Gewoon en buitengewoon basisonderwijs
Het overgrote deel van de Vlaamse leerlingen zit in het gewoon onderwijs. Voor kinderen die tijdelijk of permanent speciale hulp nodig hebben die het gewoon onderwijs niet kan bieden, is er het buitengewoon onderwijs. In het buitengewoon basisonderwijs onderscheidt men acht types:
- kinderen met een lichte mentale handicap
- kinderen met een matige of zware mentale handicap
- kinderen met ernstige emotionele problemen en/of gedragsproblemen
- kinderen met een lichamelijke handicap
- kinderen die voor langere tijd zijn opgenomen in een ziekenhuis
- kinderen met een visuele handicap
- kinderen met een auditieve handicap
- kinderen met ernstige leerstoornissen
Een school voor buitengewoon basisonderwijs kan één of meer types organiseren. Type 1 en 8 worden niet georganiseerd in het buitengewoon kleuteronderwijs.
De jongste jaren werken gewoon en buitengewoon onderwijs steeds meer samen. Daar bestaat ook een wettelijk kader voor. Zo krijgen leerlingen die normaal gezien naar een school voor buitengewoon onderwijs zouden gaan, dankzij extra begeleiding de kans om deel te nemen aan het gewoon onderwijs. Deze begeleiding kan tijdelijk zijn of permanent. Ze kan gelden voor alle lessen of voor een deel ervan. Ze wordt gegeven door een leerkracht uit het buitengewoon onderwijs. Men spreekt dan van geïntegreerd onderwijs (gon).
Hoe zit dat in Nederland?
Hoe zit dat in Suriname?
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties