1. Inhoud en opzet van het studieonderdeel Taalzaakvakonderwijs
Toelichting
De nu volgende tekst (inhoud, contactbijeenkomsten, bewijsmateriaal portfolio, bronnen, competenties) is overgenomen van de digitale leeromgeving. Daar vinden studenten korte beschrijvingen van studieonderdelen. Naast die beschrijving bevat de leeromgeving ook allerlei materialen die tijdens de bijeenkomsten gebruikt worden of die studenten door middel van stageopdrachten en zelfstudie kunnen raadplegen.
De eerste twee bijeenkomsten leunen sterk op de SLO-scholingsmap "Taal bij andere vakken". De derde bijeenkomst is gebaseerd op een presentatie van Tjalling Brouwer op de Taalunieconferentie over taalcompetenties (oktober 2006).
Inhoud
Taal speelt een rol in alle (zaak)vakken. Als leerlingen de taal in de les of de taal van de methode niet begrijpen, wordt er aan twee kanten verlies geleden. De kinderen leren de inhoud van het zaakvak niet en ze leren geen schooltaal hanteren. Maar als de leerkracht de les zo weet in te richten dat de leerlingen de moeilijke taal in de zaakvakken begrijpen, leren ze zowel zaakvakinhouden als schoolse taalvaardigheid. Er is dan sprake van een win-win-situatie. Studenten krijgen inzicht in de talige problemen bij zaakvakken en ze leren het win-win-model uit te voeren.
Contactbijeenkomsten
- Leesproblemen in zaakvaklessen:
Studenten ervaren hoe het is als je een zaakvaktekst maar half of helemaal niet snapt. Dat is frustrerend. Dit overkomt taalzwakke leerlingen op de basisschool dagelijks. We onderzoeken of de oorzaak van die leesproblemen alleen bij de leerlingen zit, of ook bij de teksten in de schoolboeken. Daarvoor verkennen we een schoolboektekst over 'ademhaling'. Verder gaan we na hoe we snel in beeld kunnen brengen bij welke leerlingen leesproblemen zijn te verwachten.
Huiswerksuggestie: Studenten doen in hun stageklas een klein onderzoekje naar de leeswoordenschat (woordenschat of begrijpend lezen) van de leerlingen. Ze kunnen hiervoor het Cito leerlingvolgsysteem gebruiken. Gebruik maken van bestaande toetsresultaten is ook mogelijk. Doel: in beeld brengen van leeszwakke en/of taalzwakke leerlingen in de klas. Gegevens meenemen naar bijeenkomst 2. - Zaakvakteksten screenen en bewerken:
Studenten rapporteren aan elkaar over hun onderzoekje naar taalzwakke leerlingen in hun stageklas. Dan bekijken we een videovoorbeeld van een leerkracht die een biologieles uitvoerig screent op taalproblemen en vervolgens bewerkt. Daarna gaan de studenten zelf aan het werk met zaakvakmethodes. Ze ontwerpen didactische maatregelen om moeilijke teksten toegankelijk te maken voor leerlingen.
Huiswerksuggestie: Student zoekt recente eigen lesvoorbereidingen voor zaakvaklessen. Een nieuwe lesvoorbereiding mag ook. Elke student neemt twee van die lesvoorbereidingen mee naar bijeenkomst 3. - Taalzaakvaklessen interactief verrijken:
Aan de hand van een simpel voorbeeld laat de docent zien hoe je zaakvaklessen kunt analyseren op de taalactiviteiten: spreken, luisteren, lezen en stellen. Bovendien bekijken we hoe je diezelfde les interactief kunt verrijken. Studenten gaan met het aangereikte model de lessen van elkaar analyseren en verrijken. Een verrijkte les is winst voor zowel het zaakvakonderwijs als het taalonderwijs.
Bewijsmateriaal portfolio
Een onderwerp uit een zaakvakmethode bewerken tot een serie lessen waarin sprake is van taalgericht zaakvakonderwijs. Uitvoeren en evalueren van de lessenserie. Ontwerp en uitvoering van de lessen wordt aangekleed met minimaal:
- Onderzoekje naar eventuele leesachterstanden in de stageklas;
- Screening van de teksten uit de gebruikte methode;
- Theoretische onderbouwing op basis van het win-winmodel van Van Beek & Verhallen of op basis van het verrijkingsmodel van Brouwer.
Bronnen
Marianne Verhallen, Van ontdekdoos naar de zaakvaktekst. Taalzaakvakonderwijs: een win-winmodel voor het basisonderwijs. In Moer, 2000-4, p. 126-134. Een eerste introductie in de problematiek en de werkwijze van het win-winmodel. Zie ook: www.vonmoer.nl/pdf/2000_4.pdf.
Wim van Beek & Marianne Verhallen, Taal een zaak van alle vakken. Bussum, Coutinho 2004. Dit is een handboek voor onderwijzers: helder geschreven. Geeft zowel theoretische achtergrond als veel praktische voorbeelden.
Tjalling Brouwer: Horizontaal en verticaal: een interactieve zaakvakles heeft het allemaal. In VONK, 35-3 (2006), p. 35-46. Hierin een suggestie hoe je op een eenvoudige wijze zaakvaklessen kunt verrijken met een meer interactieve aanpak.
Competenties
3. vakinhoudelijk en didactisch competent
De student heeft voldoende kennis en vaardigheden op het gebied van de onderwijsinhouden en de didactiek om een krachtige leeromgeving tot stand te brengen waarin de kinderen zich de culturele bagage eigen kunnen maken die de maatschappij vereist.
- Hij vormt zich een goed beeld van de mate waarin de kinderen de leerinhouden beheersen en van de manier waarop ze hun werk aanpakken.
- Hij ontwerpt op basis daarvan leeractiviteiten die voor de kinderen uitvoerbaar zijn en die hen aanzetten tot zelfwerkzaamheid.
- Hij voert die activiteiten samen met de kinderen uit.
- Hij evalueert die activiteiten en effecten ervan en stelt ze zonodig bij, voor de hele groep maar ook voor individuele kinderen.
- Hij signaleert leerproblemen en -belemmeringen en stelt, eventueel samen met collega's, een passend plan van aanpak of benadering op.
Prestatie-indicatoren voor de hoofdfase (Fontys-pabo's)
De student:
3.3 Zet methoden effectief en efficiƫnt in om lijn te brengen in zijn onderwijs gedurende meerdere dagen.
3.5 Werkt vakdoorsnijdend / vakoverstijgend bijvoorbeeld door het uitvoeren van een project.
3.6 Stemt zijn onderwijs zoveel mogelijk af door variatie in instructiemodellen, opdrachten, speel- en leertaken om recht te doen aan verschillen tussen kinderen.
3.9 Bouwt zijn handelingsrepertoire uit t.a.v. de aanpak van leer- en gedragsproblemen.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
