Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
literatuuronderwijs
» poëzie
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
onderwijsleeractiviteiten
» effectonderzoek
Land
Nederland
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» vmbo
» havo
» vwo
Leeftijd
12-13 jaar (1e voortgezet/secundair)
Tekstsoort
verhalende teksten
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
61-100
Methode van dataverzameling
schriftelijke enquête
toetsen/tests
taalvaardigheidstaken
Een onderzoek naar de invloed van productieve literatuureducatie op receptieve vaardigheden en attitudes.
Lammers, E.
Amsterrdam: Stichting Lezen, 2010
» De volledige tekst van deze publicatie: kan gedownload worden bij de uitgever
1. Achtergrond
Dit onderzoek is uitgevoerd
in het kader van een masterscriptie en had tot doel te onderzoeken of
productieve literatuureducatie (gedichten schrijven) invloed heeft op receptieve
literaire vaardigheden en de houding ten opzichte van literaire receptie.
2. Vraagstelling
Heeft productieve
literatuureducatie invloed op receptieve literaire vaardigheden en de houding ten
opzichte van literaire receptie?
3. Methode
Er is een experimenteel
onderzoek uitgevoerd waaraan 98 brugklasleerlingen (vmbo- en vwo-niveau) meededen.
De leerlingen volgden een lessenserie 'Gedichten schrijven' waarin zij leerden
metaforen te maken, gedichten schreven en reflecteerden op elkaars gedichten.
Er was geen controlegroep. Er werden verschillende metingen verricht door
middel van vragenlijsten:
- algemene intelligentie
- receptief metaforisch vermogen
- houding ten opzichte van het lezen van literatuur en literaire bekendheid
Het productief metaforisch vermogen is gemeten door een analyse van de door de leerlingen geschreven gedichten.
4. Resultaten
De gemiddelde leerling die deelnam aan het project bleek
na afloop significant hoger te scoren op het receptief metaforisch vermogen.
Het gemiddelde verschil tussen de score voor aanvang en na afloop van het project bleek echter vrij
klein te zijn en ook bleek er niet zozeer sprake te zijn van een 'gemiddelde leerling': er
was ook een behoorlijk aantal deelnemers dat na afloop van het project niet hoger
scoorde op de variabele receptief metaforisch vermogen. Dit waren echter met name de
deelnemers van wie dit vermogen al voor aanvang van het project sterk ontwikkeld was. Het
receptief metaforisch vermogen van de deelnemers bij wie dit voor aanvang van het project
nog niet zo sterk ontwikkeld was, bleek wel een redelijke groei te hebben doorgemaakt.
Op de ontwikkeling van dit vermogen en de houding bleken verder geen variabelen van
invloed.
5. Conclusies
Het productieve
literatuureducatieve project heeft geen invloed gehad op de houding ten opzichte van het lezen van
literatuur maar wel op het metaforisch vermogen van de leerlingen.
6. Aanbevelingen
De invloed van productieve
literatuureducatie is in dit onderzoek gemeten bij een groep deelnemers van 12 à 13 jaar
oud. Hoewel andere achtergrondkenmerken de invloed van productieve
literatuureducatie niet afzwakten of versterkten, zou het volgens de
onderzoeker kunnen zijn dat leeftijd de bijdrage van productieve
literatuureducatie aan het receptief metaforisch vermogen en de houding ten
opzichte van het lezen van literatuur beïnvloedt. Het is dus niet zeker of
productieve literatuureducatie bij jongere kinderen of juist bij volwassenen
een zelfde effect zou hebben. Daarom zou men in vervolgonderzoek meerdere
leeftijdsgroepen bij het experiment kunnen betrekken.
Een andere tekortkoming van dit onderzoek is dat er geen controlegroep was samengesteld. Het is dus niet helemaal zeker dat de veranderingen bij de deelnemers het gevolg zijn van productieve literatuureducatie. In vervolgonderzoek moet dus zeker een controlegroep worden opgenomen.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2007-2009 zijn geschreven door Monique Oechies en Martine Braaksma.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties