Patrick Rooijackers, Levende Talen Magazine, maart 2006
Je moet medelijden hebben met die arme mensen van de Taalunie. De vorige keer toen ze de spelling veranderden, kregen ze de kritiek om de oren dat er zoveel niet goed was. De Spellingscommissie trok dus bij de eerstvolgende gelegenheid inconsequenties recht, maakte regels voor zaken waarbij geen regels voorhanden waren, corrigeerde onjuistheden. En wat is het gevolg? Maarten 't Hart ziet graag wat Taaluniebloed van het mes van een guillotine druipen, en de NRC vraagt het kabinet om met een referendum de Taalunie weg te stemmen.
Nu is al de ophef in de media zeker niet onterecht. Alleen al in haar communicatie naar buiten toe heeft de Taalunie de weerstand onder taalgebruikers om opnieuw spellingswijzigingen te slikken onderschat. De trotse toon die ze in oktober vorig jaar aansloeg op persconferenties ('de beste spelling van Europa') was ook toen al misplaatst. Ze onderschatte dat spelling emotie is. Taal is prestige, zeker voor journalisten. Een ervaren taalgebruiker, die zich plotseling tot een halve analfabeet voelt teruggebracht, roert zich, zelfs als hij van het fijne van alle nieuwe regels niets weet.
Als de Taalunie slim was geweest, had ze daarom van meet af aan voor een bescheiden houding gekozen, had ze sterk benadrukt dat ze taalgebruikers serieus heeft willen nemen en dat de huidige veranderingen niets anders zijn dan een amendement op 1995: enkele verbeteringen en daarnaast toevoegingen voor de fijnproever. 'Want wat moesten we anders, gezien de situatie dat Van Dale in 1995 het zelfs niet met ons eens was? Er is gesleuteld, noodzakelijkerwijs, want er was véél terechte kritiek en daarom moesten we wel wijzigen, maar nu is voor ons de kous écht af.' Iets dergelijks. Een dergelijke toon had de Taalunie misschien heel wat ellende bespaard. Wie zich zwak toont, wordt met meer begrip bejegend. De situatie die nu ontstaan is, waarin enkele belangrijke media aangeven de nieuwe spelling niet te gaan volgen, is in elk geval te betreuren.
Voor het onderwijs, speciaal voor leraren Nederlands, heeft dit niet direct grote gevolgen. De verandering in de regels voor de tussen-n is op zich welkom, want brengt vereenvoudiging, en de overige gereguleerde spellingswijzigingen behoren tot regionen waar de meeste docenten alleen een vwo 5- of 6-klas een kort lesje zullen laten verpozen. En voor zover ik kon bepalen, zijn de regels voor bijvoorbeeld het koppelteken zoals de methode Kiliaan die opsomt er praktisch alleen maar eenvoudiger en consequenter op geworden.
Maar indirect heeft dit alles wel degelijk gevolgen. Wanneer de onrust in de media rond de spelling aanhoudt en de spelling als gegeven ter discussie blijft staan, zal ook de spelling in het klaslokaal steeds meer ter discussie komen te staan. Als zelfs volwassen intelligente mensen in de kranten over elkaar heen rollebollen, ruziënd om de spelling, waarom zou dan een leerling niet product met een 'k' mogen schrijven? Spelling is toch maar een afspraak, juffrouw? Hopelijk halen de media daarom bakzeil. Het zou van den zotte zijn om voor de eerste keer een spelling van het Nederlands te hebben, geruggensteund door taalinstanties uit het gehele Nederlandse taalgebied, door woordenboekmakers en de grote uitgeverijen, en die dan te grabbel te gooien.
De kritiek die de media in kranten geuit hebben, is daarvoor ook te veel op bijzonderheden gericht. Hun voornemen om zélf een eigen spellingsboekje uit te brengen geeft weinig hoop. Critici lieten de afgelopen maanden zien er erg goed in te zijn rariteiten als 'ideeëloos' en 'vedettedom' tot hoofdzaken van de Nederlandse spelling te promoveren, maar anderzijds laten ze bitter weinig zien hoe er dan ándere consequente regels kunnen worden opgesteld waardoor dit soort lelijke samenstellingen tot het verleden behoren. Wie erop uit is de Taalunie te kakken te zetten, heeft het met een lijst van 100.000 woorden om uit te kiezen erg gemakkelijk. De echte uitdaging ligt erin zélf alternatieve regels te formuleren die dit soort lelijkheden weten te omzeilen. Maar of daarvoor de expertise aanwezig is? Het vaak nogal bedenkelijke niveau van de bijdragen in de media doet het ergste vrezen.
Daar komt nog bij dat ook de media bepaald niet vrijuit gaan voor de ontstane impasse. De berichtgeving was met name in de dagbladen van het PCM-concern bepaald tendentieus. Een enkele woordenboekmaker uit twijfels over dezelfde spelling waar hij eerder zijn handtekening onder heeft gezet, en belandt vervolgens met een forse kop op pagina drie. Van alle Vlaamse kranten die de spelling overnemen, vernemen we vrijwel niets maar de ene die twijfelt, wordt volop de ruimte gegeven.
De media waren partij en dat was te merken. Menig nieuwsbericht bevatte verkapte betogen om het eigen standpunt te ondersteunen. De beeldvorming rond de spelling was daardoor allerminst objectief.
Het signaal dat de media hebben afgegeven was desalniettemin terecht: spelling duldt geen eindeloze verbetering en aanscherping. Maar hun verzet drijft zaken op de spits. Hugo Brandt Corstius noemde de hele kwestie weliswaar 'een storm in een glas water', hij wees er tegelijk op dat een glas water kan barsten. De inzet is te klein en de gevolgen zijn te groot. Het is daarom te hopen dat de media op hun schreden zullen terugkeren. Ook het onderwijs is daarbij gebaat.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties