Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
taalbeleid
Doelgroep
NT2-leerlingen/cursisten
Thema
onderwijsleeractiviteiten
» descriptief onderzoek
Land
Nederland
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» mavo
» vmbo
Respondenten
deskundigen
schooldirecties
leerkrachten
Aantal respondenten
0-10
Methode van dataverzameling
documentanalyse
interviews
observaties
Meestringa, T. & A. Tordoir
1997
p. 217-225
Het Schoolvak Nederlands. Verslag van de tiende conferentieVolledige publicatie: is na te lezen in het online archief
Achtergrond
Steeds meer scholen zijn bezig met de invoering van taalbeleid. Op initiatief van de projectgroep Nederlands als Tweede Taal is in 1995 het project Taalbeleid in de praktijk van het voortgezet onderwijs gestart. Het project had een looptijd van twee jaar en werd uitgevoerd door het Instituut Leerplanontwikkeling (SLO) in samenwerking met het Algemeen Pedagogisch Studiecentrum (APS). In deze publicatie zijn de gegevens over het taalbeleid op drie scholen bijeengebracht.
Vraagstelling
1. Welke interne en/of externe factoren zijn of waren van invloed op de ontwikkeling van het taalbeleid? 2. Welke maatregelen heeft de school genomen in de voorwaardelijke sfeer (organisatie, facilitering, scholing, begeleiding, enz.) om taalbeleid te ontwikkelen? Wat is gedaan om het draagvlak te vergroten? 3. Welke maatregelen zijn genomen om tot afstemming te komen tussen en binnen vakken? Wat zijn de ervaringen hiermee in de praktijk? 4. Welke maatregelen zijn genomen om te bewerkstelligen dat taalbeleid ook daadwerkelijk in de lespraktijk gerealiseerd wordt, bij Nederlands, de steunlessen en de overige vakken? Wat zijn de ervaringen hiermee in de praktijk, en wat is er van de voorgenomen taalaanpak waar te nemen in de klas?
Methode
De gegevens voor deze casestudie zijn gehaald uit: - een documentanalyse (verslagen, beleids- en werkplannen, zelf ontwikkelde materialen, enz.) - interviews met de schoolleiding, de taalcoördinator(en), met de schoolbegeleiding en/of nascholing en met enkele docenten die (elementen van) de taalaanpak in hun lessen proberen te realiseren (lessen Nederlands, één of twee andere vakken en steunlessen) - observaties in de klas bij Nederlands, de steunles en één of twee andere vakken. Er zijn drie scholen bereid gevonden mee te werken aan het onderzoek. Het voornaamste selectiecriterium was dat er al een aantal jaren met taalbeleid gewerkt was. De Van Marlescholengemeenschap te Deventer kent 11 % allochtone leerlingen, het Pascal College te Zaandam 20% en het Meridaan College te Amersfoort kent 9% allochtone leerlingen. Alledrie de scholen betrekken hun leerlingen niet alleen uit de stad maar ook uit de omgeving daarvan (tot 50% van de leerlingen.)
Resultaten
Overeenkomsten tussen de drie scholen · De gemeente heeft een belangrijke, stimulerende rol gespeeld . Bovenschoolse initiatieven sloten aan op de zorgen binnen de scholen: Op de drie scholen was men ontevreden over de invulling en het resultaat van de steunlessen NT2, had men zorgen over het (taal)niveau van de leerlingen en hun schoolresultaten, had men te maken met een toenemend aantal leerlingen die voor de cumiregeling in aanmerking komen en maakte men zich zorgen over het totale leerlingenaantal. · Fusieperikelen werden als storend ervaren. · De directieleden namen (op een gegeven moment) een stimulerende rol op zich. · Op alledrie de scholen is iemand aangesteld die een spilfunctie toebedeeld krijgt, maar deze taalcoördinatoren' hebben moeite met hun positie ten opzichte van hun collega's. De taalcoördinatoren en de andere leden van de taalwerkgroepen ondervinden weerstanden. De sectie Nederlands die in plannen van scholen een centrale rol toegekend krijgt, vervult de spilfunctie niet. De sectie is sterk verdeeld. Het zijn vooral docenten Nederlands die in hogere klassen lesgeven die het taalbeleid links laten liggen. · Nascholing heeft een belangrijke rol gespeeld. Met name door de deskundigheidsbevordering van de kartrekkers' door de nascholers lijkt het taalbeleid op de scholen van de grond gekomen te zijn. · Inhoudelijk is het taalbeleid op de drie scholen gericht op de onderbouw en worden er geen lijnen doorgetrokken naar de tweede fase. Men heeft zich vooral gericht op woordenschat en tekstbegrip. · Het taalbeleid op de scholen staat los van de andere inhoudelijke vernieuwingen (zoals invoering van de basisvorming). Verschillen · De invulling van de stimulerende rol van de schoolleiding verschilt: de rol varieert van delegerend tot leidinggevend tot inhoudelijk sturend en stimulerend. · De achtergrond van de taalcoördinatoren verschilt: sommige maken deel uit van de sectie Nederlands, andere hebben geen taaldidactische achtergrond. · De inhoud van de activiteiten van de begeleiders en nascholers verschillen. De nascholer moet een inhoudelijke inbreng hebben maar ook het proces van invoering moet aandacht krijgen. Dat is op een van de scholen nog niet genoeg uit de verf gekomen. Deze laatste component wordt op een van de scholen door de begeleider uitgevoerd. Een van de drie scholen heeft geen begeleider en daar heeft de nascholer zich alleen beperkt tot inhoudelijke overdracht van kennis en vaardigheden. · De weerstand bij de collega's verschilde per locatie, van aversie tot overwegend positief. · Andere verschillen tussen de scholen betreffen de plaats van de leerlingbegeleiding en ouderparticipatie. Observaties in 26 gevolgde lessen Bijna alle lessen zijn te karakteriseren als frontaal-klassikale lessen. Lesstructuering is maar op één school expliciet opgenomen in het taalbeleid. Er zijn enkele lessen waarin doel en structurering van de les aan het begin van de les is verteld. Activering van de voorkennis heeft op alle scholen aandacht gekregen bij het invoeren van het taalbeleid. In de lessen komt dit erop neer dat de docenten refereren aan de vorige les(sen). Sporadisch wordt de kennis van het dagelijkse leven van de leerlingen geactiveerd. Tekstbegrip maakt op alle drie de scholen deel uit van het taalbeleid. Strategische aanwijzingen van de docent om de leerlingen te helpen bij het begrijpen van de tekst komt weinig voor. Aandacht voor de buitenkant van de tekst is er sporadisch. Er wordt geen aandacht besteed aan verschillende manieren van lezen, aan de structuur van de tekst of van zinnen. Aan woordoverstijgende aspecten van de tekst wordt weinig aandacht besteed. Op een van de drie scholen wordt aandacht besteed hoe de docent het samenvatten van teksten kan behandelen. Op alledrie de scholen maakt aandacht voor de woordenschat-ontwikkeling deel uit van het taalbeleid. Aan dit aspect geven de docenten in vrijwel alle lessen aandacht. De docent geeft meestal een synoniem of een omschrijving. Op twee van de drie scholen is in het kader van taalbeleid aandacht besteed aan de vragen bij vakteksten. In de geobserveerde lessen is daar weinig van te merken op één uitzondering na.
Conclusies
De rol van diverse actoren en factoren verschilt van school tot school. Hierdoor varieert het beeld van het taalbeleid op deze scholen zeer.
Aanbevelingen
Het is de bedoeling dat de gegevens die tijdens dit project uit de schoolpraktijk zijn opgespoord en beschreven, een nieuw impuls geven aan de discussie over taalbeleid op landelijk niveau, en aan nascholing, de begeleiding en de materiaalontwikkeling.
Opmerkingen
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
