taalunieversum

Direct naar menu
U bent hier: taalunieversum » taal » spelling » Reacties »

Nieuwe Spelling 2005

LOPON2-Bestuur, februari 2006

Spelling is een 'vervelend' onderdeel van het vak Nederlands: er wordt in de maatschappij een behoorlijk dubbelzinnige houding tegenover aangenomen. Aan de ene kant vinden nogal wat mensen dat ze mogen schrijven zoals zij dat zelf willen, aan de andere kant bekijken diezelfde mensen zeer kritisch en afkeurend teksten waarin spellingsfouten (van andere schrijvers uiteraard) staan.

Spelling blijft de gemoederen verhitten en wanneer de Taalunie aankondigde dat ze de spelling van 1995 zou bijsturen, was dat zeker niet anders. Een heleboel journalisten meenden moord en brand te moeten roepen: 'alweer een verandering en we hebben de vorige nog niet verteerd' en hitsten de goegemeente op met hun weinig genuanceerd verhaal. Toen een heleboel Nederlandse kranten dan ook nog openlijk verkondigden niet te zullen meedoen aan de bijgestuurde spelling van 2005, leek het hek helemaal van de dam.

Dat tezelfdertijd o.a. De Standaard als oefening een hele weekendkrant had omgezet in de 'nieuwe spelling' en tot het besluit kwam dat er haast niets veranderde, was de moeite van het groots rapporteren niet waard. Dat vele journalisten niet eens de bijgestuurde speling hebben bestudeerd en dus niet weten waarover ze het hebben, lijkt ook niet van belang. Dat de 'weigeraars' toch ook een systeem van afspraken moeten hanteren en dat het systeem van 1995 niet helemaal deugdelijk is gebleken, lijkt niet van belang en toch...

Spelling is een leerproces dat start in de basisschool en een heel leven lang moet worden bijgeschaafd en bijgestuurd. Waarom is dat nu per se nodig? Spelling gaat over taal en taal verandert: woorden verdwijnen en nieuwe woorden ontstaan. Oude woorden moeten uit woordenboeken verdwijnen of moeten met de 'nieuwe' betekenis worden opgenomen, nieuwe woorden moeten worden opgenomen en dan moeten er afspraken zijn over de schrijfwijze van die nieuwe woorden. De kinderen van vandaag moeten in staat zijn de woorden die ze mondeling gebruiken, ook correct te schrijven op zo'n manier dat iedereen weet waarover het gaat, volgens de afspraken dus. In 1995 zijn er een aantal afspraken gemaakt die niet zo consequent overdacht bleken te zijn. Neerlandici en biologen hanteerden andere afspraken en schreven dus anders: biologen hadden hun eigen spellingafspraken. Op deze manier wordt het voor kinderen in de basisschool bijzonder moeilijk om te weten hoe ze woorden moeten schrijven en vooral om met enig vertrouwen tegen de hele spellingkwestie aan te kijken en om vertrouwen te hebben in het hele systeem dat ze leren op school. Leerkrachten hebben het moeilijk om de afspraken helder te laten ervaren en uit te lokken bij de kinderen. Wanneer kinderen het systeem ontdekken, moeten wel een aantal uitzonderingen worden aangebracht. Uitzonderingen zijn dan wel uitzonderingen op het systeem maar ze bemoeilijken het inzicht in het systeem en ze ondergraven het vertrouwen in dat systeem.

In 2005 heeft de Taalunie vanuit vier basisprincipes een aantal zaken 'rechtgezet'. De vier principes die zijn gehanteerd, zullen in de toekomst blijven gelden voor de spelling. Het gaat om ten eerste actualiteit: oude woorden verdwijnen uit woordenboeken maar vooral: nieuwe woorden krijgen een 'beeld', een afspraak waarmee ze in woordenboeken en dus ook de geschreven taal worden opgenomen. Ten tweede gaat het om uniformiteit: voor het eerst hanteren in Vlaanderen, Nederland en Suriname alle woordenboeken, spellingcheckers e.d. dezelfde afspraken. Normaal gezien zal er dus geen verwarring meer kunnen worden gezaaid: iedereen volgt dezelfde afspraken. Ten derde gaat het om continuïteit: de spellingafspraken zullen niet elke keer opnieuw op hun kop worden gezet maar inconsistenties zullen worden weggewerkt. Het wegwerken van de inconsistenties is gebeurd door rekening te houden met vragen van taalgebruikers: het ging voornamelijk over een aantal zaken waarvoor tot nu toe niets was geregeld.

Ten vierde gaat het om toegankelijkheid: de leidraad in 'Het Groene Boekje. Woordenlijst Nederlandse Taal' is grondig herwerkt, overzichtelijker en leesbaarder geschreven, er is een lijst met vaktermen en een 'index op de Leidraad' opgenomen.

Verder zijn verschillende oefeningen gemaakt op bestaande teksten en is gebleken dat slechts één tiende van een procent moet worden aangepast: de veranderingen slaan vooral op woorden die niet heel erg veel voorkomen in het dagelijks gebruik van het Nederlands.

Als opleiders moeten we vooral zorgen dat we deze feiten bekend maken bij onze studenten, dat zij zelf vertrouwen krijgen/behouden in het Nederlandse spellingsysteem en dat ze dat vertrouwen aan kinderen overbrengen. Wie geen vertrouwen heeft in wat hij/zij krijgt aangeboden, zal niets uit het aanbod overhouden en verwerken. Kinderen in de basisschool zullen namelijk NIET helemaal anders moeten leren spellen, methodes zullen NIET volledig moeten worden herwerkt.

Een taal leeft en evolueert, de spellingafspraken zullen ook leven en evolueren als men ervoor kiest het systeem te behouden: een spellingsysteem gebaseerd op vier basisregels: die van de standaarduitspraak, die van de gelijkvormigheid, die van de analogie en die van etymologie. Wie deze principes kent en de leidraad in het Groene Boekje leest, merkt dat net die principes overeind blijven met mogelijke onvolkomenheden maar die zullen zoveel mogelijk worden weggewerkt in de toekomst. Gun leerkrachten een spellingsysteem dat zo doorzichtig mogelijk is, gun kinderen een systeem dat ze gemakkelijk zelf kunnen ontdekken vanuit concrete woorden, gun de Taalunie en het Nederlands vertrouwen!

Zie de website van LOPON2.

© Nederlandse Taalunie, 2000-2008 alle rechten voorbehouden
WegwijzerColofonContactVrijwaringOpmerkingen en reacties