Inhoud van het kleuter- en lager onderwijs in Suriname
Inhoud van het kleuteronderwijs in Suriname
Er is geen leerplicht voor kleuters en er is geen wet op het
kleuteronderwijs. Kinderen gaan echter wel vanaf hun vierde jaar naar school en volgen een
tweejarig programma, dat ze voorbereidt op de lagere school. Ze leren allerhande vaardigheden,
zoals zingen, tekenen, motoriek, voorbereidend lezen en voorbereidend rekenen.
Er is geen nationaal curriculum voor het kleuteronderwijs. Iedere leerkracht kan individueel beslissen welk programma zij volgt, gebruik makend van wat ze zelf heeft geleerd op de pedagogische academies voor kleuteronderwijs.
In 2000 werd door de afdeling Curriculumontwikkeling van het ministerie een speel-/werkplan voor de vierjarige kleuters geïntroduceerd. In hoeverre dit pakket daadwerkelijk door alle kleuterleerkrachten wordt gebruikt, is niet bekend.
Thans werkt de afdeling Curriculumontwikkeling van het Ministerie van Onderwijs en Volksontwikkeling aan een pakket voor de vijfjarige kleuters.
Inhoud van het lager onderwijs in SurinameOp de lagere scholen heeft elke klas een vaste onderwijzer/onderwijzeres. Hij/zij geeft les en begeleidt de kinderen. (Negen van de tien leerkrachten is van het vrouwelijk geslacht.) Daarnaast zijn er op sommige scholen in Paramaribo ook vakleerkrachten voor tekenen, handvaardigheid, muziek en lichamelijke opvoeding. Beschikt de school niet over deze vakleerkrachten, dan verzorgt de klasseleerkracht deze onderdelen ook.
Het curriculum van het Gewoon Lager Onderwijs dateert van 1965 (Leerplan Prins). In 1986 werden in het lager onderwijs vernieuwde, aan de leefwereld van het Surinaamse kind aangepaste methodes, zoals voor rekenen, taal, lezen en expressie, geïntroduceerd. Het ministerie had gehoopt hiermede het onderwijs aantrekkelijker te maken voor de jeugd. Meer aandacht werd besteed aan de Surinaamse cultuur en meer nadruk werd gelegd op actieve participatie van de leerlingen.
Niet alle methodes werden in 1986 vernieuwd. In 2002 zijn er werkgroepen begonnen met het reviseren van het Leerplan Prins. Tekstboeken en lesmateriaal worden ontwikkeld voor de volgende vakken: Nederlands, rekenen, aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs, gymnastiek, muziek en schrijven.
Hoe zit dat in Nederland?
Hoe zit dat in Vlaanderen?
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
