taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2005 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
schrijfonderwijs
» schrijven op tekstniveau

Doelgroep
NT2-leerlingen/cursisten

Thema
evaluatie van onderwijsopbrengsten

Land
Nederland

Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» mavo
» vmbo

Leeftijd
14-15 jaar (3e voortgezet/secundair)
15-16 jaar (4e voortgezet/secundair)

Respondenten
leerlingen/cursisten
leerkrachten

Aantal respondenten
201-300

Methode van dataverzameling
schriftelijke enquête
toetsen/tests
taalvaardigheidstaken

'De tenen rijzen je ter berge'

Tekstrevisie op microniveau door allochtone en autochtone leerlingen in het voortgezet onderwijs.
Helvert, K. & J. Ter Hofstede
1997
p. 69-89
Spiegel, 1

Achtergrond

Dit onderzoek richt zich specifiek op tekstcorrectie door zowel leerlingen met het Nederlands als moedertaal als leerlingen die het Nederlands hebben verworven als tweede taal. Hoewel uit verschillende onderzoeken naar voren komt dat schrijfvaardigheid in de tweede taal maar zeer ten dele wordt bepaald door de algemene taalvaardigheid in die tweede taal, is het de vraag of dit voor alle aspecten van schrijfvaardigheid in gelijke mate geldt. Op het niveau van vorm en correctheid van het taalgebruik bij schrijven, is het meer aannemelijk een samenhang met specifieke deeltaalvaardigheden te veronderstellen (zoals woordgebruik, grammatica, fonologie, morfologie). Het verwerven in een tweede taal van deze deeltaalvaardigheden is een langdurig proces. De vraag is dan interessant of en in hoeverre verschillen in deze deeltaalvaardigheden Nederlands tussen T1-leerlingen en T2-leerlingen in het voortgezet onderwijs doorwerken of zichtbaar worden in een specifiek onderdeel van schrijfvaardigheid namelijk tekstrevisie en –correctie.

Vraagstelling

1 In hoeverre zijn er verschillen tussen T1- en T2-leerlingen met betrekking tot het corrigeren van micro-fouten in de tekst? 2 In hoeverre treedt er tussen T1- en T2-leerlingen een differentiatie op met betrekking tot verschillende typen micro-fouten, met name morfo/syntactische fouten versus lexicale/idiomatische fouten? 3 In hoeverre treedt bij T1- en bij T2-leerlingen overcorrectie op, dat wil zeggen worden op zich correcte tekstelementen als fout aangewezen?

Methode

In 1994 werkten in totaal 207 leerlingen uit 3-VBO- en 4-MAVO-klassen mee aan het onderzoek. Binnen de klassen zaten gemiddeld 16% T2-leerlingen. Het instrumentarium bestond uit vier onderdelen: - een korte leerlingvragenlijst waarmee de leerlingen hun thuistaal aangaven; op basis van deze lijst zijn leerlingen als T1- of T2-leerling getypeerd; - een korte docentvragenlijst waarin de docent het laatste rapportcijfer van de leerlingen gaf en de vraag beantwoordde hoe vaak er in de les aandacht werd besteed aan revisie; - een correctie/revisietaak: een tekst die door een leerling uit het derde leerjaar geschreven was en die de leerlingen in dit onderzoek ter revisie voorgelegd kregen; - een instructieblad waarin stond aangegeven hoe de leerlingen fouten konden verbeteren en onderstrepen.

Resultaten

Uit de schaalbetrouwbaarheidsanalyse bleek dat de taak een redelijke homogeniteit heeft, dus de taak heeft een min of meer homogene vaardigheid gemeten. Bij vraag 1: De T1-leerlingen corrigeren gemiddeld 9.42 items (van de 20) met een standaard deviatie van 3.30. De T2 leerlingen corrigeren gemiddeld 7.76 items met een standaarddeviatie van 3.47 (significant verschil). T1- leerlingen en T2 leerlingen verschillen dus in de mate waarin zij in staat zijn om micro-fouten in een tekst te corrigeren. Bij vraag 2: T2-leerlingen scoren gemiddeld significant lager op het totaal aantal gecorrigeerde items voor woordkeus, uitdrukkingen en vaste voorzetsels. Voor het totaal aantal gecorrigeerde items voor woordvolgorde en werkwoordsvervoeging is geen significant verschil gevonden. Bij vraag 3: T2-leerlingen hebben niet meer de neiging om tot overcorrectie over te gaan dan T1-leerlingen en T2 niet meer dan T1-leerlingen. Wel kan geconcludeerd worden dat van de in totaal 156 leerlingen er 130 (83%) eenmaal of vaker een overcorrectie uitvoeren. De mate waarin individuele leerlingen tot overcorrectie overgaan varieert nogal. Na de verwijdering van een uitbijter, bleek dat T2 leerlingen gemiddeld vaker overcorrectie toepassen dan T1-leerlingen. De overcorrecties zijn te verdelen in goed -> goed verbeteringen, goed -> fout ‘verbeteringen'. T2-leerlingen maken significant meer goed -> fout ‘verbeteringen' dan T1-leerlingen.

Conclusies

De globale conclusie kan getrokken worden dat er wel degelijk verschillen lijken te zijn in correctievaardigheden op micro-niveau tussen T1-leerlingen en T2-leerlingen. Met alle beperkingen van het onderzoek (kleine steekproef, relatief weinig items, ontbreken van empirisch vooronderzoek) leverde dat op enkele punten duidelijke effecten op. Bij vraag 1 en 2: T2-leerlingen corrigeren minder fouten op het microniveau van de tekst dan T1-leerlingen, met name als het lexicale/idiomatische schendingen betreft. Overigens vonden beide groep dergelijke fouten lastig. Ze scoorden beide laag. Met fouten in de woordvolgorde van de zin en de tijdmarkering van werkwoorden hebben de leerlingen veel minder moeite. In dit opzicht zijn er ook weinig verschillen gevonden tussen T1-leerlingen en T2-leerlingen. Bij vraag 3: T2-leerlingen voeren veel meer overcorrecties uit dan T1–leerlingen. Dit zijn met name goed -> fout ‘verbeteringen'. Dit kan duiden op grotere onbekendheid bij T2-leerlingen met de correctheid van willekeurige tekstelementen op het micro-niveau van een tekst.

Aanbevelingen

De relevantie van onderzoek als dit voor de directe onderwijspraktijk Nederlands is beperkt. De resultaten geven echter wel aan dat er ‘iets aan de hand is'. De T2-leerlingen hebben beduidend meer moeite met het volbrengen van het lexicale/idiomatische onderdeel van deze taak dan T1-leerlingen. Dit kan veroorzaakt worden door een geringere woordenschat of een beperkt inzicht in aspecten van woordgebruik in een specifieke context (woordkeus). Hoe dan ook, de docent zal met name alert moeten zijn op de tekstaanpak door de leerlingen op dit niveau.

Opmerkingen

De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties