taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: start » onderwijs » onderzoek »

Het taalonderwijs Nederlands onderzocht

Onderzoeken uit de periode 1969-2005 naar het onderwijs Nederlands

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
leesonderwijs

Doelgroep
NT2-leerlingen/cursisten

Thema
evaluatie van onderwijsopbrengsten

Land
Nederland

Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs

Leeftijd
12-13 jaar (1e voortgezet/secundair)
13-14 jaar (2e voortgezet/secundair)
14-15 jaar (3e voortgezet/secundair)
15-16 jaar (4e voortgezet/secundair)
16-17 jaar (5e voortgezet/secundair)
17-18 jaar (6e voortgezet/secundair)

Respondenten
leerlingen/cursisten

Aantal respondenten
501 en meer

Methode van dataverzameling
overige methodes

Verschillen in leesvaardigheid in eerste en tweede taal

Schuurs, U.
1998
p. 27-41
Spiegel, 2

Achtergrond

Allochtone leerlingen kunnen vaak niet voldoen aan de eisen die door het Nederlandstalige onderwijs worden gesteld aan hun taalvaardigheid. Er is dan ook reden om met name in het onderwijs Nederlands als Tweede Taal de leesvaardigheid op een efficiënte en effectieve manier te verhogen. Het is de vraag hoe dat het beste kan worden gerealiseerd. Om te kunnen bepalen aan welke aspecten aandacht moet worden besteed en in welke volgorde, is het nodig om inzicht te krijgen in de aard van het leesproces in het Nederlands.

Vraagstelling

Verschilt de structuur van leesvaardigheid van allochtone leerlingen van die van autochtone leerlingen?

Methode

Er is een analyse uitgevoerd op data die ontleend zijn aan een bestaande verzameling opgaven die specifiek voor NT2-leerders is ontwikkeld. Voor de vaardigheid lezen bevat de opgavenbank 291 items, verdeeld over uiteenlopende aspecten van het leesproces. Ze zijn gepretest bij 1080 leerlingen uit klas 1 en 2 van het voortgezet onderwijs. Voor dit onderzoek zijn de opgaven voor lezen verdeeld in vier deelvaardigheden: - microniveau (losse zinnen, bijvoorbeeld het interpreteren van verbanden in samengestelde zinnen) - mesoniveau (zins- en alineaniveau, bijvoorbeeld onderkennen van cohesie) - macroniveau (structuur van de tekst, bijvoorbeeld het doorzien van de tekstopbouw) - figuurlijk taalgebruik (bijvoorbeeld correcte interpretatie van ironie, zegswijzen) Voor elk van de vier onderscheiden deelvaardigheden is per opgave de relatieve moeilijkheidsgraad berekend. Op basis hiervan konden de ruwe scores per leerling worden omgezet naar een schatting van de individuele vaardigheid op elk van de vier deelvaardigheden. Op basis van deze schattingen kan worden nagegaan of de verhouding tussen de vier deelvaardigheden verschillend is voor de autochtone leerlingen en de allochtone leerlingen.

Resultaten

De autochtone leerlingen zijn vaardiger op elk van de vier onderscheiden deelvaardigheden. Maar waar het de mate van beheersing op de vier deelvaardigheden betreft, is er een volledige correspondentie tussen T1- en T2-leerders: beide groepen zijn het meest vaardig op zinsniveau en het minst vaardig waar het figuurlijk taalgebruik betreft. Voor de groepen van de autochtone en de allochtone leerlingen zijn de correlaties berekend tussen leeftijd, verblijfsduur en de geschatte niveaus voor de deelvaardigheden. Bij de autochtone leerlingen zijn de correlaties tussen leeftijd en de vier deelvaardigheden niet significant. De vier deelvaardigheden binnen leesvaardigheid correleren onderling wel steeds significant. Dit is ook zo bij allochtone leerlingen. Verder zijn er bij allochtone leerlingen significante, positieve correlaties tussen de verblijfsduur in Nederland en de vier soorten leesvaardigheid. De correlaties tussen leeftijd en de vier deelvaardigheden zijn negatief. Dit wordt veroorzaakt doordat juist de oudere allochtone leerlingen uit de steekproef relatief kort in Nederland zijn. Met behulp van een statistische analyse is nagegaan of de gevonden verschillen tussen autochtone en allochtone leerlingen significant zijn en wat de relatieve bijdrage van elke deelvaardigheid is aan het gevonden verschil. De opgaven op microniveau dragen het meest bij aan de onderliggende factor die het verschil tussen beide groepen maximaliseert, daarna de items op alinea-niveau, en ten slotte de items voor tekstbegrip en voor figuurlijk taalgebruik. Ook de effectgrootte voor de gevonden differentiële effecten is berekend. Het gaat bij alle vier de onderzochte deelvaardigheden om redelijk grote verschillen tussen allochtone en autochtone leerlingen en deze verschillen zijn op alle vier de vaardigheden van beduidend groter belang dan de geconstateerde verschillen tussen jongens en meisjes; op micro- en meso-niveau zijn de gevonden verschillen tussen allochtone en autochtone leerlingen zelfs meer van belang dan de gevonden verschillen tussen lagere en hogere schoolsoorten (VBO-MAVO versus HAVO-vwo)

Conclusies

Er doen zich geen verschillen voor in de structuur van leesvaardigheid bij allochtone en autochtone leerlingen. De effectgrootte ligt voor alle vier de subtests in dezelfde orde van grootte: bij beide groepen is de leesvaardigheid het grootst op microniveau en het kleinst bij figuurlijk taalgebruik en tekstbegrip. De verschillen in leesvaardigheid tussen allochtone en autochtone leerlingen zijn erg groot. De autochtone leerlingen doen het op alle vier onderzochte deelvaardigheden beduidend beter dan allochtone leerlingen.

Aanbevelingen

Door deze onderzoeksresultaten kan in de optiek van de auteur verschil in vaardigheidsstructuur geen argument vormen in de discussie over de vraag of leesonderwijs aan allochtonen en aan autochtonen bottom up- of juist top-down zou moeten worden gestructureerd. Omdat de allochtone leerlingen minder vaardig zijn in alle vier de onderzochte deelvaardigheden, is er geen reden om in T2-onderwijs specifieke aandacht te schenken aan een van de vier deelvaardigheden.

Opmerkingen

De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1997 tot en met 2002 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma en drs. Eva Breedveld.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties