Taalunie Scriptieprijs 2005: samenvatting winnende scriptie
Het gebruik van hun als subject
Een sociolinguïstische studie
In de Nederlandse taal doet zich op dit moment een opvallende taalverandering voor. Het betreft hier een verandering in het gebruik van subjectspronomina van de derde persoon meervoud. Naast de bekende subjectsvormen ze en zij komt tegenwoordig nog een derde variant voor: hun. Officieel dient hun alleen gebruikt te worden als object en bezittelijk naamwoord, maar de laatste decennia komt hun meer en meer in subjectspositie voor. Door de sterke toename van het gebruik van hun als subject wordt er meer aandacht aan hun besteed dan ooit. Deze aandacht is in de meeste gevallen echter negatief. Hun wordt namelijk gekenmerkt door een sociaal stigma; niemand lijkt het gebruik ervan te tolereren, iedereen beschouwt het als ongrammaticaal en ziet het als taalverloedering. Ondanks deze kritiek verspreidt hun zich vlot over Nederland. Deze snelle verspreiding in combinatie met het sociale stigma zorgt voor een paradox die deze zogenaamde subject-objectverandering zo opvallend en interessant maakt.
De bakermat van hun ligt in de grote steden van de Hollandse provincies waar dienstbodes al nabootsend de hun-vorm naar subjectspositie hypercorrigeerden. Tegenwoordig is hun niet meer gebonden aan een bepaalde regio of sociale groep, hoewel geldt dat jongeren hun het meest gebruiken en ook een lagere opleiding betekent een hoger gebruik. Daarnaast lijkt hun vooral populair te zijn bij jonge mannen uit de lagere sociale klasse. Dit is opvallend te noemen, omdat het in de meeste gevallen jonge vrouwen zijn die zich manifesteren als innovators. Hun is niet op een enkele manier te verklaren; in totaal zijn er zeven effecten die hun in meer of mindere mate zouden kunnen verklaren. Deze effecten kunnen verdeeld worden in externe en interne effecten. Onder externe effecten wordt de sociolinguïstische kant van hun gerekend, terwijl de taalinterne kant van hun onder de interne effecten valt. Deze taalinterne effecten lijken belangrijker te zijn voor hun dan de externe effecten. Met name het zogenaamde wissel-effect dat stelt dat men behoefte heeft aan beklemtoonde vormen en het opzij-effect dat de ambiguïteit tussen de meervoudsvorm zij en enkelvoudsvorm zij aankaart lijken een grote invloed te hebben op hun.
Het feit dat hun naar subjectspositie is verschoven is niet uitzonderlijk. Ook in andere talen en dialecten doen deze zogenaamde subject-objectveranderingen zich voor. Met name het Zweedse dom, oorspronkelijk een objectsvorm van de derde persoon meervoud maar inmiddels ook de standaardvorm voor subjectspositie, komt in grote mate overeen met hun. De bestudeerde subject-objectveranderingen zijn gelijk in die zin dat voor elke verandering verschillende verklaringen worden aangedragen. Hierbij zijn niet alle verklaringen van dezelfde sterkte; klemtoon en ambiguïteit lijken tot de sterkste factoren te behoren.
Onderzoek naar hun heeft tot nu toe voornamelijk gegevens opgeleverd over de geografische herkomst en verspreiding van hun in de spreektaal en over mogelijke effecten die deze taalverandering kunnen verklaren. In deze scriptie worden twee andere kanten van hun belicht: het voorkomen van hun in de schrijftaal en evaluatieve reacties tegenover hun. Het eerste onderzoek probeert door middel van een corpus te achterhalen hoe ver hun is doorgedrongen in de schrijftaal van jongeren en meer inzicht te krijgen in taalinterne factoren. Het corpus is volledig opgebouwd uit teksten die afkomstig zijn van een scholierenforum op internet. De onderzoeksvragen bij dit onderzoek zijn als volgt geformuleerd:
- In hoeverre is het gebruik van hun als subject doorgedrongen in de (informele) schrijftaal van jongeren?
- Wat kan er naar aanleiding van dit gebruik van hun in de schrijftaal gezegd worden over taalinterne factoren?
Analyses wezen uit dat hun in de schrijftaal van jongeren slechts in beperkte mate voorkomt: 9 % van het totale aantal subjectsvormen hun + zij was hun, in tegenstelling tot de spreektaal waar hun, met name bij jongeren, wel veelvuldig wordt gebruikt. Hun blijkt dan ook nog niet zover doorgedrongen te zijn als vooraf werd aangenomen. Deze uitkomst is mogelijk te wijten aan het hoge opleidingsniveau van de leden van het scholierenforum. Desalniettemin toont dit kleine aandeel van hun aan dat langzamerhand ook de schrijftaal betrokken raakt bij deze taalverandering, in navolging van de spreektaal.
De tweede vraag van het corpusonderzoek betreft taalinterne factoren die mogelijk van belang zouden kunnen zijn bij het gebruik van hun als subject. Analyses richtten zich ten eerste op drie effecten die het gebruik van hun trachten te verklaren. Van deze effecten kon alleen het genus-effect positief geëvalueerd worden: hun bleek in alle gevallen te verwijzen naar personen, zoals deze vorm het volgens dit effect behoort te doen. De overige twee effecten, het wissel- en opzij-effect, konden in dit corpusonderzoek niet worden aangetoond. Dit resultaat zou te wijten kunnen zijn aan het geringe aantal voorkomens van hun. Tot slot bleken de overige aspecten waar hun op onderzocht is (hulpwerkwoord, welk hulpwerkwoord, handelingswerkwoord en plaats van hun t.o.v. antecedent) geen rol van betekenis te spelen.
Het tweede onderzoek naar hun betreft een evaluatieonderzoek. Met een beoordelingsexperiment, gebruikmakend van de matched-guise-techniek, zijn de oordelen van proefpersonen over een hun-spreker bepaald. De hoofdvraag van dit onderzoek luidt als volgt:
- Hoe staat men tegenover het gebruik van hun als subject?
Aan de hand van twee dimensies, status en solidariteit, en een ergernisschaal kan geconcludeerd worden dat de hun-tekst van de matched-guise-spreker op alle drie de gebieden negatiever wordt beoordeeld dan de zij-tekst. Dit resultaat toont aan dat het gebruik van hun sociaal gestigmatiseerd is.
Daarnaast is aanvullend van vier zinnen met hun als subject gevraagd in welke mate men zich aan deze zinnen ergerde. Deze kleine verkenning naar de reacties t.o.v. de schrijftaal toonde aan dat hun in de schrijftaal volstrekt niet wordt geaccepteerd gezien de grote mate van ergernis die gold voor de meerderheid van de proefpersonen. Het bevestigt wederom het beeld van een negatieve houding als norm en maakt duidelijk dat wanneer expliciet de aandacht op hun wordt gevestigd, vrijwel iedereen zich blijkt te ergeren.
Beide onderzoeken zijn slechts kleine verkenningen op het terrein van hun. Meer onderzoek zal uitgevoerd moeten worden om deze taalverandering te doorgronden.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties