Databank doorzoeken

Actief leren
Een case-study en een beknopt literatuuronderzoek ter verheldering van het concept. Studie en onderzoek binnen het project Nederlands VO 12
Bonset, H.
Enschede: SLO., 1994

Uit Het Schoolvak Nederlands Onderzocht, hoofdstuk 7.4


Ter verheldering van het begrip ‘actief leren' ging Bonset (1994) in een beknopt literatuuronderzoek na of dit begrip een rol speelt in de Nederlandse leer- en onderwijspsychologie, en deed hij een case-study met het doel een beeld te krijgen van de wijze waarop er op één school vormgegeven wordt aan ‘actief leren'. Bij dit concept wordt er volgens Bonset uitgegaan van de volgende vernieuwingsprincipes:
– de leerling wordt uitgedaagd tot een meer actief leergedrag;
– er dient een ontwikkeling plaats te vinden naar integratie van verschillende vakken;
– het leerproces moet zowel aansluiten bij de individuele kenmerken van de leerling (het groepsgemiddelde geldt niet langer als norm) als de nadruk leggen op coöperatief leren.
Bonset stelde zich de vraag welke rol ‘actief leren' op de onderzoeksschool speelt in de opvattingen en praktijken van de schoolleiding, de docenten en de leerlingen. Hij verzamelde zijn materiaal door middel van interviews met de schoolleiding en de lerares Nederlands, de observatie van in totaal tien lessen Nederlands (in twee brugklassen en 2 HAVO/vwo (derde) klassen), twee lessen Natuurkunde en twee lessen Geschiedenis. Met de betrokken docenten werden nagesprekken gevoerd en er werden twee groepjes leerlingen geïnterviewd. De onderzoeksdata werden kwalitatief geanalyseerd.
Samengevat wordt in het onderzoeksverslag het volgende beeld geschetst van de wijze waarop ‘actief leren' op de onderzoeksschool gestalte krijgt. De docenten hanteren eenzelfde concept van actief leren waarin de zelfwerkzaamheid van de leerlingen centraal staat. De leerlingen zijn het grootste deel van de les zelfstandig aan het werk; de docent wordt begeleider in plaats van doceerder. Naast zelfwerkzaamheid komen bij alle vakken momenten van zelfstandigheid voor, waarop de leerlingen keuzes maken en beslissingen nemen ten aanzien van de leerstof. Bij het vak Nederlands hebben de leerlingen de ruimste keuze in hoe lang ze over de stof doen, waar ze de stof verwerken (op school of thuis), en in welke volgorde ze de oefeningen en opdrachten maken. Bij alle vakken wordt er gewerkt met het BHV-differentiatiemodel. De basis- en herhalingsstof is verplicht, de leerlingen kunnen kiezen in welke mate ze de extra stof doen. Belangrijke hulpmiddelen bij de zelfwerkzaamheid zijn werkwijzers, huiswerkafspraken, en antwoordkaarten of mappen. De docenten zijn uitgesproken tevreden over het werken met actief leren, maar geven ook veranderingen voor de toekomst (de basisvorming) aan: nieuwe methoden (de methode Functioneel Nederlands wordt vervangen door Nieuw Nederlands), meer samenwerking tussen de leerlingen en meer groepswerk. Volgens Bonset wijst het bovenstaande op een aanzienlijke graad van implementatie van actief leren: "er is een school- en lesorganisatie geschapen en er zijn hulpmiddelen ontworpen of aangeschaft die ruimte en mogelijkheden bieden tot actief leren". (idem: 54)
Op grond van de literatuurstudie komt Bonset echter tot de conclusie dat het bieden van ruimte voor zelfwerkzaamheid en voor het maken van eigen keuzes ten aanzien van de leerstof niet voldoende is om leerlingen tot actief of zelfstandig leren te brengen. Onder verwijzing naar Boekaerts/Simons (1993) stelt hij dat hiervan pas daadwerkelijk sprake is wanneer de leerlingen expliciet geleerd wordt de leerfuncties van de docent over te nemen en hun eigen leerproces te gaan sturen. Hiertoe zullen hen metacognitieve vaardigheden moeten worden bijgebracht: oriënteren op de leertaak, plannen van de leeractiviteiten, het eigen leerproces bewaken, zichzelf toetsen, het eigen leerproces bijstellen, en reflecteren op het verloop van het eigen leerproces.
Tegen de achtergrond hiervan komt Bonset tot de conclusie dat de onderzoeksschool in de praktijk meer bereikt lijkt te hebben in de daartoe voorwaardelijke school- en lesorganisatorische sfeer dan in die van de leeractiviteiten zelf. De belangrijkste oorzaak hiervoor bij het vak Nederlands is dat de leerstof weinig cognitief stimulerend is en geen metacognitieve handreikingen biedt. Bonset besluit zijn verslag met de volgende definitie van het concept actief leren: "Actief leren houdt in dat leerlingen zelf leeractiviteiten uitvoeren, èn daarbij leren om in toenemende mate hun eigen leerproces te sturen". (idem: 57)

De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 1969 tot en met begin 1997 zijn geschreven door drs. Mariëtte Hoogeveen en dr. Helge Bonset en zijn eerder in boekvorm verschenen ('Het Schoolvak Nederlands Onderzocht', Garant, 1998).

« vorige pagina - volgende pagina »

Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:

Domein
domeinoverschrijdend

Doelgroep
NT1-leerlingen

Land
Nederland

Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs

Leeftijd
12-13 jaar (1e voortgezet/secundair)
13-14 jaar (2e voortgezet/secundair)