Taalunie Scriptieprijs 2006: samenvatting winnende scriptie
Sebastianarchie. Sint-Sebastiaan in het werk van Gerard Reve, Peter Verhelst en Stefan Hertmans
Ik heb in mijn scriptie geprobeerd om twee domeinen met elkaar te verweven die ik zelf al langer dan vandaag interessant vind. In de eerste plaats is dat natuurlijk het domein van "Sebastiaan", waaronder verstaan is de Heilige Sebastiaan, de beroemde christelijke martelaar. Het verwonderde me namelijk dat deze heilige - die zonder meer één van de meest gevarieerde en rijke voorstellingstradities kent in de muziek, de literatuur en de beeldende kunst (zeker in de Rooms-Katholiek georiënteerde cultuur van West-Europa, maar eigenlijk ook ver daarbuiten) - toch niet meer zo levendig aanwezig blijkt te zijn in het hedendaagse collectieve culturele geheugen. Als hij al ergens opduikt, is het vaak in een soort van gereduceerde versie van zichzelf : Sebastiaan is er veelal niet meer dan een kapstok waaraan een aantal doodgewerkte clichés en voorgekauwde betekenissen worden opgehangen. Het was dus zeker ook de bedoeling - tussen de regels van mijn scriptie door - om deze in ongenade gevallen martelaar opnieuw onder het stof vandaan te halen en hem zo mogelijk van nieuwe interpretaties te voorzien, in een poging om hem min of meer in al zijn glorie te herstellen.
Het tweede domein dan, dat ik per se ook ik mijn verhandeling wilde betrekken, is dat van de 'anarchitectuur'. Daarmee bedoel ik specifiek die architectuur die zich dermate ophoudt bij de grenzen van haar eigen discipline, dat het bijna geen architectuur meer is. U moet dat niet zozeer te begrijpen in termen van concrete gebouwen of ontwerpen, maar vooral in abstracte zin, als constructies of structuren die hun eigen grenzen in vraag stellen of zelfs proberen opheffen, niet zelden met een zelfvernietiging tot gevolg. Want uiteraard is die grens waarvan sprake - in sociologische of filosofische zin, zo u wil - terzelfdertijd de stichter van identiteit en betekenis. De grens maakt het verschil tussen ik en de ander, tussen culturen onderling, maar ook tussen werkelijkheid en fictie, tussen lezer en tekst, tussen goed en kwaad. Het is slechts in het vastleggen van een grens, van een verschil tussen twee zaken, dat hun afzonderlijke unieke betekenis ontstaat. Dat zij zelf beginnen te bestaan. In de anarchitectuur wordt nu juist die bestaansvoorwaarde geproblematiseerd en komt de notie van 'vaste begrenzing' danig onder vuur te liggen. Daarin schuilt, wat mij betreft, dan ook de overlapping met Sebastiaan.
Ook Sebastiaan manifesteert immers een nogal problematische omgang met grenzen. Het is zo goed als onmogelijk om een enkelvoudige beschrijving te verzinnen voor de Sebastiaansfiguur, zoals we die als symbool kennen uit wat voor artistieke praktijk dan ook. In haar meest bekende vorm - de halfnaakte jongeling vastgebonden aan een boom, met pijlen doorboord en een smachtende blik hemelwaarts - dwingt de figuur tot de vaststelling dat ze zich slechts laat beschrijven in termen van op z'n minst twee en dan nog tegengestelde begrippen. In zijn meest archetypische voorstelling zweeft Sebastiaan namelijk ergens tussen dood en leven, tussen geestelijkheid en lichamelijkheid, op sommige schilderijen zelfs tussen man en vrouw, tussen sacraal en profaan, tussen religiositeit en seksualiteit, en soms ook gewoon tussen kunst en kitsch.
Vanuit die vaststelling besloot ik Sebastiaan op te vatten als een anarchitectuur, als een structuur die geen vaste begrenzing kent noch duldt. Om een dergelijke interpretatie uit te werken, kwam ik haast vanzelf uit bij een theoretisch denkkader dat precies die problematische omgang met grenzen heel duidelijk thematiseert, dat grenzen expliciet ontmantelt, dat zich vanzelf al voorbij de structuur bevindt, met name : het post-structuralisme. Ik raakte met name geïnteresseerd in de psychoanalytische invalshoek waarvan Georges Bataille, Jacques Lacan en Julia Kristeva wellicht de belangrijkste wegbereiders en/of exponenten zijn. Bij die auteurs komt namelijk niet alleen een gelijkaardige thematiek aan bod, maar wordt zelfs gewag gemaakt van bepaalde strategieën om met die grenzen om te gaan, in een poging om hun dwingende macht enigszins te breken.
Een eerste strategie die ik daar heb aangetroffen, is misschien meteen ook de meest evidente : het erkennen van de grens als een bestaande realiteit, maar deze vervolgens consequent overschrijden. Een tactiek die ik, met Bataille, een 'transgressiebeweging' heb genoemd. Het is een strategie die aan bod komt in Bezorgde Ouders, de roman van Gerard Reve uit 1988, waarin specifiek wordt gemikt op de grens tussen "totem en taboe", i.e. tussen datgene wat in een maatschappij wordt aanvaard en datgene wat erbuiten valt, wat getaboeïseerd wordt. Die grens wordt in de roman, althans in het wereld- en mensbeeld dat het hoofdpersonage erop nahoudt, continu overschreden : het ongepaste wordt uitgevoerd, het onbespreekbare wordt besproken, het meest duistere wordt in het felle licht geplaatst,... kortom : maatschappelijke taboes worden overschreden tot ze niet langer als taboe bestaan, en tot wanneer de grens die deze taboes ooit in het leven riep, volledig is opgeheven. Daarin schuilt meteen de zelfvernietiging van deze strategie, want waar geen grens meer bestaat, kan er ook niets meer overschreden worden. Een transgressiebeweging die ernaar streeft de grens te vernietigen, en daarin slaagt, maakt ook zichzelf overbodig.
Een tweede strategie om de grens te ontwapenen, is beweren dat ze niet eens echt bestaat. De grens finaal wegdenken. In plaats van te eren wat ze omvat en te verwerpen wat ze uitsluit (wat ze abjectiveert) kan de grens ook zélf verworpen worden als zijnde abject. In een dergelijk gedachte-experiment wordt alles het verlengstuk van alles, worden onderdelen wederzijds en vloeit alles in elkaar over. Zonder definitief einde. Zonder uiteindelijke grens. In het romandebuut van Peter Verhelst, want daar zijn we ondertussen aanbeland, bestaat er dan ook geen duidelijk verschil meer tussen kamers en huizen, tussen lichaamsdelen en lichamen, tussen het vertelniveau van de auteur en dat van een personage. In zijn boek is het zelfs moeilijk te bepalen waar het vertellen ophoudt en het lezen begint. Dé grens is er slechts een Vloeibaar Harnas geworden (zoals de titel van de roman het zo mooi zegt). En natuurlijk, met vloeibare grenzen kan geen enkele constructie zichzelf overeind houden, dus ook deze strategie ondermijnt uiteindelijk zichzelf.
In een derde strategie, ten slotte, laten we de grens rustig in de waan nog steeds de baken van betekenis en identeit te zijn maar omzeilen we haar toch; door ons simultaan aan weerszijden ervan te bevinden. We zetten een spiegel op de plek waar de grens loopt, en verdubbelen onze identiteiten zodat de grens geen vat meer heeft op het eenduidige onderscheid. In Naar Merelbeke van Stefan Hertmans wordt álles op een gelijkaardige manier verdubbeld - vertelde tijd, beschreven ruimte, chronologie van plot, logische samenhang, identiteit van personages. Met als gevolg dat we als lezer voortdurend onze interpretatie van het verhaal moeten herzien, in de hoop ze uiteindelijk te kunnen laten samenvallen met de altijd maar verschuivende grondvesten waarop de roman schijnt te zijn gebouwd. Om uiteindelijk vast te stellen dat het toch nooit helemaal klopt. Dat de architectuur van de roman enkel gefundeerd is op de tunnels die wij er als lezer zelf hebben onder gegraven en waardoor we uiteindelijk de hele constructie op ons eigen hoofd zullen krijgen.
En daarmee kom ik aan bij de essentie waarmee ik de drie romans en hun respectieve strategieën heb verbonden : elk van deze romans weet zich - via de bemiddeling van een Sebastiaansmotief - te onttrekken aan het architecturale ontwerp dat ze zelf in het leven hebben geroepen. In hun gedaante van tekstgehelen en dragers van mens- en wereldbeelden, imploderen de romans, en wel door hun eigen welbewuste toedoen. Ze laten zich vervolgens als enorme gebouwen traag maar onomkeerbaar in elkaar zakken en bewerkstelligen daarmee hun eigen sublieme en tragische ondergang, op een manier waarvan ik vermoed dat zelfs Sebastiaan, misschien wel dé ongekroonde koning van de zelfvernietiging, het wellicht niet beter had gekund.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties