Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
literatuuronderwijs
» jeugdliteratuur
» kinderboeken
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
beginsituatie
» buitenschoolse kenmerken
» leerlingkenmerken
onderwijsleermateriaal
» ICT
Land
Nederland
Onderwijstype
basisonderwijs
voortgezet/secundair onderwijs
» vwo
» havo
» vmbo
Leeftijd
13-14 jaar (2e voortgezet/secundair)
15-16 jaar (4e voortgezet/secundair)
Tekstsoort
verhalende teksten
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
201-300
Methode van dataverzameling
interviews
schriftelijke enquête
De attractie van boek en computerspel.
Tellegen, S., L. Alink & P. Welp
Amsterdam: Stichting Lezen, 2002
Achtergrond
Dit onderzoek is het laatste van het onderzoeksproject Kind en boek'. Binnen dit project werd ruim vijfentwintig jaar onderzoek verricht naar diverse aspecten van leesgedrag, met name gaat het over het lezen van scholieren. Naar aanleiding van aanwijzingen dat er een verandering gaande was van de leesmotivatie van scholieren en hun ervaringen tijdens het lezen en op grond van het vermoeden dat deze verandering verband hield met de opkomst van het computerspel, werd onderzoek verricht naar vormen van voldoening ontleend aan het lezen van boeken en het spelen van computerspellen. Het doel van het onderzoek was een beeld te geven van de huidige situatie van het leesgedrag en spelgedrag van scholieren. Daarnaast was het doel een meetinstrument te ontwikkelen waarmee de attractie van het lezen van boeken of het spelen van computerspellen kan worden gemeten.
Vraagstelling
1.In hoeverre worden scholieren geboeid tijdens het lezen van boeken en het spelen van computerspelletjes? 2.Gebruiken zij deze media om een slechte stemming te verbeteren of een goede stemming te bestendigen? 3.Ervaren zij tijdens het contact met deze media processen van emotie of verbeelding? Hoe vaak lezen of spelen zij? Latere toegevoegde vraagstellingen: 4.Ontlenen zij vaardigheidsvreugde aan het lezen of spelen? 5.In hoeverre achten zij het noodzakelijk tijdens het lezen of spelen de aandacht doelbewust te richten op tekst of spel?
Methode
Er werden gesprekken gevoerd over verschil en overeenkomst tussen het lezen van boeken en het spelen van computerspellen gehouden met scholieren, studenten en volwassenen. Naar aanleiding hiervan zijn de twee laatste vraagstellingen toegevoegd. Voor een overzicht van de huidige stand van zaken waar het de attractie van boek en spel betreft en voor de constructie van een meetinstrument voor die attractie werd gebruik gemaakt van vragenlijsten. Voorlopige vragenlijstversies werden ingevuld door ruim tweehonderd leerlingen van de basisschool en door ruim tweehonderd jong-volwassenen die geregeld computerspelen speelden. Na analyse van het verkregen materiaal werd de definitieve vragenlijst opgesteld en ingevuld door scholieren in de tweede en vierde klas van het voortgezet onderwijs. Het meetinstrument is geconstrueerd aan de hand van de gegevens afkomstig van de oudere leerlingen.
Resultaten
1. Geboeide aandacht Al op de basisschool zijn meer meisjes dan jongens geneigd geboeid te lezen en dit lang vol te houden en dit verschil wordt in het voortgezet onderwijs nog groter. Voor computerspellen ligt dit anders: bijna alle jongens worden geboeid door het spel, ze kunnen en willen daar uren mee doorgaan en de meesten van hen doen dat vaak. Rond de helft van de meisjes in het voortgezet onderwijs kent geboeide aandacht tijdens het spelen maar voor de meesten is het iets dat hen eerder soms dan vaak overkomt. In het voortgezet onderwijs neemt de geboeide aandacht nog verder af. Een verklaring zou kunnen zijn dat meisjes in het voortgezet onderwijs niet zo geïnteresseerd zijn in wedijver, die wel in de meeste spellen zit. Daarnaast wordt de inhoud van de spellen afgestemd op mannen en jongens. 2. Intrinsieke motivatie: lezen of spelen voor stemmingsregulatie Met name bij de jongens in het voortgezet onderwijs is het duidelijk dat bij behoefte aan stemmingsregulatie het computerspel volgens hen veel meer te bieden heeft dan het boek. Bij drie van de vijf aspecten van intrinsieke motivatie was het aantal jongens dat onder die omstandigheden een spel zou spelen minstens twee keer zo groot als het aantal dat een boek zou lezen. Dit houdt verband met het feit dat vrijwel alle jongens genoegen scheppen in het spelen terwijl een van de drie jongens in het voortgezet onderwijs lezen geen prettige activiteit vindt. Meisjes, en met name meisjes uit het voortgezet onderwijs, verkiezen bij behoefte aan stemmingregulatie nog steeds het lezen van een boek. 3. Emoties en verbeelding naar aanleiding van boek of spel Belevingsprocessen tijdens de omgang met een medium kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van de verbeelding en aan de vaardigheid in de omgang met emoties. Uit dit onderzoek blijkt dat leerlingen in de omgang met het computerspel bepaalde vormen van beleving anders of minder ervaren dan in de omgang met het boek. Bijvoorbeeld het aantal leerlingen dat sympathie of empathie ervaart voor personages in het spel is kleiner dan het aantal dat deze gevoelens ervaart voor personages in boeken. Meer meisjes dan jongens kennen diverse verschijnselen op het terrein van de verbeelding en emotie door de omgang met het boek. Frequentie van lezen of spelen Het spelen van een computerspel is voor de meeste jongens een vast onderdeel van hun leven van alledag. Het lezen van boeken is voor jongens niet zo'n vanzelfsprekende zaak. Zo leest bijvoorbeeld in de vierde klas van het voortgezet onderwijs nog maar één op de tien jongens minstens één boek per veertien dagen. Meisjes spelen minder vaak en minder lang dan jongens computerspelletjes. Voor de meeste meisjes is lezen wel een vanzelfsprekende bezigheid. In de vierde klas leest meer dan de helft van hen tenminste wekelijks en ruim een derde leest minstens een boek per veertien dagen. 4. Vaardigheidsvreugde Vaardigheidsvreugde heeft betrekking op het gevoel dat mensen ervaren als zij een activiteit beleven als een plezierige uitdaging of als zij na afloop van een activiteit trots of tevreden zijn over eigen vaardigheden en prestaties. Tweederde van de meisjes en krap de helft van de jongens ervaren het lezen als een aangename uitdaging. Het computerspel wordt vooral door de jongens als een uitdaging ervaren: vier van de vijf, terwijl slechts de helft van de meisjes dat zo ervaart. Evenveel jongens als meisjes een op de drie- zijn wel eens tevreden over eigen leesvermogen als ze een boek hebben gelezen. Twee van de vijf jongens en slechts een op de vijf meisjes is wel eens tevreden over eigen speelprestaties. Dat meer jongens dan meisjes vaardigheidsvreugde beleven kan verklaard worden door het feit dat jongens in het algemeen meer geneigd zijn op uitdagingen in te gaan en succes te behalen dan meisjes. 5. Doelbewust gerichte aandacht (moeten opletten') Doelbewust de aandacht op een tekst richten belemmert de geboeide leesaandacht, het leesplezier, de intrinsieke leesmotivatie, belevingsprocessen tijdens het lezen en het leesgedrag als zodanig. Maar doelbewust de aandacht richten op het spel bevordert juist de geboeide aandacht voor het spel, speelplezier, intrinsieke speelmotivatie, belevingsprocessen en het speelgedrag als zodanig. Problemen met aandacht Zowel jongens als meisjes, en zowel jongere als oudere leerlingen hebben meer last van afleiding als ze een boek lezen dan als ze een spel spelen. Bijna iedereen moet over een drempel heen om een boek te gaan lezen. Tachtig procent van de leerlingen weet uit eigen ervaring dat het even duurt voordat ze in het boek zitten'. Toegang krijgen tot computerspellen kost nauwelijks moeite. Redenen hiervoor zijn aangedragen in de gesprekken: een computerspel wordt bij herhaling gespeeld en is dus vertrouwd terrein. Het lezen van boeken stelt hogere eisen aan het voorstellingsvermogen dan het spelen van een spel.
Conclusies
In hoeverre worden scholieren geboeid tijdens het lezen van boeken en het spelen van computerspelletjes? Al op de basisschool zijn meer meisjes dan jongens geneigd geboeid te lezen en dit lang vol te houden en dit verschil wordt in het voortgezet onderwijs nog groter. Voor computerspellen ligt dit anders: bijna alle jongens worden geboeid door het spel, ze kunnen en willen daar uren mee doorgaan en de meesten van hen doen dat vaak. Rond de helft van de meisjes in het voortgezet onderwijs kent geboeide aandacht tijdens het spelen maar voor de meesten is het iets dat hen eerder soms dan vaak overkomt. In het voortgezet onderwijs neemt de geboeide aandacht nog verder af. Gebruiken zij deze media om een slechte stemming te verbeteren of een goede stemming te bestendigen? Met name bij de jongens in het voortgezet onderwijs is het duidelijk dat bij behoefte aan stemmingsregulatie het computerspel volgens hen veel meer te bieden heeft dan het boek. Meisjes, en met name meisjes uit het voortgezet onderwijs, geven bij behoefte aan stemmingregulatie nog steeds de voorkeur aan het lezen van een boek. Ervaren zij tijdens het contact met deze media processen van emotie of verbeelding? Uit dit onderzoek blijkt dat leerlingen in de omgang met het computerspel bepaalde vormen van beleving anders of minder ervaren dan in de omgang met het boek. Hoe vaak lezen of spelen zij? In tegenstelling tot lezen is het spelen van en computerspel voor de meeste jongens een vast onderdeel van hun leven van alledag. Meisjes spelen minder vaak en minder lang dan jongens computerspelletjes. Voor de meeste meisjes is lezen wel een vanzelfsprekende bezigheid. Ontlenen scholieren vaardigheidsvreugde aan het lezen of spelen? Tweederde van de meisjes en krap de helft van de jongens ervaren het lezen als een aangename uitdaging. Het computerspel wordt vooral door de jongens als een uitdaging ervaren. Evenveel jongens als meisjes een op de drie zijn wel eens tevreden over eigen leesvermogen als ze een boek hebben gelezen. Twee van de vijf jongens en slechts een op de vijf meisjes is wel eens tevreden over eigen speelprestaties. In hoeverre achten zij het noodzakelijk tijdens het lezen of spelen de aandacht doelbewust te richten op tekst of spel? Doelbewust de aandacht op een tekst richten belemmert de geboeide leesaandacht, het leesplezier, de intrinsieke leesmotivatie, belevingsprocessen tijdens het lezen en het leesgedrag als zodanig. Maar doelbewust de aandacht richten op het spel bevordert juist de geboeide aandacht voor het spel, speelplezier, intrinsieke speelmotivatie, belevingsprocessen en het speelgedrag als zodanig.
Aanbevelingen
In dit onderzoek bleef het belang van het spelen als middel om van jongs af aan vertrouwd te raken met ict en om bepaalde vaardigheden te leren zoals het kunnen overzien van een veld als geheel en op grond van dat overzicht snel de juiste handeling verrichten buiten beschouwing. Daarmee bleef dus ook buiten beschouwing of het wenselijk is meisjes die zelden een computerspel spelen aan te moedigen dit vaker te doen. Leesbevorderingsprojecten zoals Boekenpret en Fantasia kunnen misschien wel voorkomen dat steeds meer scholieren steeds vaker hun toevlucht zoeken tot het spel in plaats van tot het boek. Als kinderen van jongs af aan opgroeien met het besef dat lezen een plezierige stemmingregulerende activiteit is, dan wordt de kans groter dat zij bij behoefte aan stemmingsregulatie niet alleen computerspellen spelen, maar ook boeken lezen.
Opmerkingen
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
