Taalunie scriptieprijs 2009 - juryverslag
Met de Taalunie Scriptieprijs bekroont de Nederlandse Taalunie jaarlijks de beste afstudeerscriptie over een onderwerp in de neerlandistiek. Met de prijs wil de Taalunie studenten in Nederland en Vlaanderen stimuleren om te excelleren met een in het Nederlands geschreven wetenschappelijke studie op het terrein van de Nederlandse taal- of letterkunde.
De Taalunie Scriptieprijs wordt afwisselend uitgereikt aan een letterkundige en een taalkundige scriptie. In 2009 gaat de prijs naar een scriptie op het terrein van de taalkunde en taalbeheersing. Elke universiteit in Nederland en Vlaanderen met een opleiding neerlandistiek krijgt de kans om één scriptie voor te dragen. Die scriptie dingt mee naar de interuniversitaire prijs.
In totaal werden negen scripties voorgedragen:
- Els Belsack (Vrije Universiteit Brussel): Het taalbeleid in de Nederlandse media: Analyse van het huidige taalbeleid van de grootste Nederlandse kranten en een vergelijking met de Belgische dagbladen.
- Kris Dekker (Universiteit Antwerpen): Bilinguale visuele woordherkenning. Trilinguale cognaten en frequentiegemanipuleerde homografen in zinscontext. Experimenteel onderzoek.
- Martijn Kager (Universiteit Leiden): De retoriek van kunnen.
- Anne-France Pinget (Universiteit Gent): Het gesproken Nederlands in Vlaanderen. Percepties en attitudes tegenover standaardtaal en tussentaal van Oost- en West-Vlaamse studenten.
- Eelco Snip (Vrije Universiteit Amsterdam): Politieke headlines: clicken of skippen? Een onderzoek naar hoe online lezers zijn te interesseren voor politieke nieuwsverhalen.
- Stijn Storms (Katholieke Universiteit Leuven): Implementatie van Nederlandse nominale groepen in het LKB formalisme. What's in an NP?
- Bob van Tiel (Universiteit Nijmegen): Samenstellingen en tussenklanken. Een onderzoek naar de geschiedenis van de tussenklank in nominale samenstellingen.
- Loes Verhoeven (Universiteit Utrecht): Begrijpend lezen van geïllustreerde teksten. Een onderzoek naar effecten van een uitgebreide leesinstructie op de leesstrategie en het tekstbegrip van vwo-leerlingen.
- Ellis Wubs (Rijksuniversiteit Groningen): Hoe kinderen referentiële uitdrukkingen in verhalen met een topic shift produceren en interpreteren. Rekening houden met het perspectief van de ander.
Op 1 december 2009 kwam de interuniversitaire jury bijeen om zich over de bovenstaande scripties te buigen. De jury bestond uit de hoogleraren Joop van der Horst (Universiteit Leuven), Guy Janssens (Université de Liège), Sjaak Kroon (Universiteit van Tilburg), Ted Sanders (Universiteit Utrecht) en Reinhild Vandekerckhove (Universiteit Antwerpen).
De jury is verheugd over de kwaliteit en het niveau van de ingestuurde scripties. Bovendien is ze erg tevreden met het feit dat de inzendingen thematisch en methodologisch heel sterk van elkaar verschillen: van sociolinguïstisch onderzoek tot onderzoek naar dialecten en historische grammatica en van klassiek theoretisch-analytisch onderzoek tot corpusonderzoek en experimenteel onderzoek. Deze thematische en methodologische diversiteit is volgens de jury illustratief voor de rijkdom van het hedendaagse onderwijs en onderzoek op het gebied van de Nederlandse taalkunde en taalbeheersing. Verder is de jury onder de indruk van de levensvatbaarheid van moderne taalkundige en taalbeheersingsinzichten, zoals die blijkt uit de ontginning van het gebied van taal en communicatie. Deze ontwikkeling komt in de lijst van inzendingen met name tot uiting in de scripties over tekst-beeld interactie, en over het lezen van de krant op het internet. Het is verheugend dat ook jonge taalkundigen en taalbeheersers laten zien hoe hun expertise op dit terrein nieuwe inzichten oplevert in wat wel genoemd wordt "de digitale eeuw". De jury ziet ook in de toekomst een rol weggelegd voor dergelijk onderzoek naar de rol van taal en taalgebruik in multi-modale of -mediale communicatie.
Bij het beoordelen van de scripties hield de jury rekening met verschillende criteria:
- Ten eerste werd rekening gehouden met de mate waarin het thema van de scriptie bijdraagt aan en aansluit bij de taalwetenschap. De jury stelde vast dat in het merendeel van de scripties degelijke en interessante onderzoeksvragen worden gesteld die een interessant licht werpen op de behandelde thematiek. Bovendien was de jury tevreden vast te kunnen stellen dat er naast bijdragen over klassieke thema's ook aandacht was voor interdisciplinair onderzoek en dat vernieuwende thema's werden aangesneden. De aandacht voor vernieuwing en interdisciplinariteit illustreert volgens de jury, zoals gezegd, de dynamiek en de levensvatbaarheid van het huidige onderzoek in taalkunde en taalbeheersing.
- Ten tweede werd gekeken naar de theoretische onderbouwing, de methodologie en de diepgang van de analyse. De jury stelde vast dat de meeste scripties degelijk theoretisch onderbouwd zijn en dat de analyses grondig werden gevoerd. Wel mist de jury bij een aantal inzendingen de nodige creativiteit en durf om af te stappen van gangbare theorieën en analysemodellen.
- Ten derde werd aandacht besteed aan de relevantie en degelijkheid van de uitkomsten van de verschillende onderzoeken en werd geoordeeld over de manier waarop de onderzoeksresultaten worden gepresenteerd. De jury meent dat uit het merendeel van de onderzoeken interessante, goed onderbouwde uitkomsten voortkomen die bijdragen aan de neerlandistiek.
- Ten vierde hecht de jury er waarde aan dat de bevindingen in de scriptie op een toegankelijke manier worden gepresenteerd. Een dergelijke schrijfvaardigheid mag juist in dit vakgebied van de auteurs worden verwacht. Enkele uitzonderingen daargelaten, slagen de onderzoekers er inderdaad in om vaak complexe en vrij technische materie te verwoorden in begrijpelijke taal.
Bij de besprekingen van de jury werd snel duidelijk dat meerdere scripties in aanmerking kwamen voor de eerste plek. Gezien de thematische en methodologische verscheidenheid lieten ze zich bovendien niet gemakkelijk vergelijken. Toch kwam de jury na rijp beraad tot een unaniem besluit.
Ondanks de complexe thematiek slaagt de auteur van de winnende scriptie er in om een toegankelijk stuk te schrijven dat blijk geeft van een sterke gedrevenheid en een volledige beheersing van het onderwerp. De scriptie is theoretisch erg sterk en methodologisch geavanceerd. De verfijning van een bestaand theoretisch model en de toetsing aan de praktijk kon rekenen op grote appreciatie van de jury. Het werk getuigt niet alleen van grote creativiteit, maar ook van kritisch denkvermogen en van wetenschappelijke volwassenheid. Het werkstuk is origineel, goed geschreven en vernieuwend en vormt een verdienstelijke basis voor verder onderzoek.
De jury besliste dan ook eensgezind om de Taalunie Scriptieprijs 2009 toe te kennen aan Martijn Kager (Universiteit Leiden) voor zijn scriptie De retoriek van kunnen.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties