Gewone en speciale basisscholen in Nederland
De grote meerderheid van de Nederlandse vier- tot twaalfjarigen gaat naar de gewone basisschool. Voor kinderen met een handicap, moeilijk lerende kinderen en kinderen met gedragsproblemen die daar niet terecht kunnen, zijn er scholen voor speciaal basisonderwijs. Net zoals in het gewoon onderwijs kunnen dat openbare of bijzondere scholen zijn.
In het speciaal onderwijs onderscheidt men vier clusters:- visueel gehandicapten
- auditief/communicatief gehandicapten
- verstandelijk en/of lichamelijk gehandicapten
- leerlingen met (ernstige) gedrags/leerproblemen.
Nederland kent een aantal initiatieven waarbij scholen voor gewoon en speciaal onderwijs samenwerken. Net zoals in andere Europese landen is er een groeiend streven naar 'inclusie', waarbij kinderen met een handicap zoveel mogelijk les volgen in het gewoon onderwijs en daarbij ondersteuning krijgen vanuit (de expertise van) het speciaal onderwijs.
Een typisch voorbeeld hiervan is leerlinggebonden financiering of 'de rugzak'. Daarmee kan men speciale voorzieningen treffen die nodig zijn om het kind goed te kunnen ondersteunen begeleiden. De bedragen in de rugzak worden per handicap vastgesteld. Een deel van de rugzak moet dienen voor ambulante begeleiding (van de gewone school en de leerling) vanuit een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs. Wat overblijft, is vrij inzetbaar, maar het geld moet wel naar onderwijsgebonden initiatieven gaan. De gewone school stelt in overleg met de ouders een handelingsplan op. Daarin staan ook de afspraken over het gebruik van de rugzak. Elk schooljaar wordt het handelingsplan geƫvalueerd en eventueel bijgesteld.
Hoe zit dat in Vlaanderen?
Hoe zit dat in Suriname?
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties