Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
literatuuronderwijs
» volwassenenliteratuur
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
onderwijsleermateriaal
» ICT
onderwijsleeractiviteiten
» construerend onderzoek
Land
Nederland
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» vwo
» havo
Leeftijd
15-16 jaar (4e voortgezet/secundair)
16-17 jaar (5e voortgezet/secundair)
17-18 jaar (6e voortgezet/secundair)
Tekstsoort
verhalende teksten
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
0-10
Methode van dataverzameling
toetsen/tests
Het I.M.-project
Leerlingen discussiëren via email over een literair werk.
Couzijn, M. & L. Zonneveld
1998
p. 11-18
Vonk, 1
Achtergrond
De herziening van de Nederlandse exameneisen voor literatuuronderwijs zal ertoe leiden dat leerlingen een kleiner aantal boeken lezen voor het examen, maar in ruil daarvoor elk boek diepgaander moeten verwerken. Docenten Nederlands moeten dus op zoek naar interessante en effectieve verwerkingsopdrachten die daadwerkelijk leiden tot verdieping' van een leeservaring. En wel op zo'n manier dat leraren en leerlingen de verdieping ook kunnen vaststellen en beoordelen. Twee didactische aspecten kunnen worden toegevoegd: zelfstandig werken, hetzij individueel, hetzij in groepjes, en informatie- en communicatietechnologie (ICT) in het onderwijs.
Vraagstelling
Hoe verloopt een literaire verwerkingsopdracht, waarbij individueel en in groepswerk wordt gewerkt, en waarbij ICT is ingezet?
Methode
Als werkvorm is een literaire verdiepingsopdracht genomen. De onderzochte werkvorm is op kleine schaal beproefd met drie groepjes van drie leerlingen op het Montessori Lyceum Amsterdam. De werkvorm bestaat uit vier stappen. Eerst kiezen de leerlingen een boek, dat ieder van hen leest. De tweede stap is dat elke leerling een recensie schrijft over het boek. Hierin kunnen persoonlijke reacties staan, achtergrondinformatie over de schrijver, een beoordeling van de geslaagdheid' van het boek en verder alles wat de leerling kwijt wil. Bij de recensie voegt de leerling twee discussievragen toe, waarin hij aangeeft wat hij opmerkelijk of vreemd of onbegrijpelijk vond aan het boek. De derde stap is een discussie in een kleine groep over de discussievragen per email. Email heeft als voordeel dat het minder vluchtig is dan mondelinge discussie, leerlingen hoeven geen aantekeningen te maken en de reacties worden automatisch in de goede volgorde opgeslagen en de docent heeft makkelijk inzicht in de discussies. De vierde stap bestaat eruit dat de leerlingen terugblikken en bedenken hoe ze hun eigen recensie kunnen verbeteren met de discussiestof en die verbeteringen ook daadwerkelijk uitvoeren. De rol van de docent bestaat uit het instrueren en begeleiden van leerlingen en uit het beoordelen van de leerlingproducten. De leerlingen kozen voor hun recensie het boek I.M. van Connie Palmen. Er waren twee discussieronden met een week tussentijd. Er werd in de proef gewerkt met het programma Free Agent om de internetfaciliteit Usenet (ook wel News) te gebruiken. Usenet bestaat uit duizenden discussiegroepen. Emails worden in een handige hiërarchie opgeslagen zodat je gemakkelijk kunt zien wie op wie heeft gereageerd. Bovendien is Usenet openbaar zodat ook anderen aan de discussies kunnen deelnemen. In de discussiegroep nl.kunst.literatuur hebben de leerlingen in juni 1998 hun discussie over I.M. gehouden.
Resultaten
Gemiddeld waren de recensies 350-400 woorden lang. Leerlingen stelden in hun herschreven versies vaker een aantal kenmerkende verhaaltheoretische begrippen aan de orde, zoals thema, titelverklaring, symboliek, personages, stijl, structuur, perspectief, tijd, ruimte, genre en de verhouding fictie/werkelijkheid. Ze namen nieuwe verhaalanalytische aspecten op of breidden ze uit.
Conclusies
Het werken met groepjes aan de computer leverde weinig praktische problemen op, en de discussies en de uiteindelijke recensies hadden een acceptabel niveau, gelet op beter begrip van het literaire werk. De leerlingen vonden het discussiëren via email en het werken met het programma Free Agent in het algemeen leuk' en leerzaam'. Dat gold ook, zij het in iets mindere mate, voor het schrijven van de recensies. Wel was de tijdsdruk een bezwaar: het einde van het schooljaar is niet het beste moment voor het (her)schrijven van teksten. Een enkele leerling gaf ook aan dat het moeilijk was over een pas gelezen boek meteen een oordeel te formuleren.
Aanbevelingen
De eerste en de tweede versie van de recensie hebben beide hun eigen kwaliteit. De laatste versie is doorgaans wat serieuzer van toon en inhoudelijk van ene hoger niveau, maar de eerste versie is wat spontaner en authentieker'. Daarom is het goed als de leerlingen hun eerste versie ook bewaren, zodat ze later kunnen terugblikken op de ontwikkeling die er zit in de kijk op en de waardering voor een gelezen boek.
Opmerkingen
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
