomen, gezien de bekende geringe kennis van schooltaalwoorden van de doelgroep. De toets bestond uit 15 items die receptieve kennis meten met elk vier antwoordmogelijkheden. Het doelwoord werd vetgedrukt aangeboden in een korte contextzin die nauwelijks informatie over de woordbetekenis gaf. De leerling moest het synoniem of de beste omschrijving van het doelwoord kiezen.

4. Resultaten en conclusies
Bij een vergelijking van de goedscores na de twee methoden, lijkt de verwerving groter na onderwijs met de aanpak van Kinsella (gemiddelde toetsscore 4,52) dan zonder die aanpak (gemiddelde toetsscore 4,08). Dit verschil is echter niet betekenisvol. Er was wel een middelgroot effect: 8,4% van de totale variantie werd verklaard door het verschil in onderwijsaanpak.

De effectgrootte laat zien dat de verwerving bij deze leerlingen duidelijk groter was met de aanpak van Kinsella dan zonder die aanpak. Maar omdat het effect niet betekenisvol is, kan dit echter niet gegeneraliseerd worden naar een onderwijssituatie met andere leerlingen. Wat betreft eventuele interactie-effecten is er geen invloed gevonden van de door de betrokken docenten aangegeven leerlast (moeilijkheidsgraad) van de woorden, of de frequentie van de woorden, of het geslacht van de leerlingen. De taal-achtergrond of etnische achtergrond van de leerlingen was te divers om te kunnen onderzoeken.

5. Aanbevelingen
De onderzoeker pleit voor een vervolgonderzoek naar 'het met de aanpak van Kinsella uitgebreide Posterproject'. Aan een dergelijk onderzoek zouden veel meer proefpersonen moeten deelnemen. Daarnaast zou men gebruik moeten maken van een toets met een voldoende groot aantal items en een hogere betrouwbaarheid.

 

De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2007-2009 zijn geschreven door Monique Oechies en Martine Braaksma.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties