Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
literatuuronderwijs
» jeugdliteratuur
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
onderwijsleeractiviteiten
» descriptief onderzoek
Land
Nederland
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
Leeftijd
17-18 jaar (6e voortgezet/secundair)
Tekstsoort
verhalende teksten
Respondenten
leerkrachten
Aantal respondenten
101-200
Methode van dataverzameling
schriftelijke enquête
Een gemiste kans
De adolescentenroman voor de jeugd in het literatuuronderwijs in de tweede fase.
Van Lierop-Debrauwer, H.
2002
p. 15-25
Lezen en leesgedrag van adolescenten en jongvolwassenen
Achtergrond
Volgens de onderzoeker zou in het literatuuronderwijs in de Tweede Fase plaats gemaakt moeten worden voor jongerenromans. Dan wordt er namelijk serieus werk gemaakt van het zo vaak bepleite longitudinale literatuuronderwijs. Om te onderzoeken in hoeverre docenten bekend zijn met de adolescentenroman en hoeveel aandacht ze daar voor hebben, is een verkennend onderzoek uitgevoerd.
Vraagstelling
-Wat is de bekendheid van docenten met en de aandacht voor de adolescentenroman?
Methode
Er is een schriftelijke enquête met 35 vragen (gesloten en open) verstuurd naar secties Nederlands. In de enquête is gevraagd naar persoonlijke gegevens zoals leeftijd, geslacht en leservaring, naar de invulling van het literatuuronderwijs op school, het al dan niet werken met een literatuurlijst en vooral naar de bekendheid met en de aandacht voor jeugdliteratuur, in het bijzonder de adolescentenroman. 117 Docenten Nederlands op HAVO/vwo stuurden de enquête ingevuld weer terug, een respons van 20%.
Resultaten
Literatuuronderwijs: doel en leerstof Als voornaamste doelstelling voor literatuuronderwijs ziet 42,2% het bevorderen van leesplezier. Cultuuroverdracht volgt met 25% en daarna komen individuele ontplooiing (16,4%) en literair-esthetische vorming (12,1%). Maatschappelijke bewustwording wordt door 1,7% genoemd en 2,6% noemt een andere doelstelling. De tekstsoorten die in de bovenbouw van havo/vwo aan bod komen, zijn vooral moderne literatuur na 1880 (98,3%), oude literatuur van voor 1880 (88,8%) en achtergrondliteratuur (72,4%). Jeugdliteratuur wordt door 12,1% van de respondenten genoemd. De literatuurlijst Bijna 80% van de docenten die lesgeven op het havo of het vwo en 73% van de gymnasiumdocenten, zegt geen gebruik te maken van een verplichte literatuurlijst. De meeste respondenten geven aan dat leerlingen in overleg met de docent bepalen wat ze lezen. 32,4% Geeft daarbij aan dat de leerlingen wel adolescentenliteratuur voor jongeren mogen lezen, maar geen kinderboeken. Meer dan de helft (57,7%) stelt nog meer beperkingen aan het overleg, in die zin dat alleen over volwassenenliteratuur gesproken kan worden. De redenen die hiervoor gegeven worden, zijn onder meer dat men van mening is dat er kwaliteitseisen gesteld moeten worden. Jeugdliteratuur is in de onderbouw al voldoende aan de orde geweest en in de bovenbouw moeten ze daarom volwassenenliteratuur lezen. Docenten die antwoorden dat adolescentenliteratuur wel gelezen mag worden, geven aan dat te doen om het leesplezier te stimuleren. Kennis van ontwikkelingen in de jeugdliteratuur Ruim 98% zegt de ontwikkelingen in de literatuur voor volwassenen te volgen. 55,7% Zegt zich op de hoogte te houden van wat er in de jeugdliteratuur verschijnt. Om meer inzicht te krijgen of docenten hun informatie over jeugdliteratuur halen uit de vakliteratuur, is gevraagd naar de bekendheid met tijdschriften en handboeken over jeugdliteratuur. De antwoorden laten zien dat van de genoemde periodieken en handboeken alleen Tsjip/Letteren bekend is bij meer dan de helft van de respondenten (60,8%). Van de handboeken is De hele Bibelebontse berg (1989) het meest bekend (45,7%). Adolescentenromans 62,2% leest zelf adolescentenromans. 75 Verschillende auteurs en 113 titels werden genoemd bij de vraag of ze de laatste drie gelezen boeken wilden noemen. De auteurs die het vaakst genoemd werden, waren Carry Slee (zestien keer), J.K. Rowling (elf keer), Anne Provoost (tien keer), Aidan Chambers (zeven keer) en Hans Hagen (zeven keer). Van Carry Slee wordt zeven keer Spijt! genoemd, van J.K. Rowling negen keer Harry Potter en de steen der wijzen, van Anne Provoost zeven keer Vallen, van Chambers verschillende titels en van Hans Hagen zeven keer RecPlay. De docenten is ook een lijstje voorgelegd met auteurs en hun adolescentenromans voor jongeren die in de recente discussie over de grenzen tussen jeugdliteratuur en volwassenenliteratuur een rol spelen. Aan hen is gevraagd of ze bekend waren met deze adolescentenromans voor jongeren. Boeken die meer dan de helft van de respondenten zegt te kennen, zijn Vallen van Anne Provoost, Ongelukkig verliefd van Imme Dros en Gebr. van Ted van Lieshout. Minder dan twintig procent van de docenten kent Kus me van Bart Moeyaert (19,2%), De dagen van de bluegrassliefde van Edward van de Vendel (19%), Verleden week van Aidan Chambers (16,2%), Chocolade oorlog van Robert Cormier (14,4%), Met mij gaat alles goed van Jan Simoen (13,3%), De Arkvaarders van Anne Provoost (10,3%) en Nachtogen van Peter van Gestel (9,2%). Ten slotte is ook gevraagd of docenten adolescentenromans voor jongeren tot de literatuur rekenen. 67% Vindt van wel, 33% vindt van niet. Van de docenten die de adolescentenromans tot de literatuur rekenen, maakt een deel wel het voorbehoud dat het afhangt van de kwaliteit van de boeken. Docenten die de adolescentenroman voor jongeren niet als literatuur beoordelen, geven als redenen dat de boeken niet genoeg niveau hebben of dat ze volgens hen tot de jeugdliteratuur behoren, omdat ze voor jongeren geschreven zijn.
Conclusies
Hoewel ruim de helft van de docenten zegt de ontwikkelingen in de jeugdliteratuur te volgen, zelf adolescentenromans voor jongeren te lezen en het genre ook tot de literatuur te rekenen, bestaat er het nodige voorbehoud om de adolescentenroman een plaats te geven in het literatuuronderwijs in de Tweede Fase. De restricties lijken vooral voort te komen uit het feit dat deze boeken zijn uitgegeven als jeugdroman.
Aanbevelingen
Om de adolescentenroman een plaats in het literatuuronderwijs te geven, moet volgens de onderzoeker het denken in doelgroepen losgelaten worden.
Opmerkingen
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
