Johan De Schryver in Ad Rem, maart/april 2006
Wat bent u? Een Ad-Remlezer of een Ad Remlezer? Dit is zo'n typisch grijzezonegeval waar de Taalunie met haar nieuwe spelling iets aan wilde doen. Nu is er dus duidelijkheid, want we hebben expliciete regels. Even kijken. Er is de regel dat we een spatie gebruiken -let op deze vernieuwing in de spellingterminologie- als het linkerdeel van een samenstelling een meerledige eigennaam is: Da Vincicode, Ad Remlezer. Er is evenwel ook de regel dat er een koppelteken hoort als de delen uitheems zijn: ad-hocformulering, ad-remstijl. Ook Ad-Remlezer? Als enkele klassiek geschoolden tot die schrijfwijze zouden neigen, dan moeten we daar begrip voor opbrengen. Zelfs onze nieuwe moeder aller spellingteksten, de Technische Handleiding, geeft geen hiƫrarchie aan tussen de twee regels. Nergens staat dat als de meerledige eigennaam uit uitheemse elementen bestaat, we toch naar een spatie moeten grijpen. Dat ligt wel voor de hand, maar het staat er niet. Dus als u moeilijk wilt doen, kunt u zich een Ad-Remlezer noemen, zonder een Technische Handleidingregel te overtreden.
Om maar te zeggen: het is een illusie dat de hele spelling tot in de puntjes beregeld kan worden. Grijze zones zullen altijd blijven bestaan. En wat is daar eigenlijk mis mee? We leven in een samenleving die nogal prat gaat op haar vrijheid, maar als we bij het spellen nu en dan een keuzemogelijkheid hebben, een eigen standpunt kunnen innemen, dan vinden we dat een probleem. We klagen toch zo graag over die verschrikkelijke spelling, met al die nare grijze zones, en dan staan we verstomd als de overheid ingrijpt en meer regels oplegt. En wie klaagt in het bijzonder graag over onze spelling en haar inconsequenties en grijze zones? Taalmensen natuurlijk, want die zijn er de hele tijd mee bezig. Hiermee kom ik tot de choquerende conclusie van deze alinea: met de nieuwe spelling, die u waarschijnlijk al hevig bekritiseerd hebt, oogst u alleen maar wat u gezaaid hebt, u in het bijzonder, Ad Remlezer!
Lig nu niet wakker van die laatste zin. De Ad Remredactie had me namelijk gevraagd een 'luidend' stukje te schrijven en ik vond het ogenblik gekomen om daar eens werk van te maken. Niet dat ik de essentie van de cursieve zin niet meer onderschrijf, maar ik begrijp ook maar al te goed de ergernis van de malcontenten. De nieuwe spelling helpt wel een aantal problemen uit de wereld, maar zadelt ons tegelijk met nieuwe problemen op, en met vele rariteiten. Waarom is het tv'loos, maar tv-achtig? Afleidingen van afkortingen krijgen normaal toch een apostrof? Wel, de nieuwe spelling maakt nu een uitzondering voor afleidingen op -achtig, -dom, -heid en -schap. Onthou dat maar (ik doe het met domheid en schaapachtig). En onthou maar dat we verkleinwoorden vernederlandsen als en slechts als de grondwoorden eindigen op -ade, -ave, -ine, -ffe, -tte, -ule, -ure en -ute. Het is dus sinecuurtje, maar souvenirtje (vroeger souveniertje). Het is een zware klok die daar niet van gaat luiden.
De recente spellingonlusten waren dus te verwachten, maar niemand heeft baat bij een schisma, zoals de Nederlands pers nu voorstelt. De huidige spellingellende is het logische resultaat van onze algemene spellingcultuur, onze angst voor grijze zones. Niet zozeer de spelling is het probleem -die zal nooit perfect zijn- als wel de manier waarop we ermee omgaan. We mogen wel hopen dat de overheid geleerd heeft dat meer beregeling problemen oplost, maar ook creëert. En dat we er niet intrappen als ze zegt dat er niets verandert: als je regels toevoegt aan het systeem, verandert het. De overheid is er voor alle burgers, niet enkel voor de hersendode.
Wegwijzer – Colofon – Contact – Vrijwaring – Opmerkingen en reacties