taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » taal » spelling » Archief »

Persconferentie 13/10/2005: Toespraak Vandenbroucke en Anciaux

Toespraak ministers F. Vandenbroucke en B. Anciaux

(Alleen het gesproken woord geldt)

[Minister Vandenbroucke]

Dames en heren,

Aanstaande zaterdag ligt de nieuwe Woordenlijst Nederlandse Taal in de boekwinkels. Als u zoekt naar een betrouwbaar naslagwerk voor de spelling, dan kunt u ook kiezen uit verschillende publicaties. Aan het Spellingslogo van de Taalunie kunt u zien dat de inhoud is afgestemd op de officiële spelling. De makers van bijna alle toonaangevende naslagwerken hebben nu immers met de Taalunie samengewerkt om hun publicaties volledig in overeenstemming te brengen met de spelling 2005. Met de publicatie van die waaier van producten - sommige zullen wat later in de winkel liggen - wordt een tienjarig, zorgvuldig voorbereid, proces afgesloten. Zonder overdrijven kan gesteld worden dat 15 oktober een mijlpaal is in de spellinggeschiedenis van ons taalgebied. Als voorzitter van het Comité van Ministers van de Nederlandse Taalunie ben ik best trots op het resultaat.

Graag geef ik het woord aan mijn collega binnen het Comité van Ministers van de Taalunie, de heer Anciaux. Hij zal u een nadere toelichting geven op het proces dat tot de totstandkoming van de nieuwe Woordenlijst heeft geleid en op de belangrijkste veranderingen.

[Minister Anciaux]

Het Comité van Ministers heeft in 1995 de krijtlijnen uitgezet voor de Woordenlijst Nederlandse Taal die wij vandaag presenteren. Het Comité heeft de uitvoering op de voet gevolgd. Drie fundamentele doelstellingen stonden voorop:

  1. Ten eerste wilden we komen tot een ideale combinatie van continuïteit en het oplossen van reële problemen. Wij waren ons er terdege van bewust dat veranderingen in de spelling grote invloed hebben op maatschappij en burger. We wilden daarom aansluiten bij en voortbouwen op de gevestigde schrijftraditie. Tegelijkertijd vonden we dat er ruimte moest komen voor aanvullingen en correcties die aan de behoeften van de taalgebruikers tegemoet komen.
  2. Ten tweede wilden we de Woordenlijst zelf verbeteren, het boekje als boekje. Het moest taalgebruikers beter in staat stellen om snel hun spellingtwijfels op te lossen.
  3. Ten derde wilden we zorgen voor overeenstemming tussen de Woordenlijst en andere gezaghebbende bronnen, zoals woordenboeken, taaladvieswerken en programma's voor spellingcontrole op de computer. Daarom is samenwerking gezocht met de makers van die producten.

Zijn die doelstellingen gehaald? Ik vind van wel, en dit wil ik graag wat nader toelichten.

De uitzondering voor de plantnamen van het type paardebloem en duivekervel is afgeschaft. Hiermee zijn we tegemoet gekomen aan een verzoek van de taalgebruikers - in het bijzonder van de biologen - die aangaven niet met de oude regel uit de voeten te kunnen.

Even duidelijke signalen kregen wij over onderdelen van de spelling die niet of niet duidelijk genoeg waren geregeld. Denkt u aan het gebruik van de hoofdletter, de schrijfwijze van afkortingen en leenwoorden uit het Engels en Frans, aan verkleinwoorden van leenwoorden. Over dat soort kwesties gaat bijna de helft van de vragen die bij de Taaltelefoon of de adviesdienst van het Genootschap Onze Taal binnenkomen. De Leidraad bij de Woordenlijst geeft op die punten voortaan houvast.

Aan de Leidraad is trouwens veel meer veranderd. De tekst is uitvoeriger, bevat meer voorbeelden en heeft een helderder structuur, zodat taalgebruikers sneller hun weg vinden.

Ook de alfabetische trefwoordenlijst is aangepast. Lange rijen relatief eenvoudige samenstellingen zijn ingeperkt om plaats te maken voor minder vaak gebruikte woorden die wél spellingproblemen opleveren. Met minder trefwoorden worden nu veel meer twijfelgevallen opgelost.

Ten slotte is er nog de samenwerking met uitgevers van andere gezaghebbende bronnen voor spelling. Alle trefwoorden in alle bronnen zijn met de woordenlijst en met elkaar vergeleken, zodat wij u bijna met de hand op het hart kunnen verzekeren dat alle woorden in al die bronnen volgens de officiële regels zijn gespeld. De spellingklokken zijn als het ware gelijk gezet! Voor zover wij weten is dat in geen enkel ander taalgebied ooit vertoond.

Dus nogmaals, ik denk dat ik mag zeggen dat onze doelstellingen zijn gehaald. Tegelijkertijd is de nieuwe Woordenlijst natuurlijk ook een actuele Woordenlijst. Woorden die we niet of nauwelijks meer gebruiken hebben plaats gemaakt voor woorden die in de afgelopen periode hun weg in het Nederlands hebben gevonden, denkt u bijvoorbeeld aan e-mailen, sms'en, tsunami. En natuurlijk de uitbreiding met woorden die vooral in de Surinaamse variëteit van het Nederlands voorkomen, zoals bijvoorbeeld okseltruitje (mouwloos T-shirt) of handknie (elleboog).

Al met al ging het ons met deze nieuwe Woordenlijst om: continuïteit, toegankelijkheid, uniformiteit en actualiteit. Dat zijn de belangrijkste sleutelwoorden. Aan u en alle andere taalgebruikers om te bepalen of u vindt dat we daar in geslaagd zijn.

Dan geef ik nu graag het woord weer terug aan mijn collega, de heer Vandenbroucke. Hij zal nader ingaan op de consequenties voor het onderwijs.

[Minister Vandenbroucke]

Als Minister van Onderwijs wil ik graag iets zeggen over de impact van de nieuwe editie van de Woordenlijst op het onderwijs. Veel schooldirecties, leerkrachten en educatieve uitgevers zullen zich afvragen wat het voor hen betekent. Ik kan hen geruststellen.

De spelling volgens de nieuwe Woordenlijst wordt voor het onderwijs pas in het schooljaar 2006 - 2007 van kracht. Uitgevers hebben dus ruim de tijd om hun uitgaven aan te passen. Eind juni hebben ze daarvoor materiaal ontvangen, waaronder een lijst met de verschillen tussen 1995 en 2005. Om het hen nog wat gemakkelijker te maken, heeft de Taalunie een eenvoudig computerprogramma ontwikkeld, waarmee woorden opgespoord kunnen worden waarvan de spelling is veranderd. Met dit hulpmiddel kunnen uitgevers scholen snel en gemakkelijk informeren over de wijzigingen in hun uitgaven.

Door het kleine aantal veranderingen hoeven scholen de normale loopcyclus van hun handboeken niet in te korten. In een werkboek Nederlands voor het vierde jaar van het Secundair Onderwijs bleken 22 wijzigingen nodig op een totaal van 52.000 woorden. Dat komt neer op 0,04%.

Eventuele aanpassingen kunnen daarom langs de weg der geleidelijkheid verlopen. Hierover is ook gesproken met de organisatie van educatieve uitgevers (GEWU = Groep Educatieve en Wetenschappelijke Uitgevers). De leden zullen de gebruikers informeren over de spellingveranderingen in hun uitgaven. Zo nodig kunnen ze bijvoorbeeld aangepaste tekstbestanden beschikbaar stellen.

Een vraag die bij veel leerkrachten leeft, is of zij tot volgend schooljaar nog de oude regels moeten onderwijzen. Dat is natuurlijk niet nodig. Het ligt voor de hand dat we leerlingen vanaf nu vertrouwd maken met de nieuwe situatie. In de praktijk zal dat erg meevallen. Het gaat immers vooral om kwesties die tot nu toe niet of onvoldoende geregeld waren. Er is maar één 'echte' verandering: de afschaffing van de paarde(n)bloemregel. In de komende weken zal het onderwijs gerichte informatie ontvangen over de nieuwe Woordenlijst en hoe daarmee moet worden omgegaan. Belangrijk voor die informatievoorziening zijn onder andere de website van Klasse (www.klasse.be) en de Taaltelefoon (www.taaltelefoon.be).

Dames en heren, is spellen vanaf nu voor jong en oud zo eenvoudig dat Het Groot Dictee van de Nederlandse Taal kan opgedoekt worden en dat het spellingonderwijs het voortaan met minder uren kan stellen? Die verwachting kunnen wij niet waarmaken. Laten wij eerlijk zijn: volstrekt probleemloos spellen van alle woorden en woordvormen zal altijd een lastige bezigheid blijven. Wel durven wij te beweren dat de spelling, die zich op een lange maatschappelijke traditie én erkenning kan beroepen, toegankelijker, eenduidiger en daardoor beter hanteerbaar is geworden.

Dank u voor uw aandacht.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties