Dit onderzoek behoort tot de volgende categorieën:
Domein
leesonderwijs
» begrijpend lezen
Doelgroep
NT1-leerlingen
Thema
evaluatie van onderwijsopbrengsten
beoordelingsinstrumenten
Land
Nederland
Onderwijstype
voortgezet/secundair onderwijs
» vwo
» havo
» vmbo
Leeftijd
14-15 jaar (3e voortgezet/secundair)
15-16 jaar (4e voortgezet/secundair)
Respondenten
leerlingen/cursisten
Aantal respondenten
101-200
Methode van dataverzameling
taalvaardigheidstaken
Bimmel, P. & E. Van Schooten
2004
p. 85-102
in: L1 - Educational Studies in Language and Literature, nr. 4
Achtergrond
Leesvaardigheid speelt een belangrijke rol in het dagelijks leven en is belangrijk voor educatie. Er is weinig reden om aan te nemen dat leerlingen aan het einde van de basisschool klaar zijn met hun 'training' in leesvaardigheid (begrijpend lezen). Een belangrijke vraag is dan ook hoe instructie voor leesvaardigheid het beste geconstrueerd kan worden in het voortgezet onderwijs. Moet de aandacht liggen op de training van leesstrategieën? En zo ja, welke dan? En hoe belangrijk zijn leesstrategieën en beheersing van leesstrategieën?
Vraagstelling
- Welke relatie bestaat er tussen leesvaardigheid (begrijpend lezen) en de beheersing van leesstrategieën?
- In hoeverre worden de verschillen in de gemiddelde leesvaardigheid tussen schooltypen verklaard door de verschillen in de beheersing van leesstrategieën en in hoeverre is de relatie tussen de beheersing van leesstrategieën en leesvaardigheid gelijkwaardig over de schooltypen?
- Hoe sterk is het verband tussen betekenisgerichtheid enerzijds en de beheersing van leesstrategieën en de leesvaardigheid anderzijds?
- Hoe sterk is het verband tussen de houding ten aanzien van lezen en het nut van leesstrategieën enerzijds en de beheersing van leesstrategieën en de leesvaardigheid anderzijds?
Methode
De onderzoeksvragen zijn onderzocht op basis van data uit een experimentele trainingsstudie van Bimmel (1999). Het onderzoek werd uitgevoerd bij 144 leerlingen uit het voortgezet onderwijs (derde leerjaar, VBO, MAVO, HAVO en vwo). Alle leerlingen waren Nederlandse moedertaalsprekers.
De volgende leesstrategieën zijn onderzocht:- 'Koppen snellen': voorspellen van tekstinhouden aan de hand van titels, kopjes en dergelijke.
- 'BEA': begin en einde van de alinea's lezen om tekstinhoud te voorspellen,
- 'Sleutelfragmenten': passages met hoge informatieve waarde zoeken en onderstrepen,
- 'Scharnierwoorden': gebruik maken van structuurmarkerende verbindingswoorden.
Voor elke strategie is een toets ontwikkeld. Voor het meten van leesvaardigheid is gebruik gemaakt van delen uit de eindexamens leesvaardigheid. Bovendien is er een leerstijlenvragenlijst en een attitudevragenlijst gebruikt.
Resultaten
- De relatie tussen leesvaardigheid en de beheersing van leesstrategieën De beheersing van alle vier de leesstrategieën hangt significant samen met de vaardigheid in het begrijpend lezen. De sterkste relatie werd gevonden voor 'Scharnierwoorden', gevolgd door 'BEA", 'Sleutelfragmenten' en 'Koppen snellen'.
- Verklaringen voor verschillen in de gemiddelde leesvaardigheid tussen schooltypen De verschillen in de vaardigheid in het begrijpend lezen tussen de verschillende schooltypen zijn voor hooguit de helft terug te voeren op verschillen in beheersing van leesstrategieën. De relaties tussen leesvaardigheid en beheersing van leesstrategieën zijn gelijk voor alle vier de vormen van voortgezet onderwijs.
- Het verband tussen betekenisgerichtheid en de beheersing van leesstrategieën en de leesvaardigheid De mate van betekenisgerichtheid hangt niet samen met de beheersing van leesstrategieën of de leesvaardigheid.
- Het verband tussen de houding ten aanzien van lezen en het nut van leesstrategieën en de beheersing van leesstrategieën en de leesvaardigheid De relatie tussen leesvaardigheid en de houding ten aanzien van lezen is klein, maar significant. Er is een negatief verband tussen de houding ten aanzien van het nut van leesstrategieën en de beheersing van leesstrategieën.
Conclusies
De beheersing van leesstrategieën is sterk gerelateerd aan de leesvaardigheid.
Aanbevelingen
Voorstanders van leesstrategisch onderwijs in alle typen van het voortgezet onderwijs lijken door dit onderzoek gesteund te worden. Training in leesstrategieën moet niet gelimiteerd worden tot de lagere niveaus van het voortgezet onderwijs, maar lijkt van belang voor alle leerlingen van het voortgezet onderwijs.
De beschrijvingen van de onderzoeken in het voortgezet/secundair onderwijs uit de periode 2003 tot en met 2006 zijn geschreven door dr. Martine Braaksma.
Publicatie
Dit onderzoek wordt ook besproken in het boek Het onderzoek Nederlands opnieuw onderzocht (Slo, 2008), waarin een stand van zaken wordt gegeven van het onderzoek uit de voorbije 10 jaar.
» Download dit boek.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties