taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2009 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
literatuuronderwijs
leesonderwijs
» ontluikende geletterdheid
» technisch lezen
» begrijpend lezen
» leesbevordering

Doelgroep
NT1-leerlingen

Thema
beginsituatie
» leerlingkenmerken

Land
Nederland

Onderwijstype
universiteit
basisonderwijs
voortgezet/secundair onderwijs

Leeftijd
2,5-4 jaar (1e kleuterklas)
4-5 jaar (groep 1 / 2e kleuterklas)
5-6 jaar (groep 2 / 3e kleuterklas)
6-7 jaar (groep 3 / 1e leerjaar)
7-8 jaar (groep 4 / 2e leerjaar)
8-9 jaar (groep 5 / 3e leerjaar)
9-10 jaar (groep 6 / 4e leerjaar)
10-11 jaar (groep 7 / 5e leerjaar)
11-12 jaar (groep 8 / 6e leerjaar)
12-13 jaar (1e voortgezet/secundair)
13-14 jaar (2e voortgezet/secundair)
14-15 jaar (3e voortgezet/secundair)
15-16 jaar (4e voortgezet/secundair)
16-17 jaar (5e voortgezet/secundair)
17-18 jaar (6e voortgezet/secundair)

Respondenten
leerlingen/cursisten

Aantal respondenten
501 en meer

Methode van dataverzameling
review/meta-analyse

To read or not to read.
Proefschrift
Mol, S.
Leiden: Universiteit Leiden, 2010


» Download de volledige tekst van deze publicatie.


1. Achtergrond
Over het enorme belang van lezen bestaat nauwelijks discussie. Lezen is een onmisbare vaardigheid in de samenleving. Een vroeg begin met voorlezen wordt daarbij gezien als een cruciale stap voor de ontwikkeling van de kennis die nodig is om een vaardige lezer te worden. In het kader van een promotieonderzoek zijn drie meta-analyses uitgevoerd.

Deze meta-analyses vatten 146 nationale en internationale studies samen met in totaal meer dan 10.000 kinderen en studenten waarin de rol van (voor)leesgedrag in de taal- en leesontwikkeling van zeer jonge kinderen tot jongvolwassenen centraal staat. In deze samenvatting wordt alleen de eerste meta-analyse besproken omdat daar (ook) de doelgroep 12-18 jarigen centraal staat. De andere twee meta-analyses gaan over het effect van (interactief) voorlezen aan peuters en kleuters.

2. Vraagstelling
Hoe is het verband tussen lezen in de vrije tijd en uitkomstmaten als begrijpend lezen, technisch lezen en spellen?

3. Methode
Er is een meta-analyse uitgevoerd waarin 99 nationale en internationale studies op een systematische manier zijn samengevat. In die studies werd onderzoek gedaan naar de rol van (voor)leesgedrag in de taal- en leesontwikkeling van zeer jonge kinderen (peuterspeelzalen en kleuterscholen), leerlingen van het voortgezet onderwijs en studenten aan het hbo en de universiteit (in totaal 7669 kinderen, leerlingen en studenten).

4. Resultaten
Vrijetijdslezen is een drijvende kracht achter geletterdheid en taalvaardigheid. Het verband tussen het lezen in de vrije tijd en uitkomstmaten als begrijpend lezen, technisch lezen en spellen is gemiddeld sterk voor kleuters en basisschoolleerlingen, middelbare scholieren en studenten aan het hbo en de universiteit.

Lezers scoren niet alleen hoger op taal- en leesvaardigheid, maar ook op schoolsucces en intelligentie. Uit de meta-analyse blijkt ook dat het effect van lezen met elk schooljaar sterker wordt - een resultaat dat duidt op een wederzijdse beïnvloeding tussen lezen en cognitie. Omdat goede lezers meer plezier beleven aan het lezen van boeken zullen ze er vaker voor kiezen om in hun vrije tijd te lezen, waardoor hun woordenschat verder toeneemt en hun leessnelheid, spellingvaardigheid en tekstbegrip groter worden dan die van leeftijdsgenoten  die geen boeken lezen buiten schooltijd. Boeken lezen verklaarde 12% in de woordenschat van peuters en kleuters, 13% in de middenbouw van de basisschool, 19% in de bovenbouw van de basisschool en de eerste klassen van het voortgezet onderwijs, 30% van de hogere klassen van het voortgezet onderwijs en 34% op hbo- en universiteitsniveau.

Verder laat de meta-analyse zien dat het lezen van boeken essentieel is voor de ontwikkeling van hun basisvaardigheden van zwakkere lezers.

5. Conclusies
Het maakt een groot verschil in het leven van kinderen en studenten of ze literatuur lezen of niet. (Voor)lezen zet een positieve spiraal in gang. Basisschoolleerlingen, middelbare scholieren en studenten die in hun vrije tijd lezen, lezen steeds beter in vergelijking tot hun minder vaak lezende leeftijdgenoten.

6. Aanbevelingen
Het heeft volgens de onderzoeker substantiële voordelen voor de ontwikkeling van begrijpend lezen en technisch lezen en voor succes op school als kinderen van jongs af aan een leesroutine weten te ontwikkelen.

Voor vervolgonderzoek wordt het van belang geacht te onderzoeken hoe de kwaliteit en de kwantiteit van leeservaringen kan worden gepromoot bij zowel jonge kinderen als zwakke en goede lezers. Daarnaast is het nodig om kinderen longitudinaal te volgen binnen hun thuis- en schoolomgeving. Zo kunnen de processen en strategieën in kaart worden gebracht die verklaren hoe voorlezen aan jonge kinderen het leesgedrag van adolescenten en volwassenen bepaalt.

De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2007-2009 zijn geschreven door Monique Oechies en Martine Braaksma.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties