taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » taal » spelling » Reacties »

Implicaties voor het onderwijs?

Rita Rymenans in Vonk, april 2006

Spelling 2005: implicaties voor het onderwijs?

Schrijf waar nodig tussenletter -s-, tussenletter -n-:
Zonder pijp.......sleutel is die moer onbereikbaar.
Bijna alle reflexcamera's zijn met een spleet.......sluiter uitgerust.
Een sluiting met klitte.......band is wat gemakkelijker voor zo'n kind.
Vandaag hebben de kinderen met pijpe.......ragers geknutseld.

'Hoe groot is de kans dat leerlingen die woorden ooit zullen schrijven?', vroeg ik na afloop van de les aan mijn studente die deze en tientallen andere gelijkaardige woorden had afgevuurd op leerlingen van het 5de jaar technisch secundair onderwijs, richting Informaticabeheer. Dit was haar tweede les over 'de paardenbloemspelling' (met tussenletter -n-): de leerlingen moesten de regels inoefenen die zij tijdens de vorige les had uitgelegd. In opdracht van haar stagementor, die kennelijk de eindtermen en leerplannen niet goed gelezen had.

1. Krachtlijnen in het secundair onderwijs

Uit deze officiële documenten komen immers de volgende krachtlijnen naar voren over spellingonderwijs in het secundair onderwijs:

  1. Correct spellen wordt opgevat als een verzorgingsaspect van de geschreven taal: leerlingen moeten het belang van correct spellen inzien en moeten weten dat het belang ervan toeneemt naarmate de schrijfsituatie formeler wordt.
  2. Correct spellen wordt ook gezien als een kwestie van attitude: leerlingen moeten een bereidheid ontwikkelen om bij het schrijven van teksten de spelling te verzorgen.
  3. Spelling wordt geïntegreerd in het schrijfonderwijs, met andere woorden: spellingvaardigheid wordt niet als een aparte vaardigheid gezien. Leerlingen moeten wel spellingbewust leren schrijven.
  4. Aparte spellinglessen worden occasioneel ingericht indien blijkt dat leerlingen in de teksten die ze schrijven, veel fouten maken tegen een bepaalde spellingkwestie.
  5. Individuele remediëring is aangewezen bij fouten die leerlingspecifiek zijn: leerlingen leren ontdekken waar hun eigen tekorten zitten en leren hoe ze die weg kunnen werken.
  6. Spelling wordt ook ingebed in taalbeschouwingsonderwijs. Aan de hand van concrete voorbeelden uit het taalgebruik gaan leerlingen op zoek naar de onderliggende systematiek van de spelling (2005 bijvoorbeeld).
  7. Leerlingen worden gestimuleerd om bij het schrijven en nakijken van hun teksten gebruik te maken van alle mogelijke hulpmiddelen, zoals de Woordenlijst, een woordenboek, een spellingchecker, internetsites zoals Taaladvies.net.

Even terzijde: dat doen wij toch ook! Geef toe, ieder van ons heeft van die woorden die hij steeds opnieuw moet opzoeken: is het nu on line of online, gedachtegang of gedachtengang, A4-tje of A4'tje? Dat zal in de toekomst niet veranderen, alleen, er is nu meer systematiek aangebracht in die marginale gevallen.

2. Leren spellen in het basisonderwijs

Maar wat zijn de gevolgen van de spellingaanpassing voor het basisonderwijs? Het is daar immers dat leerlingen leren spellen! Wel, leraren van het basisonderwijs kunnen op hun twee oren slapen: er zal nauwelijks iets aan hun onderwijs Nederlands veranderen. De actualisering heeft immers helemaal geen betrekking op de spellingonderwerpen die structureel in het basisonderwijs aan de orde zijn, meer bepaald:

Hoe weinig ingrijpend de spellingactualisering 2005 voor het basisonderwijs is, blijkt uit de gevolgen ervan voor de Cito-leerlingvolgsystemen spelling en technisch lezen. In zowel de Nederlandse als de Vlaamse versie moeten er welgeteld nul woorden aangepast worden.

3. Toevallige woorden

Uiteraard kunnen in het basis- en secundair onderwijs woorden opduiken, bij het vak Nederlands of bij andere leergebieden, waar de spellingactualisering 2005 'toevallig' iets aan verandert of zou kunnen veranderen:

Voor zover de leerlingen deze woorden ook zelf moeten leren schrijven, zal dat occasioneel kunnen gebeuren bij wijze van inprenting.

4. Wat is bekend uit onderzoek?

En dat brengt me bij de stelling dat goed spellingonderwijs moet aansluiten bij de manier waarop de speller spelt. Aan Nederlandse en Vlaamse universiteiten is daarover de voorbije jaren veel onderzoek gedaan, onder meer aan de Universiteit Antwerpen. Collega Frans Daems vat de kennis die dat onderzoek heeft opgeleverd, als volgt samen in een interview dat in de laatste weekendeditie van de NRC (18-19/02/06) verscheen. Ik citeer:

"Interessant is dat blijkt dat het aanleren van regels, zeker in het basisonderwijs, geen zin heeft. Het gaat om het herkennen van patronen en inprenten. Spellen leer je door te schrijven en het woordbeeld in je geheugen op te slaan. Woordbeelden en patronen haal je nadien bij het schrijven uit je geheugen, je spellinghandeling wordt meestal niet gestuurd door regels. Daarmee is meteen verklaard waarom mensen vooral veel fouten maken in de werkwoordspelling, ondanks het feit dat de regels daarvan behoorlijk overzichtelijk en logisch zijn en het aantal uitzonderingen beperkt. Volgens frequentietellingen van het INL [Instituut voor Nederlandse Lexicologie] (38 miljoen woorden) komt de vorm wordt met dt 212 keer zo vaak voor als word met d. Dit zorgt ervoor dat de vorm wordt automatisch uit het geheugen opspringt als de keuze gemaakt moet worden, nog voor iemand een regel toegepast heeft. En daarom gaat het dus ook zo vaak fout."

Vanuit die invalshoek is het een groot pluspunt dat de spelling 2005 gericht is op een grotere consistentie, zowel op het niveau van de aparte woorden (gelijkvormigheid) als over de woorden heen (analogie). Voor woorden die niet in zijn geheugen zitten, kan de leerling (en elke andere taalgebruiker) dus gemakkelijker de passende analogie vinden. Op die manier speelt de spelling 2005 beter in op de meest gebruikte strategie van de speller, namelijk de geheugen- of woordbeeldstrategie.

Om diezelfde reden is het uitermate belangrijk dat de spelling uniform is, met andere woorden dat leerlingen/lezers niet met verschillende woordbeelden geconfronteerd worden. Organisaties die een alternatieve 'witte' spelling ontwikkelen en media die eigen spellingregels hanteren, bewijzen onze leerlingen (en alle andere lezers) dus een hele slechte dienst! Met dit fenomeen zijn wij in Vlaanderen 41 jaar lang geconfronteerd geweest (van 1954 tot 1995): terwijl in het onderwijs de voorkeursspelling verplicht was, hanteerden de meeste kranten de progressieve spelling. Dat leidde soms tot de waanzinnige situatie dat leraren krantenartikels die ze in de les Nederlands wilden gebruiken, eerst overtypten.

5. Tot slot

Hoewel er voor het onderwijs Nederlands nauwelijks iets verandert, is de ongerustheid bij Vlaamse leraren groot. Dat verklaart het enorme succes van nascholingen over de nieuwe spelling: aan het nascholingsinstituut van onze universiteit staan 200 leraren uit het secundair onderwijs te drummen voor een plaats, terwijl een nascholing over pakweg het schrijfportfolio hooguit 30 geïnteresseerden aantrekt. Als het is om de gemoedsrust van die leraren te bedaren, dan kunnen we die stormloop alleen maar toejuichen. Als ze de opgedane kennis gaan 'overdragen' aan hun leerlingen in geïsoleerde lessen over 'de paardenbloemspelling' (met tussenletter -n-), dan hebben ze de geest van de eindtermen en leerplannen niet goed begrepen, zoals de stagementor uit het begin van mijn verhaal.

U hebt het gemerkt: als vakdidacticus Nederlands lig ik van deze spellingaanpassing niet wakker. Wat me wel bezig houdt? Talige competenties van leraren bijvoorbeeld, of laaggeletterdheid, of de plaats van het Nederlands in nieuwe vormen van leren. Dat zijn nu precies de drie thema's waar het Platform Onderwijs Nederlands van de Nederlandse Taalunie zich momenteel over buigt, dat zijn onderwerpen die er werkelijk toe doen voor het onderwijs in en van het Nederlands.

Rita Rymenans
Universiteit Antwerpen - Campus Drie Eiken
Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen
Universiteitsplein 1
2610 Wilrijk
rita.rymenans@ua.ac.be

Noot

Tekst uitgesproken in naam van de Vereniging voor het Onderwijs in het Nederlands (VON) op de Hoorzitting Spelling van de Interparlementaire Commissie van de Nederlandse Taalunie op 20 februari 2006 in het Vlaams Parlement. Met dank aan Frans Daems voor het becommentariëren van een vorige versie.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2012 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties