Algemeen secundair onderwijs (aso)
Deze opleiding biedt een algemene theoretische vorming die jongeren in de eerste plaats voorbereidt op een hogere studie. Leerlingen kiezen hierbinnen voor studierichtingen als klassieke talen (Latijn en/of Grieks), moderne talen, wiskunde, wetenschappen, economie, humane wetenschappen, of voor een combinatie. In de regel krijgen leerlingen in deze onderwijsvorm 32 uur les per week.
Kunstsecundair onderwijs (kso)
Deze opleiding biedt een algemene vorming met actieve artistieke praktijk die leerlingen voorbereidt op een professioneel leven of op het hoger (kunst)onderwijs.
Technisch secundair onderwijs (tso)
Deze opleiding biedt algemeen en technisch-theoretisch onderwijs, aangevuld met praktijklessen, dat jongeren een beroep aanleert en ze in staat stelt hoger (technisch) onderwijs te volgen. Deze leerlingen krijgen 36 uren les per week. Ze doen ook een praktijkstage.
Beroepssecundair onderwijs (bso)
Bso is praktijkgericht onderwijs dat jongeren vooral een specifiek beroep aanleert. Deze leerlingen krijgen 36 uren les per week, waarvan minstens 16 uur praktijk. Ze doen ook een praktijkstage. Met een diploma bso kunnen leerlingen geen hoger onderwijs volgen, tenzij ze met succes een zogenaamd zevende homologatiejaar volgen.
De studierichtingen binnen het tso en bso zijn verdeeld in 26 studiegebieden: auto, bouw, chemie, decoratieve technieken, fotografie, glastechnieken, grafische technieken, handel, hout, juwelen, kleding, koeling & warmte, land- & tuinbouw, lederbewerking, maritieme opleidingen, mechanica/elektriciteit, muziekinstrumentenbouw, optiek, orthopedische technieken, personenzorg, riet- & mandenwerk, schoeisel, tandtechnieken, textiel, toerisme en voeding.
Hoe zit dat in Nederland?
Hoe zit dat in Suriname?
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties
