Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
schrijfonderwijs
» spelling
» schrijven op tekstniveau
» schrijven op zinsniveau
leesonderwijs
» begrijpend lezen
domeinoverschrijdend
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
onderwijsleermateriaal
» papier
Land
Nederland
Onderwijstype
universiteit
voortgezet/secundair onderwijs
» vwo
Leeftijd
17-18 jaar (6e voortgezet/secundair)
Tekstsoort
betogende teksten
informatieve teksten
Respondenten
leerkrachten/lesgevers
Methode van dataverzameling
taalvaardigheidstaken
documentanalyse
schriftelijke enquête
Deel 2.
Bonset., H.
2010
p. 4-8
in: Levende Talen Magazine, jrg. 97 , nr. 4
Zie ook Bonset (2010) voor deel 1 van deze publicatie.
1. Achtergrond
Uit een onderzoek van de SLO
(zie Bonset, 2010a) blijkt dat er een behoorlijke discrepantie is tussen de
inschatting die eerstejaarsstudenten zelf maken van hun taalvaardigheid, en de
inschatting die hun universitaire opleiders en hun (voormalige) docenten
Nederlands in het vwo daarvan maken.
In vervolgonderzoek werd
onderzocht in hoeverre taalvaardigheidsproblemen bij eerstejaars kunnen
voortkomen uit een spanning tussen de eisen in het examenprogramma Nederlands vwo en
de eisen aan de beheersing van het Nederlands in het wetenschappelijk
onderwijs. Het accent ligt hierbij op het meest problematische onderdeel:
schrijfvaardigheid. Ten slotte wordt onderzocht op welke manieren de
aansluiting tussen vwo en wetenschappelijk onderwijs op het gebied van
taalvaardigheid verbeterd kan worden.
2. Vraagstelling
- Kunnen lacunes in taalvaardigheid bij universitaire eerstejaars toegeschreven worden aan tekortkomingen in het examenprogramma Nederlands voor vwo?
- Op welke manieren kan de
aansluiting tussen vwo en wetenschappelijk onderwijs op het gebied van
taalvaardigheid verbeterd worden?
3. Methode
Er is een documentanalyse
uitgevoerd in het examenprogramma Nederlands voor vwo en er is gevraagd naar de
ervaringen van universitaire opleiders. Ook is er een pilotproject gestart
waarin CEVO, Cito, SLO en Levende Talen met instemming van OCW de mogelijkheid
onderzochten om schrijfvaardigheid in de vorm van gedocumenteerd schrijven te
toetsen in het centraal examen.
4. Resultaten
Analyse examenprogramma
Nederlands voor vwo
Voor leesvaardigheid bleken
de lacunes in taalvaardigheid bij eerstejaars in grote lijnen niet
toegeschreven kunnen worden aan tekortkomingen in het examenprogramma.
Elementen als verbanden leggen en hoofdzaken van bijzaken onderscheiden die
door opleiders als knelpunten bij studenten werden aangemerkt, maken deel uit
van de eindtermen, evenals ruime aandacht voor argumenteren en redeneren.
Wel ontbreekt in de eindtermen het leggen van verbanden tussen verschillende teksten, wat bij de ontevreden studenten relatief scoorde als lacune. De eindtermen schrijfvaardigheid geven geen reden om te constateren dat ze conflicteren met de eisen aan schrijfvaardigheid in het wetenschappelijk onderwijs. Correct formuleren en spellen zijn erin vertegenwoordigd en ook het element 'reviseren van teksten' is duidelijk aanwezig. Structuur aanbrengen in de tekst wordt niet expliciet aangeduid, maar mag geacht worden deel uit te maken van een 'adequate presentatie van de informatie'.
De vraag is natuurlijk hoe aan de eindtermen in de praktijk van het voortgezet onderwijs vorm wordt gegeven. Zo worden spelling en grammaticaal formuleren wel onderwezen in het basisonderwijs en onderbouw van het voortgezet onderwijs, maar vervolgens niet bijgehouden (en 'bestraft') in de bovenbouw. Bovendien is de examinering van schrijfvaardigheid veranderd met de invoering van de Tweede Fase in 1998. Schrijfvaardigheid wordt sindsdien getoetst in het schoolexamen en niet meer in het centraal examen. Dit heeft de vrijheid van docenten vergroot in de vormgeving en toetsing van hun onderwijs, maar tegelijkertijd het zicht verkleind op wat er precies gebeurt in het schrijfvaardigheidsonderwijs.
Pilotexamen
schrijfvaardigheid
Om de mogelijkheden te
verkennen om schrijfvaardigheid (opnieuw) deel te laten uitmaken van het
centraal examen Nederlands is er in 2008 een pilotproject gestart. Daarin
onderzochten vertegenwoordigers van CEVO, Cito, SLO en Levende Talen met
instemming van OCW de mogelijkheid om schrijfvaardigheid in de vorm van
gedocumenteerd schrijven te toetsen in het centraal examen.
Het pilotexamen is
afgenomen als schoolexamen op tien scholen, geografisch gespreid over
Nederland, bij leerlingen uit 5 havo, 5 vwo en 6 vwo. Aan het pilotexamen was
een pilot correctie schrijfvaardigheid gekoppeld waarin is geëxperimenteerd met
een analytisch en een globaalanalytisch beoordelingsmodel. Direct na afloop van
het correctieweekend is de mening van de betrokken docenten-beoordelaars
gepeild: 43% voelde toen voor invoering van gedocumenteerd schrijven als tweede
zitting in het centraal examen, 17% wees dit af en 40% had zijn twijfels.
5. Conclusies en
aanbevelingen
Het ziet er niet naar uit dat
aansluitingsproblemen tussen Nederlands in het vwo en het wetenschappelijk
onderwijs toe te schrijven zijn het huidige examenprogramma Nederlands, al
zeker niet bij het onderdeel schrijfvaardigheid.
Wat wel de kwaliteit en status van het onderdeel schrijfvaardigheid (en kwaliteit van het centraal examen Nederlands in zijn geheel) zou kunnen verhogen, is herinvoering van een centrale examenzitting voor (gedocumenteerd) schrijven. De acceptatie door docenten Nederlands van een dergelijk examen lijkt echter (in de voorgestelde vorm) nog onvoldoende. Of van de referentieniveaus en een flankerend taalbeleid iets te verwachten valt, zal volgens de onderzoeker sterk afhankelijk zijn van impulsen van de overheid.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2007-2009 zijn geschreven door Monique Oechies en Martine Braaksma.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties