Eerste Taalforumconferentie: een persoonlijk verslag
Op dinsdag 18 april organiseerde de Taalunie de eerste Taalforumconferentie. Zo'n 120 taaldeskundigen uit Vlaanderen en Nederland waren hierbij aanwezig. Het Taalforum vroeg een van deze deskundigen een impressie te schrijven over deze dag. Hieronder volgt het verslag van Tjalling Brouwer, dat gaat over uitspraken van ministers, puzzelstukjes, Sterk Water, moderne stemkastjes, maar vooral over uitwisseling over taal- en onderwijsachterstanden.
Een bruisende plek
Maak het praktisch en werkbaar
Over het muurtje kijken
Het Taalforum als (digitale) ontmoetingsplaats
Ambachtelijk stemmen
Puzzelen in workshops
Op Sterk Water
Tweede stemronde
Aanbevelingen
Afsluiting
Het naprogramma
Een bruisende plek
Dinsdag 18 april.
Een dag over taal- en onderwijsachterstanden. Zou dit thema anno 2006 voldoende
leven onder taaldeskundigen? Een vraag die de organisatoren van de eerste Taalforumconferentie,
zo hoorden wij, zichzelf vooraf herhaaldelijk gesteld hebben. De belangstelling
blijkt groot. Groter zelfs dan het aantal beschikbare plaatsen in de grote zaal
van de conferentielocatie.
Op dinsdag 18 april hebben zo'n 120 taalexperts uit Vlaanderen en Nederland zich verzameld in de één jaar oude bibliotheek Permeke in Antwerpen. Een zorgvuldig uitgekozen locatie, vlakbij het Centraal Station. Permeke is gehuisvest in een voormalige garage aan het De Coninckplein, in een achterstandswijk van Antwerpen. Permeke is naast bibliotheek, stadskantoor en Grand Café, ook een ‘impulsproject' voor de wijk waarin dit gebouw staat.
Op de website staat: “Permeke is een bruisende plek waar u kan lezen, leren, uitwisselen, samenwerken en genieten.” Een prima plek dus voor een conferentie als deze. (http://permeke.antwerpen.be)
Maak het praktisch en werkbaar
Dat het thema taal- en onderwijsachterstanden niet alleen belangrijk wordt gevonden
door taaldeskundigen, blijkt ook uit de aanwezigheid van de Nederlandse, Vlaamse
én Surinaamse minister voor onderwijs.
Voorafgaand aan de start van de conferentie ben ik in de gelegenheid om minister Maria van der Hoeven een aantal vragen te stellen. Het zal u niet verbazen dat zij aangeeft dat zij het initiatief om te komen tot een uitbouw van de kennisbasis over taal- en onderwijsachterstanden van harte ondersteunt. Op mijn vraag wanneer zij tevreden is over dit initiatief, geeft zij aan dat zij tevreden is op het moment dat zij de resultaten hiervan terughoort of terugziet op haar bezoeken aan scholen. Het gaat volgens haar vooral om het maken van de vertaalslag van deze kennis naar praktisch handelen op de werkvloer. ‘Maak het praktisch en werkbaar en toepasbaar voor de mensen uit de praktijk. Want daar wordt het eigenlijke werk gedaan.'
Later in haar gesprek met dagvoorzitter Jantine Kriens en haar Vlaamse collega minister Vandenbroucke komt zij hier nog een keer op terug. Verder onderstreept zij het planmatig werken bij het bestrijden van taal- en onderwijsachterstanden en de rol van toetsing hierin. Dit laatste is tevens een van de vier thema's van deze dag.

Over het muurtje kijken
Minister Vandenbroucke wijst in het dubbelinterview op het feit dat door de
demografische evolutie en mobiliteit in Europa, scholen in de Vlaamse ring rondom
Brussel te maken krijgen met steeds meer anderstalige kinderen. Dit hoeft niet
noodzakelijkerwijs het Frans te zijn. Hij wijst er tevens op dat er naast de
klassieke migratieproblematiek nu ook taalachterstanden ontstaan die niet terug
te voeren zijn op de sociaaleconomische situatie. Daarnaast onderstreept hij
het feit dat er volgens hem ontzettend veel vooruitgang is geboekt in het omgaan
met anderstaligen. ‘We hebben meer inzicht gekregen en gaan functioneler
om met taalachterstanden.'
De uitkomsten van het Pisa-rapport vindt hij echter alarmerend. Hij wijst op de kloof op de reken- en leesprestaties van kinderen in Vlaanderen die thuis Nederlands spreken en kinderen waarbij het Nederlands niet de thuistaal is. Kinderen uit Nederlandssprekende gezinnen doen het op het gebied van rekenen bijzonder goed. Kinderen uit gezinnen waarbij Nederlands niet de thuistaal is scoren echter lager dan het OESO-gemiddelde.
Minister Vandenbroucke pleit voor meer resultaatgericht werken, waarbij een goede beginanalyse gemaakt wordt, duidelijke doelstellingen gesteld worden en er regelmatig over ‘het eigen muurtje' gekeken wordt. Verder wijst hij erop dat elke leerkracht eigenlijk een taalleerkracht is. Ook dit sluit aan bij een van de thema's van de dag.
Het Taalforum als (digitale) ontmoetingsplaats
Na het interview met de ministers van Nederland en Vlaanderen is het woord aan
Kris Van den Branden, die samen met Jantine Kriens de uitbouw van de kennisbasis
coördineert. Hij wijst erop dat een forum volgens het Van Dale woordenboek
niet alleen een openbare plek is waar zaken van belang bediscussieerd kunnen
worden, maar dat een van de andere betekenissen van het woord forum een website
is waar men meningen en kennis kan uitwisselen.
Kris geeft aan dat het Taalforum streeft naar uitbreiding van een digitale kennisbasis, waarbij gepoogd wordt om alle relevante kennis over taalonderwijs en taalachterstanden te verzamelen. Om de website zo toegankelijk mogelijk te maken, is alle informatie in vraag-antwoordvorm gegoten.
Voorts loodst hij de aanwezigen door de bijbehorende website die aansluit bij zoekstrategieën van gebruikers: van algemene samenvattende naar meer gedetailleerde antwoorden op vragen over taal- en onderwijsachterstanden. Hij onderstreept dat deze kennisbasis het werk van vele deskundigen is en nodigt de aanwezigen uit om actief te participeren in de uitbouw ervan.
Ambachtelijk stemmen
Ook
nodigt Kris Van den Branden de aanwezigen uit om hun kennis in te brengen in
de vier workshops van vandaag. Daarna volgen een aantal filmpjes als introductie
op de workshops. Om de discussie uit te lokken zullen in elke workshop twee
inleiders aan het woord komen die ieder contrasterende meningen naar voren brengen.
Bij elke workshop horen ook een aantal stellingen, waarop de mensen in de zaal kunnen reageren. Kris komt nog eens terug op een eerdere conferentie van de Taalunie, waarbij er nog heel ouderwets gestemd moest worden door het opsteken van een groen dan wel rood kaartje. Met zichtbaar genoegen vertelt Kris dat de Taalunie nu, april 2006, deze kaartjes thuis had gelaten omdat deze vervangen waren door een stemkastje waardoor de uitslag van de stemming direct op het scherm zichtbaar zou worden. Zou worden... De kastjes blijken uiteindelijk, ook na vakkundige tijdrekkerij van Kris niet te werken, waardoor er toch teruggevallen moet worden op het manueel tellen van stemmen. Nu zelfs zonder kaartjes.
Puzzelen in workshops
Uiteindelijk wordt deze de ‘nulmeting' toch gehouden, waarna de deelnemers
hun keuze voor de eerste ronde van de workshops kunnen maken door één
van de vier verschillende puzzelstukjes te kiezen. Puzzelstukjes die fungeren
als toegangskaartje, maar bovenal symboliseren dat de aanwezigen allemaal een
stukje van de onderwijskansenpuzzel in handen hebben. De vier workshops zijn:
- Taal, school en ouders
met als centrale vraag of anderstalige ouders gestimuleerd moeten worden om hun kinderen in het Nederlands op de voeden
- Evaluatie
met als centrale vraag of het intensiever toetsen van taal tot beter taalonderwijs leidt
- Taalgericht vakonderwijs en taalbeleid
De centrale vraag hierbij is: “Hoe ver mag of moet de integratie van het Nederlands in andere vakken gaan met het oog op taalachterstandenbestrijding? Is een volledige integratie gewenst of moet er een apart vak Nederlands blijven bestaan?”
- Taaldidactiek
met als centrale vraag of een gestructureerde óf een constructivistische didactiek het efficiënst is voor verkleinen van taalachterstanden.
Op Sterk Water
Na
de eerste ronde workshops en de lunch, wordt het middagprogramma geopend door
Op Sterk Water, een collectief van cabaretiers dat zich gespecialiseerd heeft
in improvisatietheater. Op Sterk Water is op verbluffende wijze in staat om
informatie van mensen uit de zaal direct te verwerken in liedjes en sketches.
Hierdoor ontstaat een voorstelling waarin het thema van de dag, het werk van de onderwijsinspectie en het werk van een onderwijsadviseur op komische wijze op de hak genomen wordt. Een sterk staaltje taalimprovisatie en taalkunst door drie ongetwijfeld hoog taalvaardige acteurs.
Tweede stemronde
Na de tweede ronde workshops verzamelen de taalexperts zich wederom in het auditorium.
Er kan opnieuw aangegeven worden of men het wel of niet eens is met de stellingen
die bij de workshops horen De stemkastjes blijken nu wel te werken, waardoor
de nameting nu geheel volgens plan gehouden kan worden.
Vooraf geven de deelnemers aan of zij uit Vlaanderen dan wel uit Nederland komen. Hierdoor krijgen de aanwezigen niet alleen direct zicht op het aantal voor- of tegenstemmers, maar ook hoe de verhouding ligt tussen Nederlanders en Vlamingen.
De
uitslag wordt ‘online' van commentaar voorzien door Kris Van den Branden
en Jantine Kriens die hun beeld van de door hen gevolgde workshops verbinden
met de cijfertjes die op het scherm zichtbaar worden. Kris heeft enkele nieuwe
metaforen gehoord waaronder een hele plastische van Peter Van Petegem: “Een
varken wordt niet dikker door het vaker te wegen.” Ik kende deze tot nu
toe alleen in de Nederlandse variant: “Een patiënt wordt niet sneller
beter door zijn temperatuur vaker te meten." Toch blijken meer Nederlanders
dan Vlamingen voorstander van de stelling dat toetsen noodzakelijk zijn om het
taalonderwijs te optimaliseren.
Enkele andere uitslagen van deze nameting zijn:
- 77% van de aanwezigen vindt dat scholen verantwoordelijk zijn voor het
tot stand komen van een goede communicatie met anderstalige ouders
- Een ruime meerderheid vindt niet dat je anderstalige ouders kunt verplichten
tot het thuis spreken van het Nederlands. Het aantal mensen die voor deze
stelling stemmen is echter ten opzichte van de meting van de ochtend wel iets
toegenomen
- Slechts 18% van de deelnemers is van mening dat het vak Nederlands volledig
geïntegreerd moet worden in de andere vakken. Een krappe meerderheid
van de aanwezigen denkt echter niet dat de specifieke expertise van leraren
Nederlands door vakkenintegratie verloren dreigt te gaan
- Over de gewenste taaldidactiek bestaat grote overeenstemming tussen de deelnemers: 90% van hen vindt dat deze bestaat uit een combinatie van een gestructureerde en een constructivistische didactiek. Geconstateerd wordt dat over deze vraag al het een en ander opgenomen is in de kennisbasis van het Taalforum. Er zou echter nog meer zicht verkregen moeten worden op de condities waaronder een bepaalde didactiek het meest efficiënt is.
Aanbevelingen
Op de vraag welke aanbevelingen de deelnemers hebben voor het Taalforum komt
naar voren dat er niet alleen gekeken moet worden naar de onderwijssituatie
in Nederland, Vlaanderen en Suriname. Ook van andere landen, bijvoorbeeld van
Polen en Zweden kan veel geleerd worden volgens een van de deelnemers. Dit sluit
aan bij de oproep van minister Vandenbroucke in het ochtendgedeelte om ‘over
het muurtje te kijken'.
Daarnaast wordt het pleidooi gedaan om de kennisbasis ook toegankelijk te maken voor mensen buiten het onderwijs.
Afsluiting
Linde van den Bosch, algemeen secretaris van de Nederlandse Taalunie, sluit
de dag af met een aantal samenvattende opmerkingen. Ze wijst nog een keer op
een opmerking van minister Van der Hoeven dat de resultaten van deze dag uiteindelijk
de praktijk van het onderwijs moet bereiken.
Tevens wijst ze nog een keer op de zorg die van minister Vandenbroucke uitte over de kloof die er bestaat tussen resultaten van Vlaamse kinderen die thuis wel of geen Nederlands spreken. Ze herhaalt ook zijn uitspraak dat je deze kloof niet dicht met centen alleen, maar dat het de aanpak is die het hem doet.
Linde geeft verder aan dat de Taalunie door wil gaan met het organiseren van dergelijke taalforumconferenties.
Het naprogramma
De dagvoorzitter, Jantine Kriens bedankt alle aanwezigen en wijst hen op de
aansluitende receptie en op het avondprogramma bestaande uit een stadswandeling
en afsluitend etentje.
Vooraf heb ik me opgegeven voor de stadswandeling en het eten. Na de borrel verzamelen we ons vóór Permeke op het De Coninckplein. Onze gids verhaalt van vroegere en van nieuwe tijden waarin de wijk zo langzamerhand steeds meer verpauperde. We wandelen door de wijk en zien afwisselend taferelen die horen bij een achterstandswijk, maar ook tekenen van een nieuw elan voor deze wijk.
Na een uurtje brengt onze gids ons weer terug bij Permeke, ditmaal gaan we naar het Grand Café van Permeke. Inderdaad “een bruisende plek waar je kan lezen, leren, uitwisselen, samenwerken en genieten.”
's Avonds thuis haal ik twee losse puzzelstukjes uit mijn broekzak. Ik
kan het niet nalaten om te kijken of ze ‘passen'. En jawel, het
lukt! Tegelijkertijd zie ik zes plekken waar andere puzzelstukjes op aangesloten
kunnen worden.
De eerste verbinding is tot stand gekomen, wellicht dat de volgende puzzelstukjes
op hun plek gaan vallen door de uitbreiding van de kennisbasis en de hopelijk
ook volgende taalforumconferenties!
De auteur is werkzaam als taalleesspecialist bij De Kempen SBD in Eersel
en is redactievoorzitter van het onderwijsvakblad JSW.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties