Trouw, 8 juni 2006
Het artikel "Help de vernieuwde spelling komt eraan" van Kees van Kempen in Trouw van 2 juni, versterkt de indruk dat er na 1 augustus veel aan de spelling zal veranderen, dat de veranderingen onzinnig zijn en dat gewone taalgebruikers daar last van zullen hebben. Dat is jammer, want het vergroot het in het artikel beschreven risico dat er een 'totale desinteresse in een correcte spelling' zal ontstaan. De auteur zegt "Zonder woordenboek op tafel is het niet meer mogelijk iets correct in je moedertaal te schrijven". Bij die uitspraken zou ik graag enkele opmerkingen willen maken.
Ten eerste is een woord dat anders wordt geschreven dan in een naslagwerk met het keurmerk 'officiële spelling' niet noodzakelijk fout. Bij het formuleren van regels voor detailkwesties waarvoor tot voor kort tegenstrijdige, of niet-samenhangende, of helemaal geen regels bestonden, is een belangrijk uitgangspunt geweest: maak het niet te ingewikkeld en schrijf dus zo min mogelijk accenten, streepjes, hoofdletters en punten. Maar soms is een niet-verplicht streepje zelfs wenselijk, zoals in massage-bed, massa-gebed of would be-schrijver. De toelichting bij de Woordenlijst, de Leidraad, vermeldt die vrijheid expliciet. Iets dergelijks geldt voor hoofdletters. Wie een reden ziet om hoofdletters te gebruiken waar die niet verplicht zijn, heeft alle vrijheid dat te doen.
Voor iedereen die nu zo goed als foutloos kan schrijven, geldt dat die vaardigheid niet op 1 augustus verloren gaat. In de meeste gewone, niet-gespecialiseerde teksten verandert namelijk bijna niets. Dagbladen bevatten meer 'gewone' spelfouten, dan woorden die na 1 augustus anders gespeld moeten worden. En bovendien bevatten ze nu tal van spelfouten die na 1 augustus niet meer fout zullen zijn, bv. ik-roman, Azteken, online, Dode Zeerollen, Tweede Kamerdebat enz. Het Parool verschijnt sinds januari al in de spelling die op 1 augustus van kracht wordt, en niemand merkt het verschil! Idem voor Knack in België sinds februari. De veranderingen hebben voordelen voor professionals die taalsoftware en naslagwerken maken, en voor de gebruikers daarvan, en de uniformiteit tussen hulpmiddelen is nu groter dan ooit tevoren. De gewone taalgebruiker moet in een enkel geval aan een andere schrijfwijze wennen, maar niemand moet opnieuw leren spellen.
Tot slot: hoe bedreigend is eigenlijk het idee dat je 'met een woordenboek op tafel' schrijft om correct te spellen? Het beeld is hooguit wat verouderd. Vrijwel iedereen schrijft tegenwoordig met een tekstverwerker, waarin het digitale woordenboek meekijkt. De spellingchecker met de officiële spelling die vanaf 1 augustus geldt, is al geruime tijd beschikbaar. En ook wie een oudere versie blijft gebruiken, zal weinig fouten maken. Maar gelijksoortige en gelijk gevormde woorden gaan nu wel vaker op gelijke wijze gespeld worden, bv. Alpen en Alpendorp (was alpendorp), souvenir en souvenirtje (was souveniertje, maar afgebroken toch souvenir-tje), prowesters (was pro-westers) en antiwesters, reformatie en contrareformatie (was Contrareformatie) enz. Daardoor wordt het opzoeken juist minder nodig dan tevoren. En het onderwijs in het leren spellen, zowel aan Nederlandstaligen als anderstaligen, wordt er evenzeer door gediend. De recente spellingaanpassing is namelijk helemaal niet geïnspireerd door wetenschappers die de taalgebruiker hun "laatste taalkundige inzichten" via de spelling willen opdringen. Integendeel, de Werkgroep spelling heeft zich laten leiden door onze kennis van de spellingprocessen in het hoofd van de gewone taalgebruiker en van de taalleerder, en door een omvangrijke inventaris van de feitelijke problemen die zich bij hen bij het spellen voordeden. Wie dat wil mag dat beschouwen als het werk van 'mummies'.
Frans Daems, ondervoorzitter Werkgroep spelling Nederlandse Taalunie, hoogleraar Nederlandse taalkunde en taaldidactiek Universiteit Antwerpen
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties