Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
domeinoverschrijdend
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
onderwijsleermateriaal
» ICT
Land
Nederland
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» hbo
Respondenten
overige volwassenen
Aantal respondenten
41-60
Methode van dataverzameling
schriftelijke enquête
De docent in de 21e eeuw
ICT in de lerarenopleiding
Koet, T. & W. Weijdema
1997
p. 540-543
Levende talen, 524
Achtergrond
Bij de Lerarenopleiding van de Hogeschool van Amsterdam worden de studenten voorbereid op werken in een onderwijsomgeving waarin ict een prominente rol speelt. De studenten zien tijdens hun stage echter heel weinig ICT-gebruik.
Vraagstelling
-Hoe is het gebruik van computers in de huidige lespraktijk voor onderwijs in de moderne vreemde talen en Nederlands? -Wat willen de studenten zelf gaan doen op ICT-gebied als ze voor de klas staan?
Methode
Aan studenten Talen die in de studiejaren 1994-'95 en 1995-96 en 1996-'97 stage liepen in het voortgezet onderwijs werd een enquête voorgelegd. Het betrof 94 studenten van de Faculteit Onderwijs en Opvoeding (FOO) van de Hogeschool van Amsterdam (voor tweedegraads bevoegdheid) en 21 studenten van het Instituut voor de Lerarenopleiding (ILO) van de Universiteit van Amsterdam (voor eerstegraads bevoegdheid). Op het formulier konden de respondenten hun ervaring aangeven met het computergebruik op hun stagescholen. Voor de tweede onderzoeksvraag hebben 32 studenten een enquête ingevuld waarvan 25 van de FOO en 7 van het ILO.
Resultaten
Van de respondenten meldde 72% dat op hun stagescholen computers werden gebruikt bij een of meer vakken. De cijfers voor het eigen vak laten het omgekeerde zien: 76% van de respondenten heeft geen enkel computergebruik in het eigen vak waargenomen; slechts 24% heeft computergebruik in het vak (Nederlands, Frans of Engels) waargenomen. De getallen van de FOO en het ILO waren wel verschillend: 95% van de studenten van het ILO meldde dat de leerlingen de computer gebruikten voor een of meer vakken, tegenover 67% van de studenten van de FOO; 43% van de studenten van het ILO meldde dat de leerlingen de computer gebruikten voor de lessen in hun eigen vak, tegenover 20% van de studenten van de FOO. Er zijn duidelijke verschillen tussen de talen onderling: 14% van de studenten Nederlands, 23% van de studenten Engels en 37% van de studenten Frans meldden computergebruik in hun eigen vak. Studenten Frans hebben dus drie keer zoveel computergebruik geconstateerd als studenten Nederlands en studenten Engels twee keer zoveel. De oorzaak is te vinden in de tabellen in de publicatie waarin de verschillen in gebruik per onderdeel van de vakken voor alledrie de talen staan: het onderdeel waarvoor de computer het meest wordt gebruikt is voor woordverwerving (Frans 33%; Engels 15% tegen Nederlands 3%). Dit verschil is ook statistisch significant. In een volgende tabel zijn de verschillen tussen de instituten te zien. Hier is het grootste (en tevens weer enige significante) verschil in het gebruik van computers bij grammatica en spelling (ILO 33% tegen FOO 10%). De vragenlijst voor de studenten wat zij zelf aan computergebruik in de klas wilden doen, liet een heel ander beeld zien dan wat nu de realiteit is: 93% wil in het eigen onderwijs computers gaan gebruiken: 100% van de studenten Engels en Frans en 88% van de studenten Nederlands. De studenten willen het vooral gebruiken voor werkstukken maken en toetsen.
Conclusies
De inspanningen van overheid, opleidingen en nascholinginstituten hebben niet geleid tot substantiële veranderingen in de praktijk van het voortgezet onderwijs. Schokkend is dat de 28% van de studenten medio jaren negentig geen computergebruik op scholen heeft waargenomen. De getallen van het ILO zijn wat gunstiger dan die van FOO. Dit kan erop duiden dat in de eerstegraadssector meer sprake is van computergebruik dan in de tweedegraadssector. Minstens even teleurstellend zijn de cijfers voor waargenomen computergebruik in het eigen vak. De cijfers voor Frans vallen nog mee, maar voor Engels zijn ze teleurstellend en voor Nederlands ronduit bedroevend. Het overgrote deel van de studenten geeft aan zelf wel computers te willen gebruiken voor het eigen onderwijs.
Aanbevelingen
Samen met studenten moeten de lerarenopleidingen het gebruik van ICT stimuleren in het huidige onderwijs. Op deze wijze vormen lerarenopleidingen een brug tussen het huidige en het toekomstige onderwijs.
Opmerkingen
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
