taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2008 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
taalbeleid

Doelgroep
NT2-leerlingen/cursisten

Thema
onderwijsleeractiviteiten
» descriptief onderzoek

Land
Nederland

Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» mavo
» vmbo

Respondenten
deskundigen
schooldirecties
leerkrachten

Aantal respondenten
0-10

Methode van dataverzameling
observaties
documentanalyse
interviews

Taalbeleid op drie vo- scholen in grote steden
Drie casestudies in het schooljaar 1996-1997.
Tordoir, A. & T. Meestringa
Enschede: SLO & APS, 1998
p. 167


Achtergrond

Steeds meer scholen zijn bezig met de invoering van taalbeleid. Op initiatief van de projectgroep Nederlands als Tweede Taal is in 1995 het project Taalbeleid in de praktijk van het voortgezet onderwijs gestart. Het project heeft een looptijd van twee jaar en wordt uitgevoerd door het Instituut Leerplanontwikkeling (SLO) in samenwerking met het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS). In deze publicatie zijn de gegevens over het taalbeleid op drie scholen bijeengebracht.

Vraagstelling

- Welke interne en/of externe factoren zijn of waren van invloed op de ontwikkeling van het taalbeleid? - Welke maatregelen heeft de school genomen in de voorwaardelijke sfeer (organisatie, facilitering, scholing, begeleiding, enz.) om taalbeleid te ontwikkelen? Wat is gedaan om het draagvlak te vergroten? - Welke maatregelen zijn genomen om tot afstemming te komen tussen en binnen vakken? Wat zijn de ervaringen hiermee in de praktijk? - Welke maatregelen zijn genomen om te bewerkstelligen dat taalbeleid ook daadwerkelijk in de lespraktijk gerealiseerd wordt, bij Nederlands, de steunlessen en de overige vakken? Wat zijn de ervaringen hiermee in de praktijk, en wat is er van de voorgenomen taalaanpak waar te nemen in de klas?

Methode

De gegevens voor deze casestudie zijn gehaald uit: - een documentanalyse (verslagen, beleids- en werkplannen, zelf ontwikkelde materialen, enz.) - interviews met de schoolleiding, de taalcoördinator(en), met de schoolbegeleiding en/of nascholing en met enkele docenten die (elementen van) de taalaanpak in hun lessen proberen te realiseren (lessen Nederlands, één of twee andere vakken en steunlessen) - observaties in de klas bij Nederlands, de steunles en één of twee andere vakken.

Resultaten

De rol van de directie De wijze waarop de directieleden hun rol invullen, varieert van het beperkt faciliteren van de taalcoördinator (en leden van de taalwerkgroep) tot het wekelijks met de taalcoördinator doorspreken van de voorgenomen en uitgevoerde activiteiten. Het effect van fusies Het gevolg van de recente fusies is op elke school anders. Fusies vormen vaak een bedreiging voor taalbeleid, maar ze bieden ook kansen. Invloed van de gemeente De drie grote steden waarin de scholen staan hebben ieder een eigen onderwijsbeleid dat gevolgen heeft voor het taalbeleid op de scholen. De taalcoördinatoren Op alledrie de scholen is een taalcoördinator aangesteld met een formele taakomschrijving, met als taken het plannen en bewaken van het proces, het enthousiasmeren van de betrokkenen, het onderhouden van in- en externe contacten, het op gang houden van de informatiestroom, het voorzittersschap van de (taal)werkgroep en de ontwikkeling van nieuwe materialen. De omvang van de taak varieert van een paar uur per week tot een halve weektaak. Het functioneren van de taalwerkgroepen De taalwerkgroepen hebben op alledrie de scholen een verschillende plaats en functie. Op de ene school fungeert het team van de proeftuin (een vaste groep docenten die aan een bepaald cluster klassen lesgeeft) als taalwerkgroep. Op de andere school heeft de taalwerkgroep met grote inzet en intensieve ondersteuning van de directie studiedagen voor de collega's georganiseerd. Op deze school is echter de taalwerkgroep na de casestudie opgeheven. Op de derde school werkt de taalwerkgroep aan de verbreding van het taalbeleid van onderbouw naar bovenbouw, en aan de invulling van de extra lessen Nederlands. Het ontbreekt echter aan een duidelijke agenda, zodat de leden over het functioneren van de werkgroep ontevreden zijn. De sectie Nederlands De sectie Nederlands is niet de spil van het taalbeleid, maar op twee scholen wordt de sectie wel als zodanig aangemerkt. Het draagvlak De docenten van alle vakken lijken op alledrie de scholen doordrongen van het belang van de rol van de taal. Het taalbeleid zelf staat niet ter discussie, maar heeft niet op elke school een even hoge prioriteit. Scholing van de teamleden Op één school is er vrijwel niets aan scholing gedaan, op de andere school is het een speerpunt van activiteiten. De deskundigheid van buiten Alledrie de scholen betrekken deskundigen van buiten bij het taalbeleid, maar dit varieert per school van intensief tot inhuren voor een korte periode. De inhoud van het taalbeleid, de begeleiding en nascholing De inhoud van het taalbeleid, de begeleiding en nascholing verschilt per school behoorlijk. De relatie met andere inhoudelijke vernieuwingen Eén school heeft expliciet de koppeling gelegd met de invoering van de basisvorming. Een andere school heeft taalbeleid gekoppeld aan de invoering van samenwerkend leren en andere vernieuwingen in het onderwijs. Op de derde school is geen directe koppeling. De lespraktijk (18 lessen in totaal geobserveerd) Kenmerken van de lessen Bijna alle lessen zijn te karakteriseren als frontaal-klassikaal. De docenten zijn zich zeer bewust van (mogelijke) taalproblemen en proberen daar in de lessen actief op in te spelen door bijvoorbeeld aandacht te schenken aan moeilijke woorden. Lesstructuering Op twee scholen maakt het aangeven van de opbouw van de les onderdeel uit van het taalbeleid. Op de ene school is dit in geen van de lessen gezien, op de andere school komt dat bij twee van de vier vaklessen voor. Activering voorkennis Activering van de voorkennis maakt op alledrie de scholen deel uit van het taalbeleid. In vijf vaklessen besteedt de docent hier aandacht aan. Tekstbehandeling Aan de manier waarop de tekst gelezen moet worden, wordt geen aandacht besteed in de geobserveerde lessen. Slechts in een aantal lessen neemt de docent de tekst met de leerlingen door. (Moeilijke) woorden Docenten die stilstaan bij moeilijke woorden in hun lessen en/of vakteksten, is het meest waargenomen aspect van het taalbeleid op deze drie scholen. Vragen bij vakteksten In de vaklessen is niet waargenomen dat er specifieke aandacht is voor de behandeling van vragen bij vakteksten, hoewel dit wel is opgenomen in het taalbeleid. Bordgebruik Het gebruik van het schoolbord is aandachtspunt op twee scholen.

Conclusies

De rol van diverse actoren en factoren is op elke school verschillend. Hierdoor is het beeld van het taalbeleid op deze scholen ook zeer gevarieerd.

Aanbevelingen

Het is de bedoeling dat de gegevens die door dit project uit de schoolpraktijk worden opgespoord en beschreven, een nieuw impuls geven aan de discussie over taalbeleid op landelijk niveau, en aan nascholing, de begeleiding en de materiaalontwikkeling.

Opmerkingen

De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.

Het schoolvak Nederlands opnieuw onderzocht Publicatie
Dit onderzoek wordt ook besproken in het boek Het onderzoek Nederlands opnieuw onderzocht (Slo, 2008), waarin een stand van zaken wordt gegeven van het onderzoek uit de voorbije 10 jaar.
» Download dit boek.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2009 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties