Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
literatuuronderwijs
» jeugdliteratuur
» volwassenenliteratuur
Doelgroep
NT2-leerlingen/cursisten
NT1-leerlingen
Thema
beginsituatie
» buitenschoolse kenmerken
Land
Nederland
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» vwo
» havo
» vmbo
Leeftijd
15-16 jaar (4e voortgezet/secundair)
16-17 jaar (5e voortgezet/secundair)
17-18 jaar (6e voortgezet/secundair)
Tekstsoort
verhalende teksten
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
501 en meer
Methode van dataverzameling
schriftelijke enquête
Cultuur en lezen
Verschillen tussen allochtone en autochtone scholieren in leesgedrag en literatuuronderwijs.
Hermans, M.
2002
p. 155-173
Lezen en leesgedrag van adolescenten en jongvolwassenen
Achtergrond
Lezen is van wezenlijk belang om goed te kunnen functioneren in de hedendaagse informatiemaatschappij. Door het lezen van literatuur, op school en in de vrije tijd, kunnen leerlingen diverse schoolse vaardigheden en maatschappelijke inzichten opdoen. Kritisch leren lezen en het bijbrengen van leesplezier zijn naast cultuuroverdracht de pijlers van het literatuuronderwijs. Het bestrijden van onderwijsachterstand kan hand in hand gaan met leesbevorderende activiteiten. De vraag is welke aanpak het meest geschikt is voor allochtone jongeren. Deze vraag gaat uit van de veronderstelling dat allochtonen andere leesgewoonten en leesvoorkeuren hebben dan autochtonen. Lezen heeft in de opvoeding en thuiscultuur van allochtone gezinnen vaak een andere plaats dan in de meeste doorsnee' Nederlandse gezinnen, zoals blijkt uit onderzoeken naar mediagedrag, vrijetijdsbesteding en voorlezen. Of er daadwerkelijk sprake is van grote verschillen in de leessocialisatie en in hoeverre de culturele achtergrond van leerlingen hun leeservaringen en het literatuuronderwijs beïnvloedt, is nog onduidelijk. Inzicht in het leesgedrag van allochtone jongeren is mede van belang voor de inrichting van het literatuuronderwijs.
Vraagstelling
Hoofdvraag -In hoeverre speelt etnische achtergrond een rol in het leesgedrag van allochtone leerlingen? Subvragen -Welke verschillen zijn er in het leesgedrag van allochtone en autochtone Nederlandse leerlingen? -In hoeverre verschillen allochtone en autochtone leerlingen wat betreft leesattitude, leesklimaat thuis, en beleving van het literatuuronderwijs?
Methode
Circa 950 leerlingen uit de bovenbouw (15-, 16- en 17-jarigen) op scholen voor VMBO, HAVO en vwo hebben een vragenlijst ingevuld. In de vragenlijst kwamen onder meer de volgende onderwerpen aan bod: de sociaal-economische en culturele achtergrond, de leessocialisatie (leesgedrag ouders, boekbezit, praten over boeken, voorlezen), leesvoorkeuren, lezen in andere talen dan het Nederlands, leesattitude, literatuuronderwijs en intercultureel onderwijs. De 950 leerlingen van vmbo, havo en vwo zijn ingedeeld naar etniciteit op basis van hun geboorteland en het geboorteland van hun ouders. Wat betreft de spreiding over opleidingsniveau, geslacht en taalvaardigheid bleken de groepen vergelijkbaar. Het gemiddelde opleidingsniveau van de Nederlandse ouders was wel duidelijk hoger dan dat van de allochtone ouders.
Resultaten
Leesgedrag In vergelijking met de groep Nederlandse leerlingen lezen allochtone leerlingen vaker spannende en romantische boeken, mythen of sprookjes, reisverhalen, gedichten en religieuze lectuur. Ze lezen minder vaak strips dan de Nederlandse leerlingen. Een vergelijking van de gemiddeldes van allochtone en Nederlandse leerlingen laat zien dat de allochtone leerlingen iets meer lezen. Ongeveer de helft van de allochtone leerlingen zegt wel eens in een andere taal dan het Nederlands te lezen, van de Nederlandse leerlingen is dat eenderde. Allochtone leerlingen blijken in een andere taal vaker de krant te lezen, gedichten, romantische boeken en tijdschriften, en vooral veel vaker religieuze teksten te lezen in een andere taal. Allochtone leerlingen zijn gemotiveerder om te lezen in een andere taal dan Nederlandse leerlingen. De allochtone leerlingen noemen ook vaker als reden dat ze meer willen weten over een andere cultuur. De Tweede Wereldoorlog is een geliefd onderwerp, gevolgd door seks, drugs en geweld op een gedeelde tweede plaats. Ook onbekende culturen of het opgroeien in twee culturen zijn relatief populaire onderwerpen. De verwachte verschillen in voorkeuren tussen Nederlandse en allochtone leerlingen waren het duidelijkst bij onderwerpen die te maken hebben met de migrantenproblematiek' en bij de voorkeur voor het eigen' land, waarmee voor allochtone leerlingen bedoeld wordt het herkomstland. Stomvervelend vinden de meeste leerlingen verhalen over een gereformeerde jeugd. Het onderwerp homoseksualiteit' wordt niet afgekeurd, hoewel de Turkse en Marokkaanse leerlingen wel een wat lagere waardering hebben. Zoals Nederlandse leerlingen het leuker vonden dan hun allochtone klasgenoten om te lezen over een oerhollandse' situatie, hebben allochtone leerlingen een uitgesproken voorkeur voor verhalen over hun herkomstlanden. Leesattitude, leesklimaat thuis en beleving van het literatuuronderwijs De allochtone leerlingen hadden een positievere houding ten aanzien van lezen en literatuur dan de Nederlandse groep. De allochtone leerlingen bleken meer waardering voor literatuuronderwijs op te kunnen brengen dan de Nederlandse, al was die waardering niet erg hoog. De leerlingen stonden positief tegenover het gebruik van teksten uit niet-westerse en migrantenliteratuur. Het bleek dat allochtone leerlingen hun ouders minder vaak zien lezen dan Nederlandse. Er was weinig verschil tussen de allochtone en Nederlandse leerlingen wat betreft boeken lenen, kopen of cadeau krijgen. Ruim 95% van de allochtone leerlingen leent boeken in de bibliotheek, van de Nederlandse leerlingen 90%. Iets meer allochtone dan Nederlandse leerlingen zegt wel eens boeken te kopen (53% versus 41%). Het duidelijkste verschil betreft de aanwezigheid van boeken thuis: de allochtone leerlingen hebben minder boeken zelf in hun bezit en ook zijn er minder boeken thuis dan bij de Nederlandse leerlingen. Een grote meerderheid van de leerlingen is vroeger voorgelezen, in de meeste gevallen door de moeder en anders door de vader. In allochtone gezinnen werd er vaker ook voorgelezen door andere familieleden, zoals grootouders, broers of zussen, nichtjes of neefjes. Het aanraden van boeken gebeurt het vaakst door de docent, het op een na vaakst door de moeder. Leeftijdgenoten komen voor de Nederlandse leerlingen op de derde plaats, terwijl allochtone leerlingen vaker de vader noemen. Op basis van de vragen over voorlezen en boeken aanraden is een variabele voor het leesklimaat thuis samengesteld. Dat blijkt voor de allochtone leerlingen iets ongunstiger uit te pakken. Om dieper in te gaan op het relatieve belang van etniciteit voor het leesgedrag en de leesattitude, zijn analyses uitgevoerd. De leesomvang (serieus lezen) hangt redelijk hoog samen met de leesattitude, en verder met geslacht, voorbeeldgedrag van de ouders, het leesklimaat thuis, met de opleiding van de ouders en met het onderwijsniveau. Tussen etniciteit en leesomvang is nauwelijks samenhang. Tussen etniciteit en leesattitude was een sterkere samenhang dan tussen etniciteit en leesgedrag. Verder is er enige samenhang van leesattitude met geslacht en leesklimaat thuis. Verder hangt de leesattitude substantieel samen met de attitude voor literatuuronderwijs en intercultureel literatuuronderwijs. Achtereenvolgens is bekeken wat de invloed is van etniciteit, geslacht, onderwijsniveau van de leerling, leesklimaat (voorlezen en boeken aanraden), leesgedrag van de ouders, en opleiding van de ouders op de leesattitude en het leesgedrag. Uit de analyses bleek dat etniciteit er nauwelijks toedoet voor de omvang van de serieuze leesstof. Geslacht, opleiding van de ouders, leesklimaat en leesgedrag van de ouders verklaren gezamenlijk circa veertien procent van de leesomvang. Etniciteit blijkt wel van (bescheiden) belang bij het verklaren van verschillen in leesattitude. Ook geslacht is een belangrijke verklarende variabele.
Conclusies
De resultaten wijzen uit dat allochtone leerlingen minder kunnen profiteren van bepaalde culturele praktijken thuis, zoals het praten over boeken, voorbeeldgedrag van lezende ouders, of de aanwezigheid van boeken thuis. In weerwil van deze relatief ongunstige situatie, hebben de allochtone leerlingen positievere attitudes tegenover lezen en literatuuronderwijs dan hun Nederlandse klasgenoten en lezen ze meer. De allochtone leerlingen staan ook positiever tegenover het gebruik van multiculturele teksten in het literatuuronderwijs. Op het eerste gezicht zijn de positieve uitkomsten van de allochtone leerlingen wat betreft leesgedrag en attitudes enigszins onverwacht, gezien het verschil in literaire socialisatie in het gezin, in vergelijking met de Nederlandse leerlingen. Een mogelijke verklaring voor deze discrepantie is de suggestie dat de allochtone leerlingen sterker gemotiveerd zijn om te lezen, omdat dit de taalvaardigheid verbetert en dus betere kansen biedt in het onderwijs. Behoud van herkomstcultuur en thuistaal zijn belangrijke drijfveren voor het lezen van teksten van en over de herkomstlanden. Hoewel etnische achtergrond slechts een heel klein deel van het leesgedrag en een wat groter deel van de leesattitude verklaarde, moet het belang van deze factor niet onderschat worden. Het verschil tussen de leesattitude van allochtone en Nederlandse leerlingen was opvallend en daarnaast blijken de leesvoorkeuren en de leessituatie thuis van allochtone en Nederlandse leerlingen nogal uiteen te lopen. Allochtone leerlingen werken zich gestaag omhoog om hun Nederlandse leeftijdgenoten in te halen. En hoewel ze niet optimaal toegerust lijken om deze spurt te maken, zijn ze des te sterker gemotiveerd om toch zover te komen.
Aanbevelingen
Literatuuronderwijs dat gebruik maakt van cultureel diverse teksten, kan allochtone leerlingen verder helpen. Ook Nederlandse leerlingen kunnen zich daarmee bewust worden van de persoonlijke betekenis die het lezen van literatuur kan hebben. Voor de meeste leerlingen is intercultureel literatuuronderwijs' een welkome afwisseling in de literatuurlessen. Behalve voor het trainen van de leesvaardigheid en het brengen van leesplezier, is multiculturele literatuur geschikt voor bredere doelen, zoals het bevorderen van gelijkwaardigheid en cultureel bewustzijn. Het is dus een aanrader voor docenten om zich meer in deze vormen van literatuur te verdiepen. De geijkte Nederlandse canon halen de leerlingen wel uit uittrekselboeken of van het internet. Juist door de onbekendheid van veel niet-westerse en migrantenliteratuur kan de docent zich nog volop inzetten om leerlingen hiermee in aanraking te brengen. Als ze er eenmaal met genoegen van geproefd hebben, vinden ze de weg naar de literatuur vanzelf wel. Wel moeten docenten bedacht zijn op enkele valkuilen: zet een leerling nooit te expliciet in de belangstelling alsof hij een vertegenwoordiger is van zijn herkomstcultuur, waak ervoor dat goedbedoelde discussies niet uitmonden in een uitwisseling van stereotypen en probeer leerlingen genuanceerd te laten denken. En de grootste valkuil: wees niet té optimistisch; enkel het toevoegen van multiculturele literatuur aan het curriculum is niet genoeg om het literatuuronderwijs intercultureel te maken. Dit vergt ook een andere aanpak en de nodige investeringen van de docent, evenals een onbevooroordeelde houding en de bereidheid zich open te stellen voor minder gangbare literatuur. Tot slot geeft de onderzoeker enkele punten om rekening mee te houden bij het werken met multiculturele teksten: -Voorzie de leerlingen van adequate achtergrondinformatie, die het onderwerp van verschillende invalshoeken belicht. -Maak niet de fout een leerling als vertegenwoordiger van zijn cultuur te zien. Maak wel gebruik van zijn ervaringsdeskundigheid', maar geef hem niet het idee dat hij de (enige) expert is op het gebied van die bepaalde cultuur. -Nodig een schrijver uit op school en laat de leerlingen een boek van deze schrijver voorbereiden. Stel twee leerlingen aan als inleider en discussieleider. Stel een panel samen van een stuk of zes leerlingen die het boek heel goed gelezen hebben, en laat hen hun favoriete passage voorlezen. Nadat ze hun motivatie voor deze keuze gegeven hebben, kan de schrijver reageren. Tot slot kunnen vragen gesteld worden, ook vanuit het publiek.
Opmerkingen
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
