Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
literatuuronderwijs
leesonderwijs
» ontluikende geletterdheid
» technisch lezen
» begrijpend lezen
» leesbevordering
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
beginsituatie
» leerlingkenmerken
Land
Nederland
Onderwijstype
universiteit
basisonderwijs
voortgezet/secundair onderwijs
Leeftijd
2,5-4 jaar (1e kleuterklas)
4-5 jaar (groep 1 / 2e kleuterklas)
5-6 jaar (groep 2 / 3e kleuterklas)
6-7 jaar (groep 3 / 1e leerjaar)
7-8 jaar (groep 4 / 2e leerjaar)
8-9 jaar (groep 5 / 3e leerjaar)
9-10 jaar (groep 6 / 4e leerjaar)
10-11 jaar (groep 7 / 5e leerjaar)
11-12 jaar (groep 8 / 6e leerjaar)
12-13 jaar (1e voortgezet/secundair)
13-14 jaar (2e voortgezet/secundair)
14-15 jaar (3e voortgezet/secundair)
15-16 jaar (4e voortgezet/secundair)
16-17 jaar (5e voortgezet/secundair)
17-18 jaar (6e voortgezet/secundair)
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
501 en meer
Methode van dataverzameling
review/meta-analyse
Proefschrift
Mol, S.
Leiden: Universiteit Leiden, 2010
» Download de volledige tekst van deze publicatie.
1. Achtergrond
Over het enorme belang van
lezen bestaat nauwelijks discussie. Lezen is een onmisbare vaardigheid in de
samenleving. Een vroeg begin met voorlezen wordt daarbij gezien als een
cruciale stap voor de ontwikkeling van de kennis die nodig is om een vaardige
lezer te worden. In het kader van een promotieonderzoek zijn drie meta-analyses
uitgevoerd.
Deze meta-analyses vatten 146 nationale en internationale studies
samen met in totaal meer dan 10.000 kinderen en studenten waarin de rol van
(voor)leesgedrag in de taal- en leesontwikkeling van zeer jonge kinderen tot
jongvolwassenen centraal staat. In deze samenvatting wordt alleen de eerste
meta-analyse besproken omdat daar (ook) de doelgroep 12-18 jarigen centraal
staat. De andere twee meta-analyses gaan over het effect van (interactief)
voorlezen aan peuters en kleuters.
2. Vraagstelling
Hoe is het verband tussen
lezen in de vrije tijd en uitkomstmaten als begrijpend lezen, technisch lezen
en spellen?
3. Methode
Er is een meta-analyse
uitgevoerd waarin 99 nationale en internationale studies op een systematische
manier zijn samengevat. In die studies werd onderzoek gedaan naar de rol van
(voor)leesgedrag in de taal- en leesontwikkeling van zeer jonge kinderen (peuterspeelzalen
en kleuterscholen), leerlingen van het voortgezet onderwijs en studenten aan
het hbo en de universiteit (in totaal 7669 kinderen, leerlingen en studenten).
4. Resultaten
Vrijetijdslezen
is een drijvende kracht achter geletterdheid en taalvaardigheid. Het verband
tussen het lezen in de vrije tijd en uitkomstmaten als begrijpend lezen, technisch lezen en spellen is
gemiddeld sterk voor kleuters en basisschoolleerlingen, middelbare scholieren
en studenten aan het hbo en de universiteit.
Lezers scoren niet alleen hoger op taal- en leesvaardigheid, maar ook op schoolsucces en intelligentie. Uit de meta-analyse blijkt ook dat het effect van lezen met elk schooljaar sterker wordt - een resultaat dat duidt op een wederzijdse beïnvloeding tussen lezen en cognitie. Omdat goede lezers meer plezier beleven aan het lezen van boeken zullen ze er vaker voor kiezen om in hun vrije tijd te lezen, waardoor hun woordenschat verder toeneemt en hun leessnelheid, spellingvaardigheid en tekstbegrip groter worden dan die van leeftijdsgenoten die geen boeken lezen buiten schooltijd. Boeken lezen verklaarde 12% in de woordenschat van peuters en kleuters, 13% in de middenbouw van de basisschool, 19% in de bovenbouw van de basisschool en de eerste klassen van het voortgezet onderwijs, 30% van de hogere klassen van het voortgezet onderwijs en 34% op hbo- en universiteitsniveau.
Verder
laat de meta-analyse zien dat het lezen van boeken
essentieel is voor de ontwikkeling van hun basisvaardigheden van zwakkere lezers.
5. Conclusies
Het maakt
een groot verschil in het leven van kinderen en studenten of ze literatuur
lezen of niet. (Voor)lezen zet een positieve spiraal in gang.
Basisschoolleerlingen, middelbare scholieren en studenten die in hun vrije tijd
lezen, lezen steeds beter in vergelijking tot hun minder vaak lezende
leeftijdgenoten.
6. Aanbevelingen
Het heeft volgens
de onderzoeker substantiële voordelen voor de ontwikkeling van begrijpend lezen
en technisch lezen en voor succes op school als kinderen van jongs af aan een
leesroutine weten te ontwikkelen.
Voor vervolgonderzoek wordt het van belang geacht te onderzoeken hoe de kwaliteit en de kwantiteit van leeservaringen kan worden gepromoot bij zowel jonge kinderen als zwakke en goede lezers. Daarnaast is het nodig om kinderen longitudinaal te volgen binnen hun thuis- en schoolomgeving. Zo kunnen de processen en strategieën in kaart worden gebracht die verklaren hoe voorlezen aan jonge kinderen het leesgedrag van adolescenten en volwassenen bepaalt.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2007-2009 zijn geschreven door Monique Oechies en Martine Braaksma.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties