taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Taalunieversum - Alles over het Nederlands

Achtergrond

Het onderzoek betreft een promotieonderzoek naar affectieve leeservaringen van leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs (leeftijd 9 tot 17 jaar). Het onderzoek valt uiteen in een exploratief, kwalitatief gedeelte (exploratief onderzoek) en een meer toetsend, kwantitatief gedeelte (survey-onderzoek). Het doel van het exploratieve onderzoek is het inventariseren en ordenen van een groot arsenaal aan persoonlijke leeservaringen. Met de uitspraken over de persoonlijke leeservaringen is een vragenlijst geconstrueerd waarmee het survey-onderzoek is uitgevoerd. In deze samenvatting worden de resultaten van de gehele onderzoeksgroep gepresenteerd: voor het exploratief onderzoek leerlingen van 9 tot 17 jaar en volwassenen en voor het survey-onderzoek leerlingen van 9 tot 17 jaar. Voor een specifiek inzicht in de resultaten van leerlingen van het voortgezet onderwijs wordt verwezen naar hoofdstuk 6 van het proefschrift (met name de tabellen).

Vraagstelling

1.Welke verschijnselen van emotionele leesbeleving worden door lezers van uiteenlopende leeftijd ervaren en hoe kunnen we deze ervaringen in kaart brengen, ordenen en categoriseren? 2.Kunnen we een vragenlijst ontwerpen waarmee we de emotionele beleving tijdens het lezen van boeken meetbaar kunnen maken? 3.In welke mate worden verschillende affectieve verschijnselen ervaren door scholieren, en welke rol spelen factoren als leerjaar, sekse en leesfrequentie hierin? a. In welke mate worden verschillende intrinsieke/stemmingsregulerende motieven genoemd die voor scholieren de aanzet vormen tot het lezen van boeken en wat is de rol van leerjaar, sekse en leesfrequentie daarbij? b. In welke mate worden verschillende verschijnselen van emotionele leesbeleving ervaren door scholieren de aanzet vormen tot het lezen van boeken en wat is de rol van leerjaar, sekse en leesfrequentie daarbij? 4.Kan het lezen van boeken de affectieve, en in het bijzonder de emotionele ontwikkeling van het opgroeiende kind bevorderen, en welke rol spelen factoren als leerjaar en sekse in deze relatie? a. Kan het lezen van boeken de vaardigheid in het reguleren van gevoelens/stemmingen bevorderen, en welke rol spelen leerjaar en sekse in dit verband? b. Kan het lezen van boeken de ontwikkeling van kennis over emoties/gevoelens bevorderen, en welke rol spelen leerjaar en sekse in dit verband?

Methode

Voor het exploratieve onderzoek werden verschillende groepen mensen geïnterviewd: +/- 30 interviews met (jeugd)bibliothecarissen, leesfanaten en mensen met een sterke emotionele leesbeleving. +/- 20 interviews met leesfanaten ter voorbereiding op interviews met basisschoolleerlingen. +/- 50 interviews met scholieren (alleen zesde groep en hoger) op drie basisscholen. +/- 70 interviews met scholieren op negen middelbare scholen. Het betrof leerlingen uit de tweede en de vierde klassen van VBO, MAVO, HAVO en VWO. Om de op basis van het exploratieve onderzoek gebaseerde vragenlijst te construeren, is een pilotstudy uitgevoerd. Doel van deze pilotstudie was om uitspraken te kunnen over de itemlijst en niet om uitspraken te kunnen doen over de emotionele leesbeleving van Nederlandse scholieren. De respondenten in de pilotstudy waren 769 leerlingen uit 14 scholen voor het voortgezet onderwijs en 4 scholen voor het basisonderwijs. Voor het survey-onderzoek voerden 3025 leerlingen van verschillende basisscholen en scholen voor het voortgezet onderwijs de vragenlijst in. Het betrof leerlingen uit groep 6 en 8 en uit de tweede en vierde klassen van VBO, MAVO, HAVO en VWO. In de vragenlijst waren items opgenomen over stemmingsregulerend lezen, intrinsieke leesmotievatie en emotionele betrokkenheid.

Resultaten

Het exploratieve onderzoek Het bleek dat veel mensen ervaringen hebben met het emotioneel belevend lezen. Naast het plezier dat deze mensen beleven aan het intrinsiek gemotiveerde lezen, blijkt uit hun commentaar hoezeer zij waarde hechten aan educatieve waarde die de emotionele beleving tijdens het lezen voor hen heeft. De variatie aan gevoelens die tijdens het lezen, en naar aanleiding van de tekst, ervaren wordt, is enorm. Naast prettige gevoelens zoals tevredenheid, vreugde en plezier en onprettige gevoelens zoals angst, droefheid en boosheid, ervaren mensen onbestemde gevoelens of gevoelens waarvan de hedonische toon kan variëren (bijvoorbeeld: herkenning, bewondering, verbazing en interesse). De mate van inleving in het verhaal is een factor die mede bepalend is voor de gevoelens die ervaren worden in relatie tot de beschreven gebeurtenissen. Belangstelling en interesse lijken de voornaamste gevoelens te zijn die naar aanleiding van het lezen worden opgeroepen. Deze gevoelens spelen gedurende het hele leesproces continu een rol en reflecteren de fascinatie van de lezer voor de tekst. Het survey-onderzoek De leesfrequentie en de relatie met emotionele leesbeleving en stemmingsregulerend lezen, blijken van essentiële betekenis. Achtergrondkenmerken als sekse, leerjaar en schooltype zijn op hun beurt van invloed op de mate waarin leerlingen lezen. Het lezen met betrokkenheid en het lezen voor de stemmingsregulatie bleek een veel voorkomend verschijnsel bij jeugdige lezers, met name bij veel-lezende jongeren, basisschoolleerlingen en alle meisjes. Frequente lezers gebruiken de tekst vaker ter verlichting, reparatie of behoud van het humeur of de stemming dan infrequente lezers. Meisjes, die over het algemeen een hogere leesfrequentie hebben dan jongens, lezen naar verhouding ook meer voor stemmingsregulatie en scoren hoger op leesplezier en uithoudingsvermogen. Alleen voor het lezen om het spanningsniveau op te voeren is er geen sekseverschil. Ook verschillen jongens en meisjes van elkaar wat het soort stemming betreft waarvoor in het lezen soelaas gezocht wordt. Meisjes lezen bijvoorbeeld vooral bij een behoefte aan afzondering en vergetelheid en ter verlichting van gevoelens van eenzaamheid. Het lezen voor primair intrinsieke motieven bleek niet constant maar loopt terug naarmate de leerlingen verder in het leerjaar komen. Deze afname geldt voor alle categorieën van stemmingsregulatie in meer of in minder sterke mate. De behoefte aan het lezen voor de spanning en voor afzondering neemt naar leeftijd licht af, terwijl het lezen voor de afleiding verhoudingsgewijs sterk afneemt. Het leesplezier en het uithoudingsvermogen in relatie met de leeshandeling lopen niet terug naarmate de leerlingen verder in het leerjaar komen. De mate waarin leerlingen lezen, hangt verder zowel samen met de mate van leesbetrokkenheid en emotionele leesbeleving, als met de soort emoties die tijdens het lezen ervaren worden. De verwachting dat frequente lezers vooral emoties van de meest 'complexe' soort ondervinden tijdens het lezen, werd slechts ten dele door de resultaten ondersteund. De uitkomsten bevestigen de veronderstelling dat meisjes emoties als empathie, sympathie, verdriet en boosheid vaker ervaren dan jongens. Ook op veel andere categorieën van emotionele leesbeleving scoren meisjes hoger dan jongens. Bij de categorieën schaterlachen, voorkeur voor grappige boeken, plezier, verbazing, bewondering en verplaatsing in de tekst, is het verschil tussen de seksen er niet of nauwelijks. De veronderstelling dat oudere leerlingen (tweede en vierde klas voortgezet onderwijs) emoties die als onprettig worden ervaren en emoties als empathie en sympathie vaker ervaren dan jongere leerlingen werd bevestigd. Op de andere emotiecategorieën met uitzondering van de categorie interesse scoren de basisschoolleerlingen hoger of is er geen verschil tussen de leerjaren.

Conclusies

1. Verschijnselen van emotionele leesbeleving ervaren door lezers van uiteenlopende leeftijd Veel mensen hebben ervaringen met het emotioneel belevend lezen. Naast het plezier dat ze beleven aan het intrinsiek gemotiveerde lezen, blijkt uit hun commentaar hoezeer zij waarde hechten aan educatieve waarde die de emotionele beleving tijdens het lezen voor hen heeft. De variatie aan gevoelens die tijdens het lezen, en naar aanleiding van de tekst, ervaren wordt, is enorm. Naast prettige gevoelens zoals tevredenheid, vreugde en plezier en onprettige gevoelens zoals angst, droefheid en boosheid, ervaren mensen naar aanleiding van het lezen ook onbestemde gevoelens of gevoelens waarvan de hedonische toon kan variëren (bijvoorbeeld: herkenning, bewondering, verbazing en interesse). 2. De vragenlijst De categorieën en de items binnen de categorieën van de vragenlijst bleken voldoende sterk en betrouwbaar en vormden een goed instrument voor de meting van de beleving van emoties tijdens het lezen. 3. Verschillende affectieve verschijnselen die ervaren worden door scholieren, en de rol van factoren als leerjaar, sekse en leesfrequentie Lezen met emotionele betrokkenheid en lezen voor stemmingsregulatie zijn veel voorkomende verschijnselen bij jeugdige lezers in het algemeen, en in het bijzonder bij meisjes, basisschoolleerlingen en scholieren met een hoge leesfrequentie. 4. Het lezen van boeken en de bevordering van de affectieve, de emotionele ontwikkeling van het opgroeiende kind en de rol van factoren als leerjaar en sekse Frequente lezers lezen vaker voor stemmingsregulatie en weten daarmee het lezen vaker en vaardiger in te zetten als instrument voor stemmingsregulatie en stemmingsbehoud. Meisjes lezen over het algemeen meer voor stemmingsregulatie dan jongens. Verder bleek dat aan de leeshandeling van meisjes andere stemmingsregulerende motieven ten grondslag liggen dan aan de leeshandeling van de jongens. Meisjes lezen bijvoorbeeld vooral meer voor afzondering, vergetelheid en ter verlichting van eenzaamheid dan jongens. Het stemmingsregulerend lezen liep terug naarmate de leerlingen verder in het leerjaar kwamen. Leesplezier en uithoudingsvermogen bleven wel constant. De mate waarin scholieren lezen beïnvloedt niet alleen de mate van emotionele leesbeleving maar ook het soort emoties dat ervaren wordt tijdens het lezen. Voor het idee dat lezers met een hogere leesfrequentie meer dan infrequente lezers, emoties ervaren die meer emotiekennis veronderstellen, werden slechts ten dele aanwijzingen gevonden. Meisjes ondervonden niet alleen in het algemeen meer emoties tijdens het lezen dan jongens, maar vooral ook meer 'complexe' emoties zoals empathie en sympathie. Oudere leerlingen ondervonden vaker dan jongere leerlingen emoties die een grotere emotiekennis vereisen. De leesfrequentie bleek sterk samen te hangen met achtergrondkenmerken als sekse, leerjaar en schooltype.

Aanbevelingen

Door in het onderwijs voorbij te gaan aan de persoonlijke leesbetrokkenheid wordt tevens voorbij gegaan aan de kans om de leerling een instrument in handen te spelen dat een belangrijke bijdrage kan leveren aan zijn of haar emotionele en sociale ontwikkeling. Daardoor kan bovendien de sleutel tot het leesplezier en een belangrijke kans tot het ontwikkelen van de leesgewoonte aan de aandacht van de leerling ontsnappen. Het zou de leerling ten goede komen wanneer binnen het onderwijs zowel de leeshouding van afstand en kritiek als de leeshouding van betrokkenheid en overgave gestimuleerd worden en de leerling vaardigheden wordt bijgebracht om de twee leeshoudingen zo efficiënt mogelijk af te wisselen.

Opmerkingen

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties