Taalunie scriptieprijs 2008 - juryverslag
De Nederlandse Taalunie vindt het belangrijk om initiatieven op te zetten en te ondersteunen die helpen bij het uitbouwen van de neerlandistiek in zowel het binnen- als het buitenland. Om ook studenten hiervoor te enthousiasmeren heeft de Taalunie in 2002 de Taalunie Scriptieprijs ingesteld. Die prijs wordt jaarlijks door een jury van experten toegekend aan een student van een Vlaamse of Nederlandse universiteit die een in het Nederlands geschreven scriptie heeft ingediend over een onderwerp dat interessant is binnen het domein van de neerlandistiek. Hiermee hoopt de Taalunie aan studenten neerlandistiek een stimulans te geven om te excelleren met een Nederlandstalige, wetenschappelijke studie op het terrein van de Nederlandse taal- en letterkunde.
De Taalunie Scriptieprijs wordt afwisselend uitgereikt aan een letterkundige en een taalkundige scriptie. In 2008 gaat de prijs naar een scriptie op het terrein van de letterkunde in aanmerking. Aan elke universiteit in Nederland en Vlaanderen wordt gevraagd om één scriptie voor te dragen. De universiteiten stellen eerste zelf een intra-universitaire jury samen en duiden voor hun universiteit de winnaar/winnares aan. Die scriptie kan bij de Taalunie worden ingediend en komt in aanmerking voor de Taalunie Scriptieprijs.
Uiteindelijk kreeg de overkoepelende Nederlands-Vlaamse jury van de Taalunie acht scripties te beoordelen. In alfabetische volgorde zijn dit:
- Sarah Beeks (Universiteit Utrecht): "Ik ben trouwens geen schrijver". De schrijversidentiteit van Tom Lanoye en Arnon Grunberg.
- Judith Brouwer (Universiteit van Amsterdam): Al zeyt ghy wyt den ooge, ghy bent uyt mijn herte niet. Amsterdamse brieven uit het Rampjaar 1672.
- Pascal Calu (Katholieke Universiteit Leuven): "Selden vrolijck is ghesont, Altijd vrolijck t'lichaem wondt". Anekdotiek in Het Gulden Cabinet vande Edel Vry Schilderconst (1662) van Cornelis de Bie.
- Adelheid Ceulemans (Universiteit Antwerpen): Natievorming en poëzie: Spoker in Reinaert de Vos. Tekstuele analyse en contextuele studie van de nationaal-politieke teksten van Guido Gezelle in het weekblad Reinaert de Vos (1860-1865).
- Bianca Graat (Radboud Universiteit Nijmegen): 'Als geheel en al van belang ontbloot voor den Hollandschen lezer'. Over vertalen en vertalingen in de negentiende eeuw en de bijzondere rol van Mark Prager Lindo.
- Kirsten de Pré (Universiteit Leiden): De "Indische" Post. Een onderzoek naar de invloed van de europeanisering van de Indische samenleving in de literaire rubrieken van De Indische Post (1921-1939).
- Emil Spaninks (Vrije Universiteit Amsterdam): Things are rarely they seem. J.M. Coetzee en de Nederlandse letterkunde.
- Inge Verouden (Universiteit van Tilburg): Het ABC van het doen alsof. Over symbolisch spel en de ontwikkeling van geletterdheid in Jip en Janneke en bij vijfjarigen.
Op 4 december 2008 heeft de jury van de interuniversitaire Taalunie Scriptieprijs zich over bovenstaande acht scripties gebogen. De jury bestond uit:
- Wim van Anrooij (Universiteit Leiden),
- Dirk Coigneau (Universiteit Gent),
- Mary Kemperink (Universiteit Groningen, voorzitter),
- Rita Ghesquiere (Universiteit Leuven) en
- Lut Missine (Universiteit Münster).Â
De jury hield bij het beoordelen van de scripties rekening met verschillende criteria.
- Ten eerste werd gekeken of de scripties voldoen aan de formele eisen om deel te kunnen nemen aan de Taalunie Scriptieprijs. Op basis daarvan werden slechts zeven van de acht ingediende scripties weerhouden. Eén van de scripties was immers geschreven en ingediend tijdens het academiejaar 2005-2006 en komt dus niet in aanmerking voor de Taalunie Scriptieprijs 2008.
- Ten tweede hield de jury rekening met de mate waarin het thema van de scriptie aansluit bij het domein van de neerlandistiek. De jury stelde vast dat de geselecteerde werken in al hun diversiteit stuk voor stuk originele en relevant bijdragen zijn tot het onderzoek van de Nederlandse literatuur. In het merendeel van de scripties worden immers degelijke en interessante onderzoeksvragen gesteld die een nieuw licht werpen op de behandelde thematiek.
- Ten derde werd grondig gekeken naar de manier waarop in de scripties wordt omgegaan met secundaire literatuur. De jury stelde vast dat de meeste auteurs op een kritische manier omgaan met hun bronnen en blijk geven van een scherp analysevermogen. Wel merkte ze op dat er in veel scripties een onevenwichtige verhouding is tussen de theorie en de praktijk. In een enkel geval was de jury bovendien niet helemaal overtuigd van de relevantie van bepaalde aspecten die in het theoretische kader aan bod komen.
- Ten vierde stond de jury stil bij de methodologie. Hierbij werd opgemerkt dat alle studenten erin slagen om correcte methodes te hanteren voor het beantwoorden van de onderzoeksvragen. Bovendien juicht de jury het toe dat een aantal scripties getuigen van een domeinoverstijgende aanpak en dat bepaalde onderwerpen benaderd worden vanuit een crosscultureel perspectief.
- Ten vijfde werd gekeken naar de relevantie en degelijkheid van de uitkomsten van de verschillende onderzoeken en werd geoordeeld over de manier waarop de onderzoeksresultaten worden gepresenteerd.
- Ten zesde oordeelde de jury over de taal en stijl van de ingediende werken. De voltallige jury betreurt het dat nogal wat scripties tekortschieten op het punt van taalverzorging en spelling. Naast slordigheden zoals tikfouten, bevatten heel wat scripties ook grove fouten tegen de werkwoordspelling en de Nederlandse grammatica. De jury is van oordeel dat dergelijke fouten niet thuishoren in afstudeerscripties.
Bij de bespreking van de verschillende scripties waren de meningen vaak erg verdeeld. Over de winnaar was de jury het echter unaniem eens.
Ondanks de complexe thematiek, slaagt de auteur erin om een taalkundig en stilistisch goed geschreven werk te presenteren dat getuigt van een systematische aanpak, een grote belezenheid en een professionele, wetenschappelijke houding. Niet enkel de grondigheid waarmee het brede historisch-bibliografisch raamwerk is opgetrokken, maar ook de ontwikkeling van een eigen analysemodel op basis van een kritische omgang met het bronnenmateriaal kon rekenen op een grote appreciatie van de jury.
De jury heeft in het bijzonder waardering voor de soevereine aanpak van het onderzoek en prijst de lovenswaardige poging van de auteur om de twee uitersten van de vertaalwereld, met name de theoretische vertaalwetenschap en het praktische vertaalperspectief met elkaar te verzoenen. De scriptie opent nieuwe perspectieven en mogelijkheden voor het domein van de literaire vertaling en vormt een stevige basis voor verder onderzoek.
De jury besliste dan ook eensgezind om de Taalunie Scriptieprijs 2008 toe te kennen aan Bianca Graat (Radboud Universiteit Nijmegen) voor haar scriptie 'Als geheel en al van belang voor den Hollandschen lezer'. Over vertalen en vertalingen in de negentiende eeuw en de bijzondere rol van Mark Prager Lindo.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties