Door Sanne Boersma - 'afstudeervisie' School voor journalistiek, oktober 2006
Om geen verwarring te laten ontstaan bij de gebruikers van de Nederlandse taal zouden alle media, net als alle (semi)overheidsinstellingen, het officiële Groene Boekje moeten volgen.
Groen of Wit?
Nu er twee boekjes voor de Nederlandse spelling zijn verschenen, zal de verwarring bij de gebruikers van de Nederlandse taal toeslaan. Eenheid in taal heeft een hoge prioriteit en die is op dit moment ver te zoeken in de Nederlandse spelling. Op scholen zullen onvermijdelijk discussies ontstaan over wat goed is en wat fout. Bij een spellingstoets of in een verslag is pannekoek fout, maar in de Volkskrant schrijven ze het wel zo. Soortgelijke discussies zullen zich voordoen op de scholen voor journalistiek. Daarom houd ik in mijn afstudeervisie één spelling aan, de officiële groene. En dat zou iedereen moeten doen. Om geen verwarring te laten ontstaan bij de gebruikers van de Nederlandse taal zouden alle media, net als alle (semi)overheidsinstellingen, het officiële Groene Boekje moeten volgen.
In 1995 verscheen een vernieuwde versie van het Groene Boekje, de officiële woordenlijst van de Nederlandse taal. 41 jaar hadden de Nederlanders en Belgen het volgehouden met dezelfde spelling. Veel woordbeelden waren verouderd, dus was het tijd voor modernisering van de taal. Een woordbeeld is het uiterlijk van het geschreven of gedrukte woord. Zo veranderde het uiterlijk van produkt bijvoorbeeld in product en pannekoek veranderde in pannenkoek. Maar al tijdens de presentatie van de nieuwe uitgave bleek het boekje vol slordigheden te zitten. In de jaren daarna leidde dit tot verschillen tussen het Groene Boekje en woordenboeken als de Van Dale. De verschillen moesten worden weggewerkt. Deze taak werd uitgevoerd door de Nederlandse Taalunie, een beleidsorganisatie voor de Nederlandse taal. Tien jaar later in 2005 was het verbeterde Groene Boekje klaar en kon per 1 augustus 2006 in Nederland, België en Suriname worden ingevoerd.
Verschillende gebruikers van de Nederlandse taal, zoals journalisten, hadden in 2005 al toegang tot het nieuwe verbeterde Groene Boekje. Een aantal was verbaasd over de inhoud van deze versie, want volgens hen waren niet alleen de fouten er uitgehaald, maar ook regels veranderd. Dit leidde tot een boycot van het Groene Boekje, waaraan onder meer de Volkskrant, NRC Handelsblad, de NOS en een aantal opiniebladen meededen. De protestgroep kwam in contact met het genootschap Onze Taal. Dit genootschap is een onafhankelijke vereniging, heeft een Taaladviesdienst en brengt iedere maand een tijdschrift uit over taal. Zij stonden ook kritisch tegenover het nieuwe Groene Boekje. Het genootschap en de protestbeweging besloten samen een alternatieve spelling uit te brengen, de witte spelling.
Sindsdien is er een conflict tussen de Taalunie en Onze Taal. Volgens Rik Schutz van de Taalunie was het genootschap betrokken bij de totstandkoming van het Groene Boekje. "Onze Taal is 180 graden gedraaid en heeft de protestbeweging gezag gegeven", meent Schutz. Maar Wouter van Wingerden van Onze Taal zegt dat de nieuwe uitgave ook voor hen een verrassing was. "Wij waren wel bij het proces betrokken, maar hadden geen zicht op de woordenlijst", aldus Van Wingerden.
De protestbeweging hekelde vooral de regels voor de tussen-n in het Groene Boekje. In de groene spelling staat voor ieder woord vast of er een tussen-n komt of niet. Volgens de witte spelling druisen deze regels tegen het gevoel in. Zij laten daarom de keuze aan de taalgebruiker over. In het Witte Boekje is zowel pannekoek als pannenkoek goed.
Groen versus wit
Het is te begrijpen dat niet iedereen het eens is over de inhoud van de nieuwe spelling. Intensieve gebruikers van de Nederlandse taal, zoals journalisten, schrijvers, taalkundigen en docenten, hebben allemaal een eigen gevoel bij de taal. Een spellingwijziging bedreigt de oude vertrouwde manier van spellen. Het is lastig om aan een nieuw woordbeeld te wennen, maar het is wel erg drastisch om met een eigen spelling te komen.
Het Groene Boekje van 2005 is namelijk wel verbeterd en een duidelijke richtlijn voor de Nederlandse spelling. De slordigheden van 1995 zijn eruit gehaald. Het Groene Boekje en de woordenboeken zijn weer gelijk aan elkaar. De Nederlandse Taalunie heeft duizenden vragen van taalgebruikers in behandeling genomen. Dit leidde onvermijdelijk tot veranderingen. "Problemen kun je niet oplossen zonder te veranderen", stelt Schutz. En die veranderingen leidden tot kritiek.
Kritiek die naar mijn mening overigens volledig uit haar verband is gerukt. Woorden als ideeëloos staan symbool in de strijd die de witte spellers voeren. Hoe vaak zal dit woord in de krant worden gebruikt? Een woord als online, dat logischerwijs is veranderd van on line naar online, wordt veel vaker gebruikt. Over deze logische en wenselijke wijzigingen hebben de witte spellers het niet. Zij doen alsof ze de hele dag bezig zullen zijn met het Groene Boekje ontrafelen, maar dat zal wel meevallen. De Taalunie vermeldt namelijk op haar website dat de veranderingen heel beperkt invloed hebben op de spellingpraktijk: in de krant is gemiddeld één verandering om de 2.000 woorden nodig en in romans om de 4.000 woorden.
Leek er eindelijk een eenduidige spelling te bestaan, zorgt het Witte Boekje weer voor een kink in de kabel. Het boekje zal vooral voor meer verwarring zorgen bij de gebruikers van de Nederlandse taal. Het lijkt namelijk zelf ook niet onder de onlogica van de taal uit te komen. Tegenstrijdigheden in het boekje zijn al gesignaleerd. Het Witte schrijft muggebult naast hondenbeet. Het bevat woorden als wolkenloos en sterrenloos, maar zo heeft nog nooit iemand die woorden geschreven. De NOS volgt de witte spelling omdat ze de groene onduidelijk vindt, maar ondervindt nu ook problemen bij de witte. "Ik was verbijsterd over de aardrijkskundige namen, die wij regelmatig anders schrijven dan de witte spelling aangeeft. De NOS blijft daarvoor haar eigen regels handhaven", aldus Ronald Boot van de taalcommissie bij het NOS journaal. Volgens taaljournalist Ludo Permentier van de Vlaamse krant De Standaard en bestuurslid van Onze Taal zijn de inconsequenties in het Witte Boekje "veel erger en onbegrijpelijker" dan in het Groene Boekje. Hij noemt het Witte Boekje 'broddelwerk'.
Ook media die niet meedoen aan de alternatieve spelling, vinden dat het Witte Boekje voor onnodige verwarring zorgt. De Telegraaf, de grootste krant van Nederland, doet niet mee met de alternatieve spelling. "Elke goedbedoelde alternatieve spelling vergroot de verwarring alleen maar. Wij vinden de nieuwe groene spelling warrig, maar er bestaat maar één officiële spelling en die volgen we", meent Menno Landstra, chef eindredactie van de Telegraaf. Het Algemeen Nederlands Persbureau (ANP) laat weten dat de meerderheid van haar afnemers nog altijd de officiële groene spelling gebruikt. Het ANP koos daarom voor de groene spelling. Godfried Helwig, chef nieuwsredactie van het ANP: "De nieuwe groene spelling heeft veel veranderingen waar we aan moeten wennen, maar het Witte Boekje vinden wij ook niet hanteerbaar." De regionale kranten gebruiken ook de officiële spelling. Jan Roosendaal, chef redactie bij het Dagblad van het Noorden, vindt de ophef die is ontstaan nergens voor nodig: "Voor het dagelijkse gebruik is de nieuwe groene versie geen probleem. Ik heb er nog geen eindredacteur over gehoord."
Onderwijs
Uiteindelijk is één belangrijke sector in de samenleving pas echt het slachtoffer van twee spellingen: het onderwijs. Zij is verplicht het Groene Boekje te gebruiken en zit dus niet te wachten op een alternatief. Verschillende docenten stuurden brieven naar kranten over hun onvrede. Zo schreef Thalita van Basten, lerares Nederlands in Maarn, in een brief aan nrc.next op 18 augustus 2006: "(...) Docenten Nederlands moeten de spelling duidelijk uit kunnen leggen aan hun leerlingen. Duidelijk uitleggen kan met behulp van eenduidige regels, en regels die niet elke vijf jaar veranderen - met intuïtie voor spelling hoef je bij leerlingen niet aan te komen. Leerlingen moeten die regels dan ook leren. Daarnaast moeten leerlingen ook kranten en tijdschriften lezen zodat hun woordkennis groter wordt en zo hun woordbeeld beter. Het zou dus bijzonder prettig zijn als alle media op dezelfde wijze zouden spellen." Docenten, vooral voor het vak Nederlands, lopen kans op verwarrende discussies door de witte spelling. In de spellingtoets moet het zus, maar de krant doet het zo. Dit zijn in mijn ogen onnodige, tijdrovende discussies.
Ook de scholen voor journalistiek blijven het Groene Boekje volgen. Voor docenten een logische en verplichte keuze. Peter Douma van de SvJ in Utrecht vindt de witte spelling absolute onzin. "Iedereen die kritiek heeft op het Groene Boekje, heeft spelling nooit begrepen. Spelling is niet logisch en dat moet je ook nooit willen", aldus Douma. Voor discussies met studenten is hij niet bang, want in Utrecht is er een heldere afspraak: iedereen gebruikt groen. Dit geldt ook voor de andere scholen. Inneke Sinnema, docent taalbeheersing op de SvJ in Tilburg heeft hier geen problemen mee: "De kritiek op het Groene Boekje is een storm in een glas water. Wat mij betreft zijn de wijzigingen lang niet zo groot als sommige media beweren. Het gereedschap moet van tijd tot tijd worden aangescherpt en dan wennen we er wel weer aan." Gertjan Aalders, docent taalbeheersing op de SvJ in Zwolle heeft meer moeite met de nieuwe groene versie: "Als school volgen we de officiële regels, maar als opleiders vrees ik dat we problemen tegemoet gaan. De nieuwe spellingsregels zijn niet aan onze studenten besteed. Hoe leg ik ideeëloos ooit aan ze uit? Persoonlijk vind ik het Witte Boekje een logische reactie op het Groene en vind ik deze ook eenvoudiger om te gebruiken."
Gelukkig met het Groene Boekje of niet, docenten aan de scholen voor journalistiek blijven groen gebruiken. En de studenten dus ook, op school. Maar gaan zij op stage bij een krant of televisiezender die wit gebruiken, dan is het aan de student de taak om zich aan te passen. De student wordt al geacht het gebruik van interpunctie en bepaalde woordbeelden van de stageplek op te volgen. Kan een tweede boekje voor spelling daar ook nog wel bij? Misschien wel, maar toch lijkt het mij het beste om de verschillen tussen de school en de redacties zo klein mogelijk te houden. Eén officiële spelling zou het minst verwarrend zijn.
De rebellie
De aanhangers van de witte spelling willen niet te lang stil staan bij de verwarring dat een tweede boekje zal kunnen veroorzaken. Volgens Bas van Kleef, redacteur bij de Volkskrant en initiatiefnemer van de witte spelling, zal de verwarring zonder alternatief boekje net zo groot zijn. "Door veel meer veranderingen dan aangekondigd, begon de groene spelling met verwarring veroorzaken. Zo kon het echt niet meer", aldus Van Kleef. Folkert Jensma, voormalig hoofdredacteur van NRC Handelsblad, sluit zich hierbij aan: "We worden overvallen door taal- en regelfetisjisten die met oplossingen voor problemen komen die helemaal niet bestaan. De maat was vol." Waar zij veel onnodige veranderingen zien, ziet de Taalunie vooral oplossingen en verbeteringen. En zoals Rik Schutz zei: "Oplossen gaat niet zonder te veranderen." Volgens Bas van Kleef zijn de veranderingen in het Groene Boekje inderdaad taalkundig gezien voor een deel oplossingen en veranderingen. Maar: "De taalgebruiker heeft geen behoefte aan veranderingen. Zeker niet zo kort na elkaar, in 1995 en 2005. Taal is niet logisch en consequent en daarom kunnen we het beter zo laten zoals we het ooit hebben geleerd", aldus Van Kleef.
Daarnaast heeft de protestbeweging moeite met het feit dat de spelling vanuit de overheid wordt geregeld. Zij vinden het schandelijk dat gebruikers van de Nederlandse taal, zoals journalisten, schrijvers, docenten en uitgevers, niets wordt gevraagd. De taalgebruikers doen inderdaad niet mee aan de opstelling van de spellingregels. Een beperkte groep specialisten, in dit geval taalkundigen van de Nederlandse Taalunie, mag de spellingregels bepalen. Het zou niet mogelijk zijn om iedereen daaraan te laten deelnemen. Rik Schutz verwoordt het als volgt: "Alle fietsers worden ook niet betrokken bij de opstelling van nieuwe verkeersregels, want dan is het niet meer te doen. Hetzelfde geldt voor de spellingregels."
De rebellie pleit voor meer vrijheid in de spelling. De tussen-n is daardoor het grootste discussiepunt geworden tussen groen en wit. Het valt niet mee om een passende regel te vinden voor de tussen-n, die ook nog goed aan te leren is. De Taalunie heeft besloten dat in het nieuwe Groene Boekje de tussen-n voor ieder woord vastligt. Van Kleef is het hier niet mee eens: "Veel woorden waarbij de tussen-n nu vastligt in het Groene Boekje druisen tegen het gevoel in, zoals paddenstoel. Wij willen die keuze vrij laten, zodat je intuïtie bepaald wat goed is." De aanhangers van de witte spelling vinden dat voor de tussen-n hetzelfde zou moeten gelden als voor de tussen-s. De tussen-s mag worden gebruikt, maar het hoeft niet: spellingwijziging mag, maar spellingswijziging ook. Maar dat vindt de Taalunie te ver gaan, want teveel keuzes openlaten, werkt niet. Dan kunnen er geen eenduidige woordbeelden ontstaan, wat leidt tot verwarring.
Behalve over de tussen-n regel waren de protesterende groepen over meer spellingveranderingen in het Groene Boekje niet te spreken. Zo krijgen tijdperken in het Groene Boekje voortaan een kleine letter. Benamingen als Middeleeuwen en Renaissance zijn veranderd in middeleeuwen en renaissance. Het Witte Boekje neemt deze nieuwe regel niet over. In het 'groen-witte verschillen-boekje' leggen de witte spellers deze keuze als volgt uit: "(...) Anno 2006 kan er bijvoorbeeld een renaissance zijn in de rock-'n-rollmuziek. Maar de Renaissance met een hoofdletter is de periode van 1350 tot 1550. Zo willen veel taalgebruikers het in ieder geval graag in de spelling uitgedrukt zien (...)" Andere zaken die ook ergernis opwekken zijn spellingvormen als re-integreren en reïncarneren, havoër naast vwo'er en het veranderen van appèl in appel.
Uiteindelijk willen de meeste witte spellers in de toekomst weer meer eenheid bereiken. Zij hopen dat ze meer inspraak zullen krijgen tijdens de spellingsactualisering van 2015. "Het was echt tijd om een andere weg in te slaan", zegt Van Wingerden, "Misschien wordt er over drie, vijf of tien jaar wel meer overeenstemming bereikt. Dat moeten we afwachten, maar wij blijven het belangrijk vinden dat we ruimte in het spellingsysteem houden."
Conclusie
Ondanks dat ik ideeëloos en appel ook vreemd vind staan en het laatste bovendien verkeerd zal uitspreken bij het voorlezen, geloof ik dat dit voor het alledaagse gebruik niet veel gevolgen heeft. Deze woorden worden niet in veel artikelen genoemd, maar een woord als online wel. Dit woord is naar wens van de gebruikers veranderd. Een logische verandering in mijn ogen.
Die paar vreemde woordbeelden zijn vooral een kwestie van gewenning. De eerste paar keer is het raar om op te schrijven, maar daarna weet je hoe het moet en wordt het vanzelf normaler. Iedere taalgebruiker, zoals ik, wil rust op spellinggebied. Hoe vaker iets verandert, des te lastiger wordt het om goed te spellen. Om dan het initiatief te nemen voor een alternatieve spelling en een volwaardig tweede boekje uit te geven vind ik te drastisch. Wennen moeten we allemaal.
Daarnaast is spelling niet logisch. De Engelsen hebben dit al lang geaccepteerd. Kijk maar naar woorden als 'leicester' en 'though'. Hier is geen touw aan vast te knopen, toch weet iedereen in Engeland wat het betekent, hoe je het schrijft en uitspreekt. Belangrijk bij onlogica is de eenheid. Zolang iedereen hetzelfde spelt, blijft iedereen hetzelfde spellen. Dit geldt ook in het onderwijs. Als alle woorden er overal hetzelfde uitzien, krijgen kinderen een eenduidig woordbeeld, waardoor zij goed leren spellen. Een tweede boekje staat de eenheid in de spelling in de weg.
Aangezien taal altijd in beweging is, moeten we open staan voor nieuwe woorden en woordbeelden. Iedere tien jaar een actualisering lijkt mij een goed plan. Ik stel voor dat we over tien jaar kijken in hoeverre bepaalde woordbeelden van de witte spelling ingeburgerd zijn. Die woorden voegen we dan toe of veranderen we in het Groene Boekje. Hopelijk kunnen we dan allemaal weer met één boekje verder: het Groene Boekje.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties