taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2009 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
schrijfonderwijs
» spelling
» schrijven op tekstniveau
» schrijven op zinsniveau
leesonderwijs
» begrijpend lezen
domeinoverschrijdend

Doelgroep
NT1-leerlingen

Thema
onderwijsleermateriaal
» papier

Land
Nederland

Onderwijstype
universiteit
voortgezet/secundair onderwijs
» vwo

Leeftijd
17-18 jaar (6e voortgezet/secundair)

Tekstsoort
betogende teksten
informatieve teksten

Respondenten
leerkrachten/lesgevers

Methode van dataverzameling
taalvaardigheidstaken
documentanalyse
schriftelijke enquête

Nederlands in voortgezet en hoger onderwijs: Hoe sluit dat aan?
Deel 2.
Bonset., H.
2010
p. 4-8
in: Levende Talen Magazine, jrg. 97 , nr. 4


Zie ook Bonset (2010) voor deel 1 van deze publicatie.

1. Achtergrond
Uit een onderzoek van de SLO (zie Bonset, 2010a) blijkt dat er een behoorlijke discrepantie is tussen de inschatting die eerstejaarsstudenten zelf maken van hun taalvaardigheid, en de inschatting die hun universitaire opleiders en hun (voormalige) docenten Nederlands in het vwo daarvan maken.

In vervolgonderzoek werd onderzocht in hoeverre taalvaardigheidsproblemen bij eerstejaars kunnen voortkomen uit een spanning tussen de eisen in het examenprogramma Nederlands vwo en de eisen aan de beheersing van het Nederlands in het wetenschappelijk onderwijs. Het accent ligt hierbij op het meest problematische onderdeel: schrijfvaardigheid. Ten slotte wordt onderzocht op welke manieren de aansluiting tussen vwo en wetenschappelijk onderwijs op het gebied van taalvaardigheid verbeterd kan worden.

2. Vraagstelling

3. Methode
Er is een documentanalyse uitgevoerd in het examenprogramma Nederlands voor vwo en er is gevraagd naar de ervaringen van universitaire opleiders. Ook is er een pilotproject gestart waarin CEVO, Cito, SLO en Levende Talen met instemming van OCW de mogelijkheid onderzochten om schrijfvaardigheid in de vorm van gedocumenteerd schrijven te toetsen in het centraal examen.

4. Resultaten

Analyse examenprogramma Nederlands voor vwo
Voor leesvaardigheid bleken de lacunes in taalvaardigheid bij eerstejaars in grote lijnen niet toegeschreven kunnen worden aan tekortkomingen in het examenprogramma. Elementen als verbanden leggen en hoofdzaken van bijzaken onderscheiden die door opleiders als knelpunten bij studenten werden aangemerkt, maken deel uit van de eindtermen, evenals ruime aandacht voor argumenteren en redeneren.

Wel ontbreekt in de eindtermen het leggen van verbanden tussen verschillende teksten, wat bij de ontevreden studenten relatief scoorde als lacune. De eindtermen schrijfvaardigheid geven geen reden om te constateren dat ze conflicteren met de eisen aan schrijfvaardigheid in het wetenschappelijk onderwijs. Correct formuleren en spellen zijn erin vertegenwoordigd en ook het element 'reviseren van teksten' is duidelijk aanwezig. Structuur aanbrengen in de tekst wordt niet expliciet aangeduid, maar mag geacht worden deel uit te maken van een 'adequate presentatie van de informatie'.

De vraag is natuurlijk hoe aan de eindtermen in de praktijk van het voortgezet onderwijs vorm wordt gegeven. Zo worden spelling en grammaticaal formuleren wel onderwezen in het basisonderwijs en onderbouw van het voortgezet onderwijs, maar vervolgens niet bijgehouden (en 'bestraft')  in de bovenbouw. Bovendien is de examinering van schrijfvaardigheid veranderd met de invoering van de Tweede Fase in 1998. Schrijfvaardigheid wordt sindsdien getoetst in het schoolexamen en niet meer in het centraal examen. Dit heeft de vrijheid van docenten vergroot in de vormgeving en toetsing van hun onderwijs, maar tegelijkertijd het zicht verkleind op wat er precies gebeurt in het schrijfvaardigheidsonderwijs.

Pilotexamen schrijfvaardigheid
Om de mogelijkheden te verkennen om schrijfvaardigheid (opnieuw) deel te laten uitmaken van het centraal examen Nederlands is er in 2008 een pilotproject gestart.  Daarin onderzochten vertegenwoordigers van CEVO, Cito, SLO en Levende Talen met instemming van OCW de mogelijkheid om schrijfvaardigheid in de vorm van gedocumenteerd schrijven te toetsen in het centraal examen.

Het pilotexamen is afgenomen als schoolexamen op tien scholen, geografisch gespreid over Nederland, bij leerlingen uit 5 havo, 5 vwo en 6 vwo. Aan het pilotexamen was een pilot correctie schrijfvaardigheid gekoppeld waarin is geëxperimenteerd met een analytisch en een globaalanalytisch beoordelingsmodel. Direct na afloop van het correctieweekend is de mening van de betrokken docenten-beoordelaars gepeild: 43% voelde toen voor invoering van gedocumenteerd schrijven als tweede zitting in het centraal examen, 17% wees dit af en 40% had zijn twijfels.

5. Conclusies en aanbevelingen
Het ziet er niet naar uit dat aansluitingsproblemen tussen Nederlands in het vwo en het wetenschappelijk onderwijs toe te schrijven zijn het huidige examenprogramma Nederlands, al zeker niet bij het onderdeel schrijfvaardigheid.

Wat wel de kwaliteit en status van het onderdeel schrijfvaardigheid (en kwaliteit van het centraal examen Nederlands in zijn geheel) zou kunnen verhogen, is herinvoering van een centrale examenzitting voor (gedocumenteerd) schrijven. De acceptatie door docenten Nederlands van een dergelijk examen lijkt echter (in de voorgestelde vorm) nog onvoldoende. Of van de referentieniveaus en een flankerend taalbeleid iets te verwachten valt, zal volgens de onderzoeker sterk afhankelijk zijn van impulsen van de overheid.

 

De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2007-2009 zijn geschreven door Monique Oechies en Martine Braaksma.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties