taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2005 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
literatuuronderwijs
» poëzie
» volwassenenliteratuur

Doelgroep
NT1-leerlingen

Thema
evaluatie van onderwijsopbrengsten

Land
Nederland

Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» vwo
» havo

Leeftijd
15-16 jaar (4e voortgezet/secundair)
16-17 jaar (5e voortgezet/secundair)
17-18 jaar (6e voortgezet/secundair)

Tekstsoort
verhalende teksten

Respondenten
leerlingen/cursisten
oud-leerlingen
leerkrachten

Aantal respondenten
301-500

Methode van dataverzameling
interviews
schriftelijke enquête
observaties

Literatuuronderwijs bij benadering

Een empirisch onderzoek naar de vormgeving en opbrengsten van het literatuuronderwijs Nederlands in de bovenbouw van het havo en vwo.
Janssen, T.
Proefschrift Universiteit Utrecht, 1998

Achtergrond

Het onderzoeksproject 'Inhoud en opbrengsten van het literatuuronderwijs' van Janssen onderzoekt de praktijk van het literatuuronderwijs Nederlands en bestaat uit vijf verschillende deelstudies: 1. een enquête onder docenten Nederlands; 2. diepte-interviews met docenten; 3. observaties van literatuurlessen; 4. analyse van leerverslagen van leerlingen; 5. analyse van leerverslagen van oud-leerlingen. De eerste drie studies zijn gericht op docentgedrag, de laatste twee op leerlingen en hun leerervaringen. In haar proefschrift doet Janssen (1998; zie ook Jansen, 2002) verslag van deze vijf studies. In Janssen (1997) wordt verslag gedaan van een aspect van de derde deelstudie. In de inventarisatie van Hoogeveen & Bonset (1998) is in verschillende paragrafen aandacht besteed aan de eerste vier deelstudies van het project. Daarom worden deze deelstudies hier niet opnieuw samengevat. De laatste deelstudie ('leerervaringen van oud-leerlingen') is niet opgenomen in Hoogeveen & Bonset en wordt hier samengevat.

Vraagstelling

-Wat zeggen oud-leerlingen geleerd te hebben van het literatuuronderwijs Nederlands van vier docenten Nederlands? (representanten van vier verschillende profielen: literatuuronderwijs als Culturele vorming, Literair-esthetische vorming, Maatschappelijke vorming en Individuele ontplooiing). -Zijn er verschillen in de aard van de leerervaringen van oud-leerlingen die verschillend literatuuronderwijs hebben gevolgd? (zie vraag 1).

Methode

Oud-leerlingen (102) van vier leraren vulden een vragenlijst in, die bestond uit drie hoofdonderdelen: persoonlijke gegevens, belangstelling en activiteit op het gebied van literatuur en literatuur Nederlands: wat heeft u eraan gehad? Het laatste onderdeel vormt de kern van de vragenlijst en is een vereenvoudigde versie van het leerverslag dat eerder aan leerlingen is voorgelegd (zie studie 4 van Janssen, 1998). De oud-leerlingen vulden twee rubrieken van leerervaringen in: ‘Leerervaringen over jezelf' en ‘leerervaringen over de wereld'.

Resultaten

-De helft van de oud-leerlingen zei geen of weinig belangstelling te hebben voor literatuur (47%). Meer dan de helft las geen of weinig literatuur (65%) en eenderde gaf aan op geen enkele wijze deel te nemen aan literaire of culturele activiteiten, zoals bibliotheek- of theaterbezoek (29%). Uit de leerverslagen kwam een grote diversiteit aan leeropbrengsten van het literatuuronderwijs naar voren. Er waren weinig categorieën van leerervaringen die door 50% of meer van de respondenten genoemd werden; de meeste leerervaringen werden maar door een enkeling genoemd. -Significante verschillen in leeropbrengst tussen oud-leerlingen van verschillende docenten waren er niet of nauwelijks.

Conclusies

De oud-leerlingen vormden zeker geen select gezelschap van literatuurliefhebbers en reageerden zeer verdeeld op de vraag wat zij van het literatuuronderwijs meegenomen hadden. Docent-effecten werden niet gevonden. De leeropbrengsten van literatuuronderwijs als Culturele vorming, Literair-esthetische vorming, Maatschappelijke vorming en Individuele vorming lijken – op langere termijn – weinig van elkaar te verschillen.

Aanbevelingen

-

Opmerkingen

De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties