Het inburgeringsonderwijs in Vlaanderen
In Vlaanderen zijn nieuwkomers en geestelijke bedienaren verplicht om een inburgeringstraject te volgen. Sinds 1 januari 2007 hebben ook oudkomers het recht hebben om een inburgeringstraject te volgen. Zij zijn daar echter niet toe verplicht. In 2008 werd de doelgroep voor inburgering gelijkgestemd met de doelgroep zoals gedefinieerd in de federale verblijfswet.
Het inburgeringstraject in Vlaanderen bestaat uit 2 delen:
- het primaire traject.
Het primair traject kan beschouwd worden als een algemeen basisprogramma. Het omvat een basiscursus Nederlands, een cursus 'maatschappelijke oriëntatie' (doel = inburgeraars wegwijs maken in de Vlaamse samenleving), loopbaanoriëntatie (doel = inburgeraars helpen bij de planning van hun verdere loopbaan) en trajectbegeleiding (doel = inburgeraars ondersteuning bieden bij het uitstippelen en het opvolgen van hun vormingsprogramma). Aan het primair traject is geen resultaatsverbintenis verbonden. Van de inburgeraar wordt verwacht dat hij het traject doorloopt, zonder meer. Aan het einde van het traject ontvangt hij een inburgeringsattest.
- het secundaire traject.
Wie het primaire traject doorlopen heeft, krijgt toegang tot het secundaire traject. Het secundaire traject is minder algemeen dan het primaire en speelt heel specifiek in op het toekomstperspectief van de inburgeraar. In theorie wordt voor elke inburgeraar een vervolgtraject op maat voorzien. In de praktijk zijn vooral de secundaire trajecten naar werk goed uitgebouwd. De inhoud van de secundaire trajecten naar werk wordt geregeld door het inwerkingsdecreet.
Wie inburgeringsplichtig is, moet voldoen aan twee voorwaarden: enerzijds moet hij zich bij aankomst tijdig aanmelden in een onthaalbureau, anderzijds moet hij in het primaire traject minstens 80% van elke cursus gevolgd hebben.
Het verantwoordelijke ministerie voor het inburgeringsonderwijs is het ministerie voor Binnenlands Bestuur en Inburgering.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties