Schoolloopbaan Nederland

Gewone en speciale basisscholen

De grote meerderheid van de Nederlandse vier- tot twaalfjarigen gaat naar de gewone basisschool. Voor kinderen met een handicap, moeilijk lerende kinderen en kinderen met gedragsproblemen die daar niet terecht kunnen, zijn er scholen voor speciaal basisonderwijs. Net zoals in het gewoon onderwijs kunnen dat openbare of bijzondere scholen zijn.

In het speciaal onderwijs onderscheidt men vier clusters:

  1. visueel gehandicapten
  2. auditief/communicatief gehandicapten
  3. verstandelijk en/of lichamelijk gehandicapten
  4. leerlingen met (ernstige) gedrags/leerproblemen.

Nederland kent een aantal initiatieven waarbij scholen voor gewoon en speciaal onderwijs samenwerken. Net zoals in andere Europese landen is er een groeiend streven naar 'inclusie', waarbij kinderen met een handicap zoveel mogelijk les volgen in het gewoon onderwijs en daarbij ondersteuning krijgen vanuit (de expertise van) het speciaal onderwijs.

Vanaf 1 januari 2014 geldt de Wet passend onderwijs, die de zorgplicht bij de scholen legt. Dat betekent dat een school ervoor moet zorgen dat een kind een passende onderwijsplek krijgt binnen een regionaal samenwerkingsverband tussen regulier en speciaal onderwijs. Het streven is om zoveel mogelijk kinderen binnen het reguliere onderwijs een plek te geven, met zo nodig extra ondersteuning. Kinderen die het echt nodig hebben gaan naar een school voor speciaal onderwijs. De financiering loopt via de samenwerkingsverbanden, die ervoor zorgen dat het geld op de juiste school terecht komt, namelijk daar waar de kinderen terecht komen.

Hoe zit dat in Vlaanderen?
Hoe zit dat in Suriname?