taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2005 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
literatuuronderwijs
» kinderboeken
» jeugdliteratuur

Doelgroep
NT1-leerlingen

Thema
beginsituatie
» buitenschoolse kenmerken

Land
Nederland

Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» mavo
» vmbo

Leeftijd
13-14 jaar (2e voortgezet/secundair)
15-16 jaar (4e voortgezet/secundair)

Respondenten
leerlingen/cursisten

Aantal respondenten
501 en meer

Methode van dataverzameling
schriftelijke enquête

Leesgedrag van vmbo leerlingen

Tellegen, S., & M. Lampe
Stichting Lezen, 2000

Achtergrond

Het onderzoek is een onderdeel van het project Bazar (materiaalontwikkeling voor fictie- en leesonderwijs voor het VMBO). In een secundaire analyse van bestaand materiaal is een aantal aspecten van het leesgedrag van vmbo-leerlingen onderzocht: leesmotivatie, leesaandacht, leesbeleving: emotioneel en verbeeldend en tenslotte informele leerprocessen.

Vraagstelling

-Wat is het leesgedrag van vmbo-leerlingen? De aspecten leesmotivatie, leesaandacht, leesbeleving: emotioneel en verbeeldend, en informele leesprocessen zijn onderzocht. -Hoe verschillen jongens en meisjes in die aspecten van het leesgedrag?

Methode

De gegevens over de aspecten van het leesgedrag zijn verkregen door een secundaire analyse van bestaand materiaal afkomstig uit onderzoek van Van der Bolt (2000) naar affectieve leesbeleving en onderzoek van Tellegen en Frankhuizen (1998) naar leesaandacht. In deze onderzoeken vulden leerlingen vragenlijsten in. Elk aspect is uitgesplitst in meerdere deelaspecten. Elk deelaspect bevatte verscheidene vragen. Bijvoorbeeld: het deelaspect Leesmotivatie is opgesplitst in instrumentele en intrinsieke leesmotivatie. Bij deze laatste categorie is een aantal vragen gewijd aan lezen voor rust en afleiding en een aantal vragen aan lezen voor spanning. Bijvoorbeeld: "Als ik ergens op moet wachten, ga ik ondertussen lezen." Bij elke vraag konden de leerlingen aangeven of dat nooit, soms of vaak op hun eigen leesgedrag van toepassing was. Van der Bolt (2000) ondervroeg in 1993 leerlingen in het kader van haar onderzoek naar affectieve leesbeleving. Bij dit onderzoek waren 1.125 leerlingen in de tweede en vierde klas van VBO en MAVO betrokken. Tellegen en Frankhuisen (1998) ondervroegen in 1998 leerlingen voor hun onderzoek naar leesaandacht. Bij dat onderzoek waren 752 leerlingen ook uit de tweede en vierde klas betrokken. Bij dit laatste onderzoek werden twee vragenlijsten gebruikt. De ene lijst waarin ook vragen over emotionele leesbeleving en over lezen uit weetgierigheid waren opgenomen, werd ingevuld door 400 leerlingen. De andere lijst, met daarin ook vragen over verbeeldend lezen, werd ingevuld door 352 leerlingen.

Resultaten

en conclusies Het merendeel van de vmbo-leerlingen vindt lezen wel een plezierige bezigheid. Ze worden vooral geboeid tijdens het lezen van informatie over nuttige zaken in het hier-en-nu. Meisjes lezen ook om al lezend het leven te veraangenamen. Veel vmbo-leerlingen vinden lezen een vermoeiende activiteit, vermoedelijk door tekort aan leeservaring. Zowel jongens als meisjes lezen wel eens boeken waarbij gelachen kan worden en stellen dat ook op prijs. Driekwart van de meisjes leest graag droevige boeken, slechts een kwart van de jongens is daartoe geneigd. Meer vmbo-meisjes dan –jongens ervaren verbeeldingsprocessen tijdens het lezen en dat geldt voor alle vormen van verbeelding, behalve voor het verbeeldend meebeleven van vechtpartijen: dat ervaren meer jongens dan meisjes. Vrijwel evenveel jongens als meisjes kennen het verschijnsel dat informatie waar ze al lezend kennis van nemen, sporen nalaat in het geheugen.

Conclusies

-

Aanbevelingen

5. Aanbevelingen Het lijkt de moeite waard om het experiment ‘de klas als leeskring' (onderdeel van het Sirene-project) ook in het vmbo uit te voeren gezien het enthousiasme waarmee de meeste leerlingen in dit onderzoek over hun leesbeleving konden vertellen. Deze werkwijze was in HAVO/vwo-groepen een succes wanneer de docent het principe deelde dat in de leeskring de eigen beleving door de leerling van de gelezen boeken ruime aandacht kreeg.

Opmerkingen

De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties