Zoek in de kennisbank

Trefwoorden

Bekijk vragen die handelen over specifieke thema's:


Thema: wat is het probleem?

Vraag:

Welke exacte gegevens bestaan er over de taalachterstand van leerlingen?

Antwoord:

.

Het probleem van taalachterstand is niet over de hele schoolloopbaan gelijk. Daarom wordt best een opdeling gemaakt:

  • Aanvang basisonderwijs (Vlaanderen: kleuteronderwijs)
    Bij de start van het basisonderwijs zijn er grote tot zeer grote verschillen tussen de doelgroepleerlingen en de andere leerlingen. Veel allochtone leerlingen kennen dan nog bijna helemaal geen Nederlands.
    De ontwikkeling van taalvaardigheid Nederlands van allochtone leerlingen gaat na binnenkomst in de basisschool goed van start. De andere kinderen maken echter ook vorderingen, zodat allochtone kinderen toch steeds meer gaan achterlopen bij niet-doelgroepleerlingen.

  • Midden- en bovenbouw van de basisschool (Vlaanderen: lagere school)
    Aan het einde van de basisschool hebben de niet-Westerse allochtone leerlingen een gemiddelde achterstand van zo'n twee leerjaren op taal.

  • Voortgezet onderwijs (Vlaanderen: secundair onderwijs)
    Over de hele linie zijn de onderwijsresultaten van doelgroepleerlingen in het voortgezet onderwijs slechter dan bij de referentiegroep.

Toelichting:

Gedetailleerdere informatie over het beeld van de taalachterstand in de verschillende onderwijsniveaus:

  • Aanvang basisonderwijs (Vlaanderen: kleuteronderwijs)
    Doelgroepleerlingen scoren niet alleen onder het gemiddelde op het vlak van beheersing van het Nederlands, maar ook op het vlak van cognitieve ontwikkeling. Allochtone doelgroepleerlingen beheersen ook hun moedertaal minder goed dan Nederlandstalige leerlingen.
    Wat betreft de aard van de taalachterstanden aan het begin van de basisschool is bekend dat deze op alle taalniveaus aanwezig zijn, van het klankniveau tot de tekstuele vaardigheid. De ontwikkeling van taalvaardigheid Nederlands van allochtone leerlingen gaat na binnenkomst in de basisschool goed van start, zodat er aan het einde van de onderbouw op klankniveau nauwelijks meer verschillen zijn met de Nederlandstalige leerlingen, terwijl ook de spreekvaardigheid behoorlijk toegenomen is. De andere kinderen maken echter ook vorderingen, en zo komt het dat de allochtone kinderen op woordenschat steeds meer gaan achterlopen bij hun Nederlandstalige leeftijdsgenoten. De receptieve woordenschat van de laagst scorende allochtone groepen ligt met 9 jaar op het niveau van een 5-jarige Nederlandstalige kleuter (Appel & Vermeer, 1997). Bij zinsvorming en tekstvaardigheid stelt men een vergelijkbare situatie vast.

    Onderzoeken die de grootste achterstanden situeren in woordenschat, begrijpend lezen en tekstbegrip: Appel, 1985; Jaspaert e.a., 1989; Hacquebord, 1989 (lees een samenvatting); Faber & Verschure, 1991; Bollen & Hacquebord, 1996; Prenger, 2001).


  • Midden- en bovenbouw van de basisschool (Vlaanderen: lagere school)
    De verschillen in taalvaardigheid aan het einde van de basisschool zijn grotendeels terug te voeren op de verschillen in de mondelinge taalvaardigheid aan het begin van groep 3/eerste leerjaar.
    De laagste scorende etnische groepering, de Turkse leerlingen, bereiken in groep 6 een taalniveau dat autochtone kinderen van laagopgeleide ouders al met 4 jaar bereikt hebben. De niveaus van de andere niet-Westerse allochtone groepen liggen daar niet veel boven.


  • Voortgezet/secundair onderwijs
    Er is slechts op zeer beperkte schaal informatie beschikbaar over de taalontwikkeling van doelgroepleerlingen in het voortgezet onderwijs. Wel is duidelijk dat de lagere resultaten aan het einde van de eerste fase vrijwel geheel terug te voeren zijn op de achterstanden waarmee leerlingen aan het voortgezet/secundair onderwijs beginnen.

    Sanders (1990, lees een samenvatting) vond dat allochtone brugklasleerlingen 25% minder woorden receptief beheersten dan hun autochtone klasgenoten. Meijers (1993) trof ook aan het einde van verschillende typen voortgezet onderwijs verschillen in woordenschatbeheersing aan tussen allochtone en autochtone leerlingen. Naarmate het schooltype hoger was, vlakten de verschillen echter af.

    Kuyper e.a., 1996 (lees een samenvatting); voerden een secundaire analyse uit op de taaltoetsgegevens van allochtone doelgroepleerlingen die in het VOCL-onderzoek werden verzameld. In het VOCL-onderzoek werden in het eerste en het derde jaar drie taaltoetsen afgenomen op 52 scholen, verdeeld over alle toenmalige schooltypen (ivbo-vwo). De scholen verschilden sterk in aantallen allochtone doelgroepleerlingen (3-99%).
    Wanneer opleidingsniveau van de ouders, intelligentie en verblijfsduur in het Nederlandse onderwijs van de allochtone leerlingen constant gehouden werden, werd vastgesteld dat de resultaten van autochtone leerlingen op woordenschat, begrijpend lezen, zinsconstructie en zinsstructuur lager waren dan die van vergelijkbare allochtone leerlingen.


gerelateerde vragen:

  1. Hoe verloopt de schoolloopbaan van kinderen met een taalachterstand?

Specifiekere vragen:

  1. Hoe verloopt de inhaalbeweging van doelgroepleerlingen in het basisonderwijs precies?
  2. Op welk vlak is de taalachterstand het grootst?
  3. Zijn de toetsresultaten die men presenteert wel altijd te vertrouwen?
  4. Hoe verloopt het onderzoek naar de taalontwikkeling in het basisonderwijs?
  5. Hoe verloopt het onderzoek naar de taalontwikkeling in het voortgezet onderwijs?
Locatie van deze pagina op het internet: http://www.taalunieversum.org/onderwijs/taalforum/toon_vraag.php?vraagid=27